Het rijbewijs

Ik ben gezakt voor mijn rij-examen, voor het theoretische gedeelte nog wel. Zeventien jaar geleden heb ik dat ergens in Amsterdam-West gehaald en vervolgens consequent en schadevrij in de praktijk gebracht. Maar in Moskou-Zuid viel ik door de mand.

Luitenant Volodja van de hoofdstedelijke Verkeerspolitie (GAI) en diens assistente Olja ontmaskerden me feilloos toen ze hun halmabord met plastic autootjes, trolleybussen, politiemannetjes en verkeersbordjes voor me neerzetten. Ik dacht dat een ziekenwagen met zwaailicht en tweetonige hoorn voorrang had op een tram. Dat bleek in Rusland iets anders te liggen. Ik meende te weten dat een rond wit bord met een rode rand (zonder apart aangehangen uitzonderingsbepalingen) een inrij-verbod van twee kanten voor al het verkeer inhield. Maar in Moskou mag je zo'n bord kennelijk negeren als je toevallig in de betrokken straat woont.

De jacht op het rijbewijs begon twee maanden geleden, toen al mijn papieren me in het luxueuze partijhotel Oktjaberskaja waren ontstolen tijdens een persconferentie van de inmiddels Russische communisten. Het Nederlandse roze papier is in de Sovjet-Unie niet geldig. Een nieuw authentiek Russische document was dus geboden. Een jaar geleden was een Nederlands rijbewijs nog voldoende. Maar in het kader van de "integratie in de wereldeconomie', in ruil voor Westerse valuta, heeft ook de Moskouse GAI haar beleid aangepast. De automobilist moet opnieuw getoetst worden.

Eerst uiteraard medisch. En dus ben ik bekeken door een chirgurge (die mijn gezondheid meteen positief beoordeelde omdat ik niet mank liep), door een oogarts (die niet vroeg hoe sterk mijn bijziende afwijking eigenlijk is), door een cardiologe (met wie ik verschrikkelijk heb gelachen), door bloed- en urinelaboranten (die me nog altijd niet verteld hebben of ik suiker dan wel aids heb), door een keel-, neus- en oorarts (die me even aan het schrikken maakte door verwijtend vast te stellen dat m'n amandelen waren geknipt en me een recept opdrong voor een chronische keelaandoening) en door een neuroloog (die niet eens de moeite nam m'n kniereflex te toetsen). Een psychiater ontbrak, wat mij enigszins bevreemdde gelet op de verkeerscultuur in Moskou. Kosten: 125 roebel plus een volle werkdag arbeidsverzuim, mooi meegenomen in deze tijden van "overgang naar de markteconomie'.

Waarna het rij-examen zelf volgde ad 101 roebel. De entrée was al meteen mis. Mijn pasfoto's deugden niet, stelden de politiemensen onverbiddelijk vast. “Ik kan er ook niets aan doen. Ik moet dit van mijn chef. Ik ben niet verantwoordelijk”, betoogde Volodja geheel conform de afschuif-cultuur die elke dienstdoende functionaris in de Sovjet-Unie heeft geleerd nog voor hij in dienst is genomen.

“Ga zitten.” Het bord met de imaginaire verkeerssituaties werd op tafel gezet. “Gezakt”, was het oordeel anderhalve minuut later. Uiteraard golden in de Sovjet-Unie ook de internationale verkeersregels maar over de uitleg daarvan was geen gesprek meer mogelijk. Het praktijk-examen kon geen doorgang vinden. Mijn suggestie om in m'n auto mijn daadwerkelijke verkeersgedrag te te beoordelen, mocht niet baten.

En toen ging ik de mist in. Ik dacht met deels geveinsde kwaadheid over het gebrek aan logica dat een reeds uitgegeven rijbewijs niet zonder meer gedupliceerd kon worden (waarom zou ik nu niet meer deugen daar waar ik een jaar geleden nog wel als chauffeur door de beugel kon) het tij ten goede te kunnen keren. M'n tweede tactische fout (een opmerking over kwaliteit van het rij-examen alhier: een automobilist in spe hoeft daarvoor namelijk in Rusland geen meter in het verkeer te rijden maar mag alleen op een parkeerplaats optrekken en een bochtje draaien en als dat niet lukt kan hij de betrokken examinator vrij simpel, zij het voor veel geld, omkopen) maakte het er alleen nog maar erger op. “Ik ben patriot.” Discussie gesloten.

Ik zocht m'n auto dus maar weer op. Volodja en Olja liepen mee. Het was lunchpauze. Toeterend en zwaaiend nam ik van achter het stuur afscheid van ze. Ze wuifden doodgemoedereerd terug. Dwars tegen een eenrichtings-verkeersbord (rood en rond, met een witte horizontale balk) reed ik (zojuist onbekwaam verklaard om het gaspedaal te beroeren) weg. Niemand die me aanhield.