Dit is de Kaukasus, niet Holland

TBILISI, 24 SEPT. Op de Roestaveli-boulevard flaneren als altijd mensen. De zon gaat prachtig onder achter een berg. Plotseling weerklinkt uit de luidsprekers op de hoeken van de straat een officiële regeringsmededeling. Herkenbaar zijn de woorden: putsch, agent, provocateur en Kremlin. De rest laat zich raden. Dan wordt een lijst met vijftien namen voorgelezen van hen die bij de poging tot staatsgreep tegen Zviad Gamsachoerdia zijn betrokken. Staatsvjand nummer één is ex-premier Tengis Sigua, gevolgd door Tengiski Tovani, de commandant van de nationale garde die zich van Gamsachoerdia heeft afgewend. Dan volgen Irakli Tsereteli en Giatsantoeria, Gamsachoerdia's twee vroegere straatmakkers, maar ook parlementsleden van de oppositie als filmregisseur Eldar Sjengelaje en volksfrontvoorzitter Nodor Notadze. De banvloek wordt over hen uitgesproken.

De flaneerders op de bouleverard zijn er al aan gewend. Even verderop op het plein voor het regeringshuis spreekt Gamsachoerdia zijn aanhangers toe. Het geheel doet in de verte denken aan Charley Chaplins "The Great Dictator', ware het niet dat de twee kampen bewapend tegenover elkaar staan en één onbezonnenheid tot bloedvergieten kan leiden. De oppositie noemt Gamsachoerdia een dictator. Gebruikt men in de hele Sovjet-Unie graag grote woorden, nergens hoor je zo vaak “provocateur, agent en vijand van het volk”.

Is Gamsachoerdia een dictator? Hij draagt grote verantwoordelijkheid voor de escalatie van het bloedige conflict met de Zuid-Osseten. Hij heeft het vocabulaire, de mimiek en het messianisme van een volksmenner. Hij gebruikt alle demagogische en goedkope argumenten van een dictator en hij probeert zijn beleid legaliteit te verschaffen door "de stem des volks' in de strijd te werpen. Maar massale repressie heeft hij nog niet aangedurfd. Er hangt geen sfeer van angst in Tbilisi, ondanks de aanwezigheid van troepen in de stad. De wettig gekozen president is nog steeds heel populair bij grote bevolkingsgroepen. Gamsachoerdia probeert de persvrijheid aan banden te leggen, maar ook dat wil hem niet helemaal lukken. De regeringskranten drukken, net als de Litouwse onmiddellijk na de onafhankelijkheid, hoofdzakelijke regeringscommuniqués af. Hij heeft een poging gedaan vier regeringskranten tot een officieel persorgaan terug te bengen, maar dat stuitte op verzet bij de redacties. De krant Vrij Georgië publiceert de laatste weken weer moeiteloos verslagen van anti-regeringsdemonstraties en had laatst zelfs een interview met volksvijand Eldar Sjengelaje, waar de krant inmiddels al weer spijt van heeft. De televisie dreigt hem ook te ontglippen. De redactie is in staking gegaan. En het televisiecentrum is bezet. De verklaringen die de president via een noodaggregaat uitzendt, proberen onder de bevolking achterdocht en haat te zaaien.

Uit angst voor de studenten en professoren heeft Gamsachoerdia het begin van het academisch jaar tot oktober uitgesteld. De straatoppositie maakt Gamsachoerdia vrijelijk uit voor alles wat mooi en lelijk is, waarbij Ceausescu nog de meest vleiende benaming is. Georgië is nog geen dictatuur maar een land met een labiele president, die alle macht volkomen naar zich toe tracht te trekken. Hij gebruikt daarvoor de straatmethoden van zijn jeugd en het is hem al gelukt twee bevolkingsgroepen tegenover elkaar op te zetten die in het dagelijks leven helemaal geen hekel aan elkaar hebben. Dat is een levensgevaarlijk beleid en het is dan ook goed voorstelbaar dat de oppositie zich daar met hand en tand tegen verzet.

Of het verstandig is geweest de hulp van commandant Kitovani daarbij in te roepen, moet nog blijken. De aanwezigheid van anti-regeringstroepen in de stad geeft Gamsachoerdia alle reden van een poging tot staatsgreep te spreken, maar de oppositie is ervan overtuigd dat Gamsachoerdia bewezen heeft niet voor rede vatbaar te zijn. De troepen van Kitovani hebben tot nu toe een stabiliserende rol gespeeld. Kitovani beschouwt het voorlopig als zijn enige taak de mensen bij het republiekscentrum te beschermen en de aanwezigheid van de groepen kan Gamsachoerdia van onbezonnen acties afhouden.

Gamsachoerdia heeft met zijn autoritaire optreden de verschillende oppositiegroepen in elkaars armen gedreven. De straatoppositie gebruikt dezelfde terminologie als Gamsachoerdia zelf. Maar bijna de gehele intellegentia heeft zich ook van hem afgekeerd. Volgens de historicus Givi Bolotasjvili bijvoorbeeld heeft Gamsachoerdia bewezen niet tot een dialoog met de opposiie bereid te zijn. “Ganmsachoerdia's regime is geen typisch dictatoriaal regime, het is veeleer een overgangsregime. De oppositie wordt ondersteund door de bloem van de Georgische intelligentsia.” Bolotasjvili geeft grif toe bang te zijn voor repressie: “Dit is de Kaukasus, dit is Holland niet”.

Een niet onbelangrijk wapenfeit voor de oppositie is dat de katholikos Ilja, de geestelijk leider van de Georgiërs, gisteren de Nationale Garde heeft gevraagd hem bewaking te verlenen. Nadat de katholikos verschillende malen geweigerd had op te treden op de meetings van Gamsachoerdia werd hij letterlijk aangevallen door woedende aanhangers van de president. De katholikos, zeer geëerd in het sterk religieuze Georgië, heeft hiermee in feite stilzwijgend de kant van de oppositie gekozen.

In het regeringskamp neemt intussen de verwarring toe. Parlementsleden van het regeringsblok geven onder vier ogen toe dat de president niet voor rede vatbaar is en hebben dus ook nauwelijks volmachten in handen. Avtanidze Imnadze, net als Gamsachoerdia voormalig politiek gevangene, is een van de 29 parlementsleden die de regeringsfractie de rug hebben toegekeerd. “Gamsachoerdia heeft altijd rare trekjes gehad”, meent hij, “maar in de strijd tegen de communisten was hij heel sterk. Sinds hij aan de macht is, zie je hem echter van dag tot dag in een dictator veranderen.”