D66 wint als men zich tot het liberalisme bekent

Na vijfentwintig jaar heeft D66 zich een vaste plaats in het Nederlandse politieke bestel verworven, vooral ook door een grote electorale aanhang die zo langzamerhand wel structureel mag heten.

Maar waar staat D66 eigenlijk voor? Tegenstanders verwijten D66 voortdurend het gebrek aan een duidelijke politiek-filosofische visie. Sommigen schrijven daaraan juist het succes van de partij toe. Nu verkiezingen en opiniepeilingen aantonen dat D66 één van de vier grote partijen is, wordt het tijd dat de partij kleur bekent. Dat is vooral noodzakelijk om ook een grote partij te blijven. En om het voortbestaan ná Hans van Mierlo te verzekeren!

Waarom stemmen kiezers op D66? Deels uit onvrede over andere partijen of bij gebrek aan beter. Vooral bij de laatste verkiezingen was er sprake van een overloop van teleurgestelde PvdA-kiezers. Die zullen wel weer terugvloeien zodra de PvdA zich heeft hersteld. Maar de kern van de D66-aanhang is blijvend en voelt zich aangesproken door de ideeën van de partij. Deze mensen kenmerken zich door de opvatting dat ze zelf wel kunnen uitmaken hoe dingen moeten gebeuren en daarvoor geen overheid, parlement of vakbond nodig hebben. De typische D66-aanhang bestaat uit een combinatie van intellectuelen en (boven)modale geschoolde werknemers, vooral wonend in forenzengemeenten in de verstedelijkte gebieden. Het zijn kiezers met een zodanige economische positie dat ze zich weinig zorgen hoeven te maken over hun primaire levensbehoeften.

Het succes van D66 valt te verklaren uit de individualisering van de samenleving. Zelfstandigheid van het individu, los van georganiseerde sociale verbanden, neemt toe. Werknemers zijn steeds beter opgeleid, worden daardoor mondiger en stellen zich als individu steeds onafhankelijker op. In moderne arbeidsorganisaties is er een duidelijke tendens waarneembaar om over te gaan van collectieve naar individuele belangenbehartiging en geïndividualiseerde arbeidsvoorwaarden. Door de individualisering zal de aanhang van D66 alleen maar groeien.

Zeker, het succes van D66 is voor een belangrijk deel ook het persoonlijk succes van Hans van Mierlo. Maar wat of wie na Van Mierlo? Het beschikken over een populaire leider alleen is niet voldoende. Bovendien kan een leider die zo lang zijn stempel op een partij drukt ook een gevaar betekenen. Wat dat betreft kan men zich spiegelen aan de PvdA die nu de negatieve gevolgen van het tijdperk-Den Uyl ondervindt. Een gevestigde partij moet haar electoraat, om het te kunnen behouden, een politiek houvast bieden. D66 ontkomt er niet aan zich te voorzien van een ideologisch referentiekader als inspiratiebron en toetssteen voor politiek handelen. Een referentiekader waarmee de partij de wisseling van politiek leiderschap kan overleven.

D66 noemt zich weliswaar "vrijzinnig', maar weigert zich "liberaal' te noemen. Ook dat is weer de overheersende invloed van Van Mierlo, die niet verder wenst te gaan dan uit te spreken dat D66 de hoeder van het liberale erfgoed is. Van Mierlo is blijven steken bij de oorspronkelijke uitgangspunten waarmee hij de partij in 1966 heeft opgericht: een nieuwe stroming, los van alle bestaande ideologieën.

Maar is D66 wel zo anders? Is D66 eigenlijk niet heel liberaal? D66 gelooft in een samenleving van vrije en verantwoordelijke burgers. Individuen die zelfstandig de samenleving vormgeven en besturen. Met een overheid die zoveel mogelijk aan het initiatief van de burgers overlaat. Het ideaal van D66 is een ver doorgevoerde democratisering van de samenleving en een maximale participatie van de individuele burger in de politieke besluitvorming. Vandaar de constante nadruk op bestuurlijke vernieuwing.

Men kan het ook anders zeggen. D66 wil het politieke bestel, een indirecte of representatieve democratie, omvormen in de richting van een directe democratie: meer directe deelname van de burger in de politiek.

Welnu, het tot stand brengen van een directe democratie is de essentie van het liberalisme als politieke filosofie. Het liberalisme staat immers maximale individuele vrijheid voor. Daaruit volgt dan vanzelfsprekend dat het individu in alle omstandigheden zelf moet kunnen beslissen over wat hij doet en wat er met hem gebeurt. Het fundamentele zelfbeschikkingsrecht van het individu staat voorop. In een directe democratie kan de individuele burger het meest vrij en zelfstandig zijn en over zijn eigen lot beschikken.

Het pragmatisme en de flexibiliteit, waar men zich in D66-kringen graag op laat voorstaan, is in feite liberalisme. Het liberalisme kent in tegenstelling tot andere politieke stromingen geen eenduidig toekomstbeeld. Dat maakt het liberalisme als politieke ideologie flexibel. Het liberalisme immers ontwikkelt zich met de individuen mee, met als rode draad waarborging van individuele vrijheid èn gelijke kansen, zonder vast te zitten aan een relatief statisch en tijdloos utopia, zoals dat het geval is bij socialisten en christen-democraten.

Het liberalisme vormt dus het ideologisch referentiekader van D66. Daarom zou de partij zich ook onomwonden tot het liberalisme moeten bekennen.

Dat zou dan tevens in overeenstemming zijn met de groeiende aanhang van D66. De tijd is rijp voor een liberale stroming die vooral het politieke aspect van de democratisering benadrukt. Een systeem van directe democratie is altijd noodgedwongen beperkt gebleven tot sociale organisaties die de omvang van een stedelijke gemeenschap of een stadstaat niet te boven gingen. Onze moderne communicatiemiddelen evenwel maken nu een directe democratie op nationale basis mogelijk. Dat gaat bij uitstek op in een moderne samenleving als de onze, die steeds meer bestaat uit mondige, goed geïnformeerde en goed opgeleide burgers. De informatiemaatschappij, die wij nu tegemoet gaan, is een democratische maatschappij. Daarmee worden de laatste barrières in de toegang tot kennis en informatie geslecht en is elk individu in de gelegenheid zich de voor politieke besluiten benodigde informatie snel en doeltreffend toe te eigenen.

De individualisering van de samenleving zal voortdurend toenemen, hetgeen gelijk op zal gaan met een verdere democratisering van het politieke systeem. De weg naar een politiek systeem van directe democratie zal onder andere leiden naar referenda en gekozen bestuurders, typische D66-punten. Het liberalisme, de ideologie van D66 die de individuele vrijheid hoog in het vaandel voert, gaat dan een rooskleurige toekomst tegemoet. De kiezer heeft dit allang begrepen, nu de partij nog.