Droog kruit en explosieve opties

Op een gewone spaarrekening met alle gewenste vrijheden krijg je tegenwoordig al 7,5 procent rente. Een houder van aandelen moet zich daarom afvragen of het kapitaal dat in aandelen is belegd net zoveel opbrengt als een spaarrekening. Is er in de komende twaalf maanden een (onbelaste) koersstijging en een (gedeeltelijk) belast dividend in zicht van samen 7,5 procent?

Als dat niet zo zeker is, dan zit er iets in om de aandelen te verkopen, de opbrengst op een spaar- of depositorekening te zetten en met de nog te ontvangen rente call- en put-opties (een strangle) op het aandeel te kopen. Zo zet je een hausse positie (aandelen) om in een hausse- en baisse-positie en ben je gelijk af van het koersrisico op de aandelen. Vorige week werd in deze rubriek zo'n strategie voor Philips uiteengezet.

Een aandeel Koninklijke Olie kost ongeveer 152 gulden en dat bedrag levert in een jaar, tegen 7,5 procent, 11,40 aan rente op als het aandeel wordt verkocht en de rente in dat jaar niet onder de 7,5 daalt. Daarmee doe je afstand van bijna 8 gulden aan dividend en misschien koerswinst, maar je loopt geen neerwaarts koersrisico meer. Kruit droog voor betere tijden. Hoe breng je die zaken onder één noemer? Misschien zo.

De meeropbrengst aan rente, boven het dividend, bedraagt 3,50 gulden, afgerond. Hoe kan je dat besteden op aan opties.? Je kan er bij voorbeeld voor kopen 1 put-optie april 1992 (looptijd nog 7 maanden) met uitoefenprijs 150 gulden (dus maar net onder de koers van het aandeel) voor 3,30 of 330 gulden per contract van 100 aandelen. Een fraaie constructie, want je maakt winst op de Olie-puts als het aandeel daalt. Is die 10 gulden, dan gaat de put-optie naar de circa 8,50 gulden. Daalt de koers niet, dan loopt de put waardeloos af.

Die combinatie van droog kruit en explosieve puts werkt alleen als het onweert op de beurs. Maar de verkoper van de aandelen wil misschien ook profiteren van hogere koersen. Dat kan niet voor 3,50 gulden; de call april 150 kost immers 10,50 en de '160' 5,30 gulden. Dan maar een kunstgreep, want met opties kan je alle kanten op.

Koop je de call april 150 (10,50) en schrijf je met die optie als dekking de april 160 (5,30), dan bedraagt de investering 5,20 (10,50 min 5,30) of eigenlijk 520 gulden. In optietaal: een long call hausse spread. Loopt het aandeel op naar de 160 gulden en is dat de waarde op de afloopdatum in april 1992, dan loopt de '160' waardeloos af (en is de 5,30 gulden verdiend) en doet de '150' 10 gulden. De maximale koerswinst op de optie-spread is 4,80 (10,00 min 5,20) tegen een koerswinst op het aandeel van 8 gulden; 160 min 152.

De investering van 5,20 in de spread kan verminderen tot nul door naast de april call 160 nog een tweede '160' te schrijven die ook 5,30 oplevert. Dat betekent risico en een bedrag als dekking deponeren (daar dient de spaarrekening voor), want de tweede call is ongedekt. Staat Olie in april precies op 160, dan is winst maximaal en gelijk aan 10 gulden. Tot een koers van bijna 170 gulden is deze '1 op 2 spread' redelijk veilig. Daarboven is de ongedekte '160' een kruitvat. Iets voor ervaren spelers dus.

De opzet van de tweede gratis spread en de koop van de put april 150 geeft, binnen het budget van 3,50 gulden, kansen op onbelaste koerswinst naar boven en beneden. Er zijn meer mogelijkheden. In de voorbeelden ging het om april-opties, die nu nog betrekkelijk duur zijn. De januari's zijn goedkoper.

Een meer speculatieve strategie om koerswinst te behalen is de aankoop van opties die nog maar een paar weken lopen. Nu zijn dat de oktober's. De put oktober 150 kostte maandag circa 1,10 gulden. Voor dat bedrag kan je drie keer in een jaar, net voor de afloop van opties, speculeren en binnen het budget blijven. Nu lijkt, met een lager Wall Street, een vermoeide beurs en een mogelijke ingreep in Irak, de put-opties de grootste kanshebber. In januari misschien de call-optie. Het is niet nodig om met het Koninklijke-budget te speculeren in Olie-opties, de index-opties komen ook in aanmerking.

Wie nu zijn Olie-aandelen omruilt voor opties, maar dat geen prettig gevoel vindt (wat is een portefeuille zonder aandelen Koninklijke?) kan overwegen, als verzekering, de put oktober 1994 (looptijd drie jaar) met uitoefenprijs 145 gulden te kopen voor ongeveer 9,30 gulden. Met die "verzekering' als dekking kunnen op een gunstig moment kortlopende put-opties geschreven worden om de stukken op een lager niveau weer (verplicht, maar nu gedekt door de lange put) terug te kopen.

Opties vervelen nooit!