De hand van Israel

In een van de jaarboeken van Feyenoord staat een foto waarop Rinus Israel voorkomt. De club uit Rotterdam-Zuid heeft zojuist de KNVB-beker veroverd door van PSV te winnen in een duel dat twee wedstrijden in beslag nam, daar het de eerste keer na verlenging 1-1 bleef.

Israel was beide keren van de partij, samen met zijn maatje Theo Laseroms. Sjef Dorpmans floot en onder de grensrechters was Leo van der Kroft, de latere arbitrale chef. De data waren 11 en 14 juni 1969 en er werd bij Feyenoord gespeeld. Op de elfde kwamen er 56.321 betalende toeschouwers, drie dagen later arriveerden er nog zeshonderd meer: het kon niet op in die dagen. Ze staan me niet meer bij, maar het moeten goede wedstrijden zijn geweest. Al denkt Eddy Pieters Graafland er vermoedelijk met gemengde gevoelens aan terug, want hij liep in het eerste duel een gekneusde rib op en werd vervangen, ook op de veertiende, door Eddy Treytel. De laatste leek trouwens in 1970 de eerste Eddy voorbij te zijn gesneld, tot P.G. voor de finale om de Europa cup I in Milaan tegen Celtic door Ernst Happel incidenteel werd teruggehaald.

Maar het gaat nu even om Israel. Bedoelde foto geeft het moment weer waarop de Man van IJzer uit handen van KNVB-voorziter Meuleman de herinneringsmedaille ontvangt. Het haar zit piekerig over het voorhoofd, maar de lach die vaak zo moeizaam tot zijn ogen doordrong, is er nu heel duidelijk. Intussen heft Cor Veldhoen de beker, want die was aanvoerder. Waarom Israel eigenlijk niet? Opvallend figuur in het veld, leider van de defensie, krachtige persoonlijkheid - waarom droeg hij die aanvoerdersband eigenlijk niet?

Het gekke met Israel was dat hij soms terugschrok voor consequenties, hoewel dat aan zijn tackelen en ingrijpen zelden te merken was. Maar ik herinner me een interland in Polen, door Oranje met 2-1 verloren, waarin het Nederlands elftal lange tijd goed in de race lag. Tot Henk Wery een strafschop naast schoot. Aanvankelijk was Israel aangewezen om de bal op de stip te leggen, maar hij durfde het karwei niet onder ogen te zien. Aanvoerder Hans Eijkenbroek wees toen Wery aan, die er evenmin veel trek in had, maar als waterdrager in het elftal minder recht op kapsones had dan de echte sterren. Ik zie die bal nog naast gaan...

Israel was dus niet altijd zo zeker van zichzelf als hij doorgaans leek, maar het pleit voor hem, dat hij - toen hij aan dit voorval werd herinnerd - met dat scheve lachje van hem toegaf, dat hij een kerel had moeten zijn bij die gelegenheid. Als trainer leek hij eerst wel degelijk op zijn plaats, maar zowel bij Feyenoord als Den Bosch kwam hij nogal eens onnodig sarcastisch over op de spelers. Hij dacht werkelijk voor aanmerkelijke stimulansen te kunnen zorgen door harde taal uit te slaan en uiterst zuinig met schouderklopjes te zijn, maar op den duur veroorzaakte zijn aanpak geen inspiratie meer en toen hij op de vriendelijke toer ging, was het te laat.

Bovendien leek die benadering bij de cynicus niet te passen. Toen het ook in Griekenland mis ging, leek Israel als trainer-coach mislukt. Hij had zelf dat gevoel ook. Uit een recent interview op de buis kwam een andere Israel naar voren: geen stoere taal en een neiging om een leven zonder voetbal te accepteren. Je zag hem wandelen met zijn kleindochter. Vroeger (bekende hij) zou ik om mezelf gelachen hebben, als ik zo in een familiair leventje was opgegaan. Maar tegenwoordig vind ik het prima. Hij wandelde wat af met die kleindochter en oude voetbalmaten konden een meesmuilend lachje soms niet onderdrukken. Was de Man van IJzer een man van leem geworden?

Maar nu gaat hij het toch weer in zijn oude stijl proberen. Coach in Roemenië! Hij zal er geen topvoetbal naar Europese maatstaven tegenkomen, maar snel en vurig spel, niet van techniek gespeend. Het handje van zijn kleinkind moet worden verruild voor de zweet van de trainer, die weet dat hij er uit vliegt als er geen resultaten komen. Hoe slagvaardig stelt de oude houwdegen zich op en zit ditmaal de duif van het geluk op zijn schouder? Hij is van huis uit een pure voetbalman en mag bovendien bedenken dat kleine meisjes spoedig te groot zijn voor opa's hand.