Het is als met links rijden, na 12 jaar reden ze hier rechts; Kernenergie wekt niet langer de woede van de Zweden op

STOCKHOLM, 24 SEPT. Het eten van bessen en paddestoelen uit de bossen van bepaalde delen van Zweden wordt nog steeds ontraden wegens het gevaar van een overdosis radio-activiteit - een gevolg van het ongeluk met de kerncentrale van Tsjernobyl van vijf jaar geleden.

Dank zij een zuidoostelijke wind trof de ramp in Tsjernobyl het noorden en midden van Zweden ernstig. Mossen, rendieren, vissen en talloze andere organismen in de voor eeuwig onaantastbaar lijkende bossen en meren bleken tot afschuw van de bevolking plotseling een ongewoon hoge dosis radio-activiteit te bevatten. De Zweden - vanouds zeer verbonden met hun uitgestrekte bossen en meren - waren er vaster van overtuigd dan ooit dat ze de juiste keuze hadden gemaakt met hun besluit om hun eigen kerncentrales uiterlijk in 2010 te sluiten.

Amper vijf jaar na Tsjernobyl is er sprake van een duidelijke kentering in de Zweedse opvattingen over kernenergie. Het duidelijkst bleek dit op 12 juni van dit jaar. Na langdurige onderhandelingen tussen de regerende Sociaal-Democraten (die gezien de gevoeligheid van de zaak behoefte hadden aan brede politieke steun) met de Liberalen en de gematigde Centrum-partij ging het parlement er mee akkoord dat plannen werden geschrapt om in 1995 en 1996 de eerste kernreactoren te sluiten. Er werd geen nieuwe termijn bepaald waarop de eerste zou moeten sluiten. Wel bleef men vasthouden aan 2010 als de uiteindelijke verdwijndatum voor de twaalf reactoren die Zweden rijk is.

Zweden bezit negen kokendwater-reactoren van Asea, in de jaren 1972 tot 1985 in gebruik genomen, en drie drukwater-reactoren van Westinghouse die tussen 1975 en 1983 aan het net gekopeld werden.

Voor de Zweedse milieubeweging, die fel gekant is tegen kernenergie, vormde de 12e juni een zwarte dag. Een van de Groenen in het parlement gaf uiting aan haar teleurstelling door tot verbazing van haar mede-volksvertegenwoordigers haar spreektijd te gebruiken voor het aanheffen van een treurig lied. Ook milieu-activisten in het buitenland waren onaangenaam verrast, want ze hadden Zweden steeds beschouwd als een land dat voorop liep in de strijd tegen de kernenergie.

“Het is bijzonder jammer dat de mensen zo kort van memorie zijn. Veel mensen laten zich veel te makkelijk beïnvloeden door de media en door sterke economische groeperingen die het geld hebben om hun mening overal te verkondigen”, klaagde het Groene parlementslid Lars Norberg twee weken geleden. Zijn humeur zal er sindsdien niet op vooruit zijn gegaan, want de kiezers gaven zijn partij bij de verkiezingen van vorige week minder stemmen dan de vier procent die nodig zijn voor het halen van de kiesdrempel. Hierdoor verdwenen de Groenen in één klap uit het parlement.

Voor het Zweedse bedrijfsleven, in het bijzonder voor de Zweeds-Zwitserse leverancier van reactoren, Asea Brown Boveri, die vreesde in het buitenland installaties te moeten verkopen die het in eigen land niet meer kon slijten, was het besluit daarentegen zeer welkom. ABB heeft altijd beweerd dat de Zweedse centrales veilig zijn en volstrekt niet vergeleken kunnen worden met de grafietgemodereerde reactoren in de Sovjet-Unie. Belangrijk is dat ABB, dat vooralsnog alleen reactoren in Finland wist te slijten, een aantal interessante typen "passief veilige' reactoren in ontwikkeling heeft.

De geestelijke vader van de koerswijziging was Peter Asell, adviseur van de - inmiddels demissionaire - industrieminister Rune Molin. De laatste had zich wegens zijn uitgesproken socialistische standpunten de bijnaam Moulin Rouge verworven. Zowel Asell als zijn baas komt voort uit de machtige vakbeweging. Naar mate de datum voor de sluiting van de eerste kerncentrale naderde, werden ze zich steeds meer bewust van de consequenties van zo'n stap voor de energievoorziening en de werkgelegenheid.

Zweden wekt de helft van zijn elektriciteit op uit waterkracht, de andere helft komt bijna helemaal uit kernenergie. Belangrijke onderdelen van de Zweedse industrie zijn afhankelijk van een rijkelijke en goedkope energievoorziening, in het bijzonder de pulp- en papiernijverheid maar ook de mijnbouw en de staalindustrie. Bij hogere brandstofprijzen, zo voorzagen Molin en Asell, zouden er duizenden arbeidsplaatsen op de tocht komen te staan.

