In Schubert versmelt Giulini liefde en logica

Concert: Orchestra Filharmonica della Scala di Milano. Dirigent: Carlo Maria Giulini. Programma: F. Schubert: Symfonie nr. 8; J. Brahms: Symfonie nr 1. Gehoord: 23-9 Doelen Rotterdam.

Decennia terug waande men zich gisteren in de Rotterdamse Doelen. Daar bereidde de illustere maestro Carlo Maria Giulini met zijn eigen orkest van de Scala in Milaan de luisteraars een muziekfestijn dat de jubileumserie van de vijfentwintigjarige Doelen op wel heel bijzondere wijze opende. Het publiek werd ondergedompeld in een rijke, warme, sonore klank die in alle rust en bedachtzaamheid over de luisteraars werd uitgestort. Er was geen ontkomen aan, al besefte men heel goed dat de interpretatiekunst van Giulini niet meer volledig past bij onze huidige opvattingen over tekstgetrouwheid.

Het merkwaardige is dat men Giulini wil volgen omdat, ook daar waar Schubert en Brahms waarschijnlijk iets anders met hun partituren hebben bedoeld, uit elke frase liefde en koestering spreekt naast een volkomen logische opbouw en een in haar soort grootse visie. Het zou moeilijk, zo niet onmogelijk zijn deze Giulini-klank nog ooit te vergeten, te meer omdat het orkest van de Milanese Scala er zo zonder voorbehoud gestalte aan gaf.

Het ensemble bezit prachtige strijkers en het totale orkest komt vaak tot een bijna orgelachtige versmelting. Waar de houtblazers soms overheersten, was dat voornamelijk de schuld van de trage tempi die details blootlegden waaraan normaliter minder waarde wordt gehecht. Een kwestie van hoofd- en bijzaken dus, maar dat niet alleen. Het heeft ook te maken met structuur. Is Brahms een classisistische romanticus of een romantische classicus, is de vraag die men zich tegenwoordig stelt. Het privilege van de luisteraar is dit probleem onopgelost te mogen laten. De uitvoerder echter is gedwongen te kiezen en Giulini koos voor het eerste.

Bij Schubert gebeurde iets dergelijks. De "Unvollendete' kàn beethoveniaans klinken wanneer de tempi strak gehouden worden en de sforzati fel worden geattaqueerd. Onder Giulini werd Schubert uitsluitend lyrisch. De scherpe kantjes werden er afgeslepen en het flexibele tempo benadrukte de belangwekkendste passages nog eens extra. Het was mooi wat Giulini deed en hij musiceerde recht uit het hart. Ook uit het hoofd, trouwens. Partituren had Giulini nooit nodig, ook niet bij zijn operadirecties.

En al zou men het niet altijd met hem eens zijn, Giulini moet men bewonderen en bejubelen zoals het Doelenpubliek langdurig heeft gedaan. Musici als hij zijn zeldzaam.