Het gestamel van een tovenaarsleerling in de kunst

Tentoonstelling: "Facts and Rumours', tot 7 okt. in Kunstcentrum Witte de With, Witte de Withstraat 50, Rotterdam, di. t-m zo. 11-18u. Catalogus ƒ 35. Tevens te zien 'Voorwerk', een presentatie van vier jonge beeldende kunstenaars.

Wat heeft een beeld van de Duitser Franz Erhard Walther, bestaande uit een kast van triplex met daarin bundels ongebleekte katoen (getiteld Werksatz) te maken met de decoratieve glazen bokalen van de Amerikaan Robin Winters? Heel weinig, in mijn ogen. Beeldhouwer Henk Visch (41) bracht ze samen in een tentoonstelling met werken van nog tien andere exposanten. Elk jaar nodigt het Rotterdamse kunstcentrum Witte de With een beeldend kunstenaar uit om een tentoonstelling te maken. Visch koos werk van collega's uit binnen- en buitenland, onder anderen van Jan Fabre en Guillaume Bijl (België), John Körmeling (Nederland), Meg Cranston, Diane Arbus en Mike Bidlo (USA), en Manfred Stumpf (Duitsland).

Visch heeft ook van zichzelf een beeld opgenomen in de tentoonstelling, een levensgroot zwart skelet met opgeheven armen. Om het skelet is een lila shawl gedrapeerd van ragfijne zijde. Op zijn schouder staat een klein mannetje met krant en koffertje, dat zich niet bewust lijkt te zijn van de alomtegenwoordigheid van de dood.

Typerend voor het werk van Visch is, over het algemeen, een poëtische, Tolkienachtige sfeer en een onbestemd gevoel van heimwee. Een foto in de catalogus toont hem met een breedomrande hoed op, omringd door de door hem gecreëerde sprookjeswezens - fragiele menselijke figuren met draperieën om, een groot hert - die hij met peinzende blik beschouwt. Hij heeft hier wel iets van een tovenaarsleerling.

De expositie van Visch in Witte de With is zeer heterogeen van karakter. Visch is, in tegenstelling tot de gastconservator van vorig jaar, de schilder Georg Jiri Dokoupil, geen ideoloog die één bepaalde kunstopvatting naar voren wil brengen. Slechts hier en daar zag ik iets dat verband hield met zijn eigen werk. Bij een expositie als deze zoek je nu eenmaal onwillekeurig naar verwantschap tussen de keuzen en het werk van de kunstenaar-tentoonstellingsmaker.

Jongensdroom

Van Guillaume Bijl koos Visch twee, nogal nostalgische Compositions Trouvées. De ene is de verbeelding van een jongensdroom over wereldreizen en de grote vaart, compleet met leren koffers, wereldbol, verrrekijker, kapiteinspet en dagboekjes met gemarmerde kaft. De andere, een meloen en een sinaasappel op een verveloos zuiltje en daarnaast een ouderwetse gegalvaniseerde gieter met een bosje korenaren erin, zie ik als een hommage aan het landleven van weleer.

De composities van Bijl verwijzen - tongue in cheek - naar een verloren paradijs en naar een vroegere staat van onschuld, net als de foto die Visch selecteerde uit het oeuvre van de beroemde fotografe Diane Arbus. Op de foto poseert onbeholpen een bloot naturistenechtpaar onder de bomen: een kluchtige opvoering van een toneelstukje over Adam en Eva in de Hof van Eden.

In de schilderijen van Anke Doberauer tenslotte is een soortgelijke pseudo-onschuld, naïviteit, terug te vinden. In een sociaal-realistische stijl schildert deze (West-) Duitse romantische taferelen die de naoorlogse jaren in herinnering brengen. Een bruidspaar, volgens de regelen der kunst uitgedost, staat in een grijze nis, met een plechtige en tegelijkertijd melancholieke uitdrukking op het gezicht. Op een ander doek draagt "Robert' een plusfour, gebreide pullover en ruime pet. Vervreemdend is hier vooral het kleurgebruik: de pet is felpaars, en de achtergrond is, evenals de plusfour, monochroom oranjerood. Het licht wordt roze weerkaatst op de krant die Robert leest.

Dromerigheid en ironie blijven elders in de tentoonstelling, met uitzondering misschien van de speelse architectuur van Körmeling, achterwege. De beelden van Bernd Lohaus zijn van een holle pathetiek. Van de video-installatie van Manfred Stumpf ontgaat mij de bedoeling geheel. Mike Bidlo schildert bekende schilders en titelt zijn doeken: Not-Pollock, Not-De Chirico enzovoort. Zijn pastiche van De Chirico toont een leeg landschap met kale architectuur dat qua motief wel herinnert aan het werk van de grote meester maar dat niets van dreiging en verlatenheid heeft, integendeel, het is van een knusse gezelligheid. Inderdaad Not-De Chirico. Erg gemakkelijk, zo'n titel.

Een lijn is verder niet te ontdekken in deze verzameling uiteenlopende kunstwerken. Visch maakt omtrekkende bewegingen rond zijn kunstopvatting - "stamelen' noemt hij dit -, maar de tentoonstelling als geheel mist voldoende samenhang om iets concreet te maken over zijn opvattingen. Het belangrijkste resultaat van het "gestamel' van Visch is misschien de ontdekking van het werk van de 27-jarige Maastrichtenaar Benoit Hermans, die tot dusverre nauwelijks geëxposeerd heeft. Hermans creëert door middel van verschillende lagen over elkaar - foto, collage, verf - een complex en intrigerend beeld van de werkelijkheid. Door middel van spiegels maakt hij de beschouwer tot mede-acteur in zijn raadselachtige taferelen waar transcendentale en aardse elementen met elkaar op gelijke voet verkeren.