Als de kerncentrales inderdaad werden gesloten, moest er een alternatief worden gevonden. Een buitengewoon lastige opgave, te meer omdat het milieubewuste Zweedse parlement een wet had aangenomen die bepaalde dat de uitstoot van koolstofdioxide niet meer boven het niveau van 1988 mocht stijgen. Zou dus van kernenergie op gas of olie worden overgeschakeld, dan zouden de Zweden weer in conflict komen met deze wet, die de parlementariërs in geen geval wensten op te geven. Ook de "schone' waterkracht werd, afgezien van enkele rivieren in natuurreservaten, al ten volle benut. Goede raad was duur.

Uiteindelijk besloten Molin en Asell aan het einde van de jaren tachtig een campagne te beginnen die de limiet van 1995 en 1996 moest afschaffen. Ze wisten dat ze met vuur speelden. Over geen zaak hadden de Zweden zich zo opgewonden als over de kernenergie en het onderwerp had in de tweede helft van de jaren zeventig geleid tot de val van twee kabinetten. “De hele kwestie vormde een traumatische ervaring voor de Zweden, die misschien het beste kan worden vergeleken met de gapende kloof die in Noorwegen ontstond door het debat over de toetreding tot de Europese Gemeenschap”, stelt Lars Gunnar Larsson, die als deskundige op het terrein van de kernenergie werkt voor de Zweedse Federatie van Industrie.

“We wisten dat we een hoop politiek werk voor de boeg hadden”, verklaart Asell. Zijn chef en hij slaagden er al gauw in de steun te krijgen van premier Ingvar Carlsson. Deze hevelde begin 1990 kernenergie over van de portefeuille van de minister van milieuzaken, Birgitta Dahl, naar die van de industrieminister, Rune Molin, die kort daarvoor de vakbeweging voor het kabinet had verwisseld. Een belangrijke symbolische stap.

Een voordeel voor Molin en Asell was dat er een ontsnappingsconclusie was opgenomen in het plan voor de sluiting van de centrales, waardoor uitstel op zichzelf niet strijdig met de wet was. Hierin stond dat de sluiting slechts kon plaatshebben zolang het milieu en de werkgelegenheid daaronder niet hadden te lijden.

De andere partijen, waarmee de Sociaal-Democraten de kwestie bespraken, de Liberalen en het Centrum, begrepen het probleem waarvoor Zweden stond. Om de bittere pil te vergulden moest volgens hen een besluit tot uitstel van de sluiting vergezeld gaan van nieuwe maatregelen om alternatieve energiebronnnen aan te boren. Zo werd besloten om nieuwe fondsen vrij te maken voor de bevordering van energiebesparing en voor onderzoek naar nieuwe methoden om alternatieve bronnen van energie zoals wind, zonlicht en biomassa (vooral hout). “Deze lampen in mijn kamer, die ik wellicht snel zal moeten ontruimen, nemen bijvoorbeeld maar een kwart van de stroom die normaal voor deze verlichting vereist is”, zegt Asell.

Het is de vraag of deze alternatieve energiebronnen de kernenergie zullen kunnen vervangen. Göran Apelqvist van het grote elektriciteitsbedrijf Vattenfall: “Ik ben ervan overtuigd dat je uit die alternatieven niet voldoende energie kunt halen om alle kernenergie te kunnen vervangen”.

De koerswijziging, die de politici zo behoedzaam hadden gepresenteerd aan de bevolking, leidde - afgezien van de Groenen - niet tot de gevreesde woedende reacties. Ook de Zweedse publieke opinie is namelijk veranderd. Uit peilingen blijkt dat een meerderheid nog steeds wenst dat de kerncentrales per ultimo 2010 dicht gaan maar een groeiend aantal mensen vindt dat hiermee geen haast hoeft te worden gemaakt.

De recente ontwikkelingen vervullen Larsson, die zijn hele werkzame leven groot vertrouwen heeft gehad in de kernenergie, met blijdschap. Volgens hem heeft de milieubeweging een ernstige fout gemaakt, want kernenergie is juist zeer vriendelijk voor het milieu. Hij vergelijkt de omslag met de controverse in zijn land over het rechts rijden. Nadat een voorstel om het verkeer rechts te laten rijden in de jaren vijftig was afgewezen, werd dat twaalf jaar later toch ingevoerd. “De stemming van de mensen kan veranderen”, zegt hij.

Formeel houden de Zweden nog steeds vast aan de termijn van 2010, maar deze datum is nog ver weg en de kansen dat er ook nadien nog Zweedse kerncentrales werkzaam zullen zijn, nemen met de dag toe.