Ulloa moe na twintig keer de merengue

Concert: De Dominicaanse accordeonist-vocalist Francisco Ulloa en zijn band met altsaxofoon, conga's, tambora, guayo en bas. Gehoord: 21-9 RASA, Utrecht. Nog te horen: 25-9 Paradiso, Amsterdam.

“Roept u maar!” riep Francisco Ulloa zaterdag in het Utrechtse RASA. “Een Cumbia!” verzocht iemand uit het publiek, wellicht nog in de ban van de Colombiaan Antonio Rivas die donderdag nog in dezelfde zaal had gespeeld. De accordeonist leek bijna beledigd en antwoordde: “Een cumbia? Waarom geen merengue?”

Ulloa had natuurlijk gelijk: een Dominicaan vragen een cumbia te spelen is net zo iets als de paus verzoeken de koran te zegenen. De Dominicaanse Republiek is het (half)eiland van de merengue, dat als exportartikel waarschijnlijk belangrijker is dan de traditionele suiker en koffie.

De orkestmerengue, de stadsversie van deze dans heeft zijn weg inmiddels naar de Nederlandse dansscholen gevonden, zij het vaak in nogal verwaterde vorm. De merengue tipico of perico ripao, de plattelandsversie uit het noorden van de Dominicaanse Republiek, is echter voor Nederland zo nieuw dat veel dansers in RASA er nog maar weinig raad mee wisten. Deze merengue gaat zo ongelooflijk snel, dat dansers met te grote gebaren er onvermijdelijk dol door draaien. Kleine, stotende en zeer efficiënt bewegingen op de vierkante meter, alleen daarmee redt men het in deze dans.

De musici zelf gaven het goede voorbeeld door in de hoogste tempi de beste prestaties te leveren. De slagwerkers vormden dan een fel stuwend polyritmisch team, de met een hardblauw instrument uitgeruste bassist fietste er opgewekt tussendoor, de altsaxofonist volgde de leider ook in de minuscuulste riedeltjes. Hoogtepunt was ongetwijfeld het met puntige solo's versierde Los Caballos, te vinden op de enige in Europa verspreide cd, met de nogal obligate titel Merengue! (Globestyle CDORB 020).

Vergeleken met deze cd was er in RASA eigenlijk maar één ding dat tegenviel: het spel van Francisco Ulloa zelf. Lag het aan zijn nogal goedkoop ogende instrument? Was het de versterking die niet helemaal deugde? Misschien was Ulloa gewoon moe. Het zingen liet hij soms aan zijn bassist over en in de tweede set speelde hij maar enkele langzame stukken, zoals een cha-cha-cha en een paar walsen. Vergeeflijk was het in elk geval, want twintig keer achtereen de merengue, dat gaat zelfs een Dominicaan niet in de koude kleren zitten.