Werkgroep FNV bepleit beperkte rol vakbeweging

DEN HAAG, 23 SEPT. De vakcentrale FNV moet haar taken beperken tot arbeid en inkomen. Van een “brede” vakbeweging die zich bemoeit met tal van maatschappelijke onderwerpen, moet de FNV een “verdiepte vakbeweging” worden.

Dit is de aanbeveling van een FNV-werkgroep die over de toekomst van de FNV een interne nota heeft geschreven met als titel "Minder beter'. De nota wordt binnenkort besproken in het FNV-bestuur.

Volgens de werkgroep moet de vakbeweging al met ingang van volgend jaar de koers wijzigen. Aan zaken als consumentenbeleid, gezondheidszorg, ouderen, milieu, volkshuisvesting, ruimtelijke ordening, studiefinanciering en kinderbijslag moet de FNV nog slechts “zeer beperkt” aandacht besteden. Op al die terreinen bestaan al genoeg belangenorganisaties en in sommige gevallen neemt de FNV zelf deel in zo'n organisatie, bijvoorbeeld Konsumenten Kontakt. Het is onnodig om zich dan in eigen huis ook nog met het consumentenbeleid bezig te houden.

Bij de vakcentrale werken op dit moment 208 mensen. Volgens de nota "Minder beter' moet het aantal arbeidsplaatsen tot 1995 met 35 worden ingekrompen mede met het oog op teruglopende inkomsten.

Zeven plaatselijke FNV-afdelingen hebben al aangekondigd dat het “oorlog” wordt als de aanbevelingen van de werkgroep worden overgenomen door het FNV-bestuur. De zeven (Arnhem, Delft, Eindhoven, Groningen, Leiden en Utrecht) vrezen dat met de aanbevelingen het einde van de FNV als brede maatschappelijke organisatie wordt ingeluid. “De doelstelling "maatschappijhervorming' kan uit de statuten worden geschrapt. Slechts financiële argumenten blijken ten grondslag te liggen aan het besluit om zoiets wezenlijks als het concept van de brede vakbeweging af te schaffen”, aldus de verontruste afdelingen.

Pag.11:

"FNV heeft afgelopen jaren niet gekozen'

De christelijke vakcentrale CNV wil niet officieel reageren op de FNV-notitie, maar “de discussie sluit niet aan bij de gesprekken in onze eigen kring”, aldus een CNV-woordvoerder.

De werkgroep Meerjarig Prioriteitenkader is begin dit jaar ingesteld door het FNV-bestuur met als doel de organisatie te “stroomlijnen” en de koers voor de middellange termijn uit te zetten. In de werkgroep zitten medewerkers van de FNV op het hoofdkantoor, die geen bestuursfunctie hebben. Hun stelling is dat de afgelopen jaren te weinig keuzes zijn gemaakt.

“Omdat alles met alles samenhangt is er een natuurlijke neiging ontstaan om zich overal mee te bemoeien. Dat breekt ons op, want om dat goed te doen, is een veelvoud nodig van het aantal mensen dat thans door de FNV betaald kan worden. De keuze die gemaakt moet worden, lijkt te gaan tussen breedte en diepte. De werkzaamheden van de FNV dienen zich te concentreren op arbeid en inkomen, vooral in samanhang met arbeid””, schrijft de werkgroep in de notitie.

De werkzaamheden van vakcentrale en bonden moeten veel meer in elkaars verlengde komen te liggen. FNV-bonden hebben al jarenlang kritiek op de “beleidsfabriek” in Amsterdam waar almaar nota's uitrollen die zelden tot concrete resultaten leiden. De werkgroep signaleert de grote afstand tussen theorie en praktijk. “Hoe verder de thema's afliggen van de kernterreinen waarmee de bonden zich bezighouden, des te meer vinden meningen die de FNV verkondigt, hun oorsprong in de hoofden van enkele bestuurders of medewerkers. Als het erop aankomt zal er niemand voor de straat op gaan, laat staan een staking beginnen”, zo stelt de werkgroep vast.

De werkgroep stelt zich ook kritisch op ten aanzien van de advisering in de Sociaal-Economische Raad. “Een SER-advies waarvan bij voorbaat vaststaat dat de FNV tot de minderheid zal (blijven) behoren, heeft geen meerwaarde boven een actief voorlichtingsbeleid over het eigen standpunt”.

De nota bevat ook een waarschuwing aan afdelingen en medewerkers om de uitvoering niet te dwarsbomen. De FNV moet tot “een zo zakelijk mogelijke afweging” komen. “Niet de vraag of een bepaalde afdeling kan groeien (meestal ten koste van een andere) en dus aan invloed kan winnen, is relevant. Niet de vraag of medewerker X, Y of Z het zo vertrouwde takenpakket kan continueren is relevant”.