Verzoening bij "Berlijnse Muur' in Zuid-Afrika

BRAKPAN, 23 SEPT. Frank Lamont is een bekeerling. Met de overtuiging van iemand die het licht heeft gezien spreekt hij om de twee zinnen over "het nieuwe Zuid-Afrika'. Frank Lamont heeft dan ook een hele draai gemaakt.

Twee jaar geleden ging Frank - een grote, stevige man in het Afrikaner weekendtenue van joggingbroek, poloshirt en zonnebril - met een petitie de huizen langs van de conservatieve blanke wijk Dalpark in Brakpan. Ze pikten het niet langer, hij en z'n buren.

Honderd meter verderop verrees Tamboville, een "plakkerskamp' van zwarten in schamele krotten van staal, hout en asbestplaten. De argumenten tegen borrelden op in de gistende wijk. Inbraken zouden routine worden. De bungalows kelderden in waarde. Niemand zou meer veilig zijn op straat, in de Spar supermarkt, waar dan ook. Er moest een muur komen.

De buurt zette een intensieve campagne in gang, die reikte tot het bureau van de Staatspresident in Pretoria. De gemeenteraad van Brakpan, waarin acht van de elf zetels in handen zijn van de Conservatieve Partij, trok uiteindelijk 80.000 rand (ongeveer 55.000 gulden) uit voor de bouw van een muur tussen Dalpark en Brakpan.

Sinds een paar maanden staat de muur lelijk te zijn. Een grijs lint van betonnen platen, twee kilometer lang en twee meter hoog. Met hier en daar een gat, dan kan de zwarte bediende tenminste het huis van "master' of "missus' bereiken. Maar toch voelde Frank Lamont zich ongemakkelijk. Op de een of andere manier leek de muur achterhaald, een puist uit het verleden. Als zelfs Berlijn zijn muur sloopte en Pretoria de apartheid ophief, kon Brakpan dan wel zo doorgaan?

Frank belde Steve Erasmus, een van de drie onafhankelijke gemeenteraadsleden. Steve was ook lid van de Nationale Partij en dan ben je tegenwoordig al tamelijk links in Brakpan. “Ik word doodziek van die muur, Steve”, zei Frank. “Kunnen we er iets aan doen!”

Steve belegde een vergadering bij hem thuis met Frank en Abe Nyalunga, de voorzitter van het Comité van Bezorgde Bewoners van Wattville, het zwarte woonoord waar Tamboville spontaan toe was gaan behoren. Er vielen harde woorden. De bewoners van Wattville waren beledigd, zei Nyalunga, ze voelden zich op afstand gehouden. De muur was rassenscheiding.

Nee, zei Frank, zo ligt het niet, de blanken voelen zich onveilig, ze leven in angst voor het onbekende. Maar hadden de blanken ooit bedacht hoe onveilig de bewoners van de zwarte woonoorden zich dagelijks voelden?

Daar in de Kersboomstraat kwamen ze tot de conclusie dat het tijd was voor een positieve daad. Steve en Frank zouden met een paar buren een bijeenkomst bezoeken in Wattville om over de muur te praten. En samen met Abe zouden ze een dag van "vrede en verzoening' organiseren.

Zo keek Frank zaterdag tevreden als een nobele veldheer uit over het kale landje tussen Dalpark en Tamboville, waar blank en zwart, jong en oud, met gele zakken tussen hen in het afval opruimden dat bij een krottenkamp zonder vuilophaaldienst ontstaat. Het kon hem niet schelen dat van de vijfhonderd mensen hooguit 75 blank waren. Zijn muur was in plaats van een afscheiding een handreiking geworden. “Dit is toch prachtig? Jarenlang hebben we in dit land het bestaan van zwarten onder het tapijt geschoven. Nu praten we, nu maken we eindelijk contact”. Hij kneep zijn dochtertje, dat op zijn arm zat, even in haar wang.

Het werd een wat onwennige maar vriendelijke toenadering tussen mensen die elkaar tot zaterdag niet kenden. Voor de Zuidafrikaanse verhoudingen was het uniek genoeg om tot een media-gebeurtenis uit te groeien. Voor vele lenzen zongen blank en zwart hand in hand "Come together, people of Africa'. Steve werd er hevig door geroerd: “Ze kunnen zo mooi zingen, je krijgt er overal rillingen van”. Houterig maar enthousiast leerden de blanken hun eerste echte danspassen. De lokale slager Tony had gratis meters worst verstrekt voor de braai na afloop.

Steve en Abe plantten samen een mini-amandelboom op de kale vlakte en spraken mooie woorden over hoe die ging groeien en dat het een symbool was. Maar de dood is ook een symbool, dus men kwam overeen dat Tamboville de boom regelmatig water zal geven. De blanken zouden er een heel eind voor moeten omlopen, vanwege de muur.

Want de muur blijft. Zeker voorlopig, waarschijnlijk nog jaren, denken Steve en Frank. De meeste conservatieve bewoners van Dalpark willen de muur houden, dat is nu eenmaal democratie. En hem nu afbreken - dat zou zonde zijn van het belastinggeld. Johan Venter, een vertegenwoordiger van de zwijgende meerderheid die vanuit zijn tuin staat toe te kijken, denkt er ook zo over. “De muur moet blijven, want hij helpt tegen inbraken. Bij mij is ook een keer ingebroken, mijn hifi en de kleren van mijn vrouw zijn gestolen. Maar eigenlijk past de muur niet in het nieuwe Zuid-Afrika. Hij zal meer moeilijkheden veroorzaken dan goed doen.”

In hun hart vinden Steve en Frank de muur nu een zinloze sta-in-weg, maar ze hebben met de gevoeligheden van hun buren rekening te houden. Daarom proberen ze met woorden de muur van was te maken. Eigenlijk is hij er alleen maar om het opwaaiende afval tegen te houden. Het is meer een afscheiding van het nabij gelegen vliegveldje. De criminaliteit is juist gedaald sinds Tamboville hier is gekomen. En als iemand weer over de Berlijnse muur van Brakpan begint, wordt Steve boos: “Ach, die Berlijnse muur was toch veel dikker! Die was wel twee meter breed. Dit is gewoon een prefab muur van betonnen platen. Als je eraan trekt, haal je de panelen zo om”.

Wattville vindt nog steeds dat de muur om moet, maar het bewonerscomité is wijs en wil de blanke worstelingen niet verder compliceren. “De muur is het onderwerp niet”, zegt Lawrence Mbambo van het comité. “We moeten nu relaties ontwikkelen met de mensen van Dalpark. Dat zal hun angsten wegnemen. Dan raken ze vertrouwd met ons en is de muur niet meer nodig.”

Frank Lamont is een ander mens geworden, maar het raadsel van zijn bekering doorgrondt hij niet helemaal. Wat is de omslag geweest? “Ik weet het echt niet. Misschien vond ik het dat het zo langzamerhand wel genoeg is geweest. We hebben in dit land zoveel dingen gedaan, waarvan je achteraf zegt: waarom in godsnaam? Ik heb voor het leger in Namibië gevochten, maar vraag me niet meer waarom. Ik had niks tegen die kerels daar”.

Steve denkt dat het met de situatie bij Frank thuis te maken heeft. Frank heeft drie kinderen en zijn vrouw verwacht een drieling. “Hij heeft dus huishoudelijk hulp nodig - en die moet uit Wattville moet komen”. Frank kijkt strak voor zicht uit, zwijgend.