Te koop: een echte Geesink

Wie open staat voor moderne kunst en ook nog bereid is daaraan geld uit te geven kan op 20 november in het bezit komen van een echte Geesink. Op die dag namelijk wordt in het Scheepvaartmuseum te Amsterdam een schilderij van de oud-judoka te koop aangeboden. Anton Geesink vervaardigde zaterdagmiddag in een bewonderenswaardig korte tijd het doek, dat hijzelf met nauwelijks verholen trots een variant op de "Mondriaan-gedachte' noemde.

Het schilderij is niet gesigneerd, maar dat zou ook overbodig zijn want midden op het linnen prijkt overduidelijk Geesinks handtekening in de vijf Olympische kleuren. Omdat zijn inspiratie hem tijdelijk in de steek liet, koos Geesink zijn eigen naam als thema. Maar volgens de man die bij de Olympische Spelen van Tokio in 1964 zijn handen heel wat minder fijnzinnig gebruikte en - daardoor - een gouden judo-plak won, schuilt de subtiliteit in de wijze waarop hij het schilderstuk completeerde.

Geesinks signatuur wordt omringd door vijf lijnen, waarvan er drie de nationale vlag vormen. “Mijn eigen naam zit dus gevangen in het rood-wit-blauw. Waarmee ik laat blijken dat ik me in de eerste plaats Nederlander voel”, verklaart de kunstenaar. Wie in het bezit wil komen van Geesinks' creatie, moet diep in de buidel tasten, want duizend gulden is het minimale bedrag dat men in november op de kunstveiling voor het werk hoopt te vangen. Minder draagkrachtigen kunnen wellicht in het bezit komen van een authentieke "Vergeer', "Kok', "Den Hertog' of een "Van 't Oever', stuk voor stuk schilderijen van mensen die als actief sporter of begeleider aan de Olympische Spelen deelnamen en nu lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Olympische Deelnemers.

Ruim honderd oud-Olympiërs waren zaterdag aanwezig op het Nationaal Sportcentrum Papendal waar de vereniging met een reünie het eerste lustrum vierde. Onder muzikale begeleiding van een dixieland-orkestje konden zij zich uitleven bij de sportieve krachtmeting, die grotendeels bestond uit verschillende vormen van vertier zoals tandemfietsen, ballonblazen en klootschieten.

Wie echter mocht denken dat de NVOD een clubje is voor nostalgische oud-sporters die zich jaarlijks met ludieke spelletjes vermaken en tijdens de afsluitende barbeque verhalen uit de oude doos opdissen, heeft het volgens Elsemieke Havenga-Hillen mis. Nadat zij in 1984 met het vrouwenhockeyteam Olympisch kampioen werd bij de Spelen van Los Angeles, bekroop haar een gevoel van teleurstelling. “Ik ben typisch iemand die werd gevangen door het Olympisch vuur. De sfeer tijdens de Spelen is zo uniek dat ik later dacht: het is jammer als dit zomaar wegvalt, voor onszelf maar ook voor toekomstige Olympische sporters.”

Een dergelijke ervaring hadden ook Tjeerd van Wimersma Greidanus (chef d'equipe van de Nederlandse roeiers in 1968 en chef de mission bij de winterspelen van 1984) en Rob von Bose (official in '80, '84 en '88) waarna het drietal in 1986 de NVOD oprichtte. Van Wimersma Greidanus: “De NVOD is een klankbord voor Olympische deelnemers en een vangnet voor sporters die na hun carrière in het bekende zwarte gat vallen. Maar, en dat is misschien wat idealistisch, wij willen vooral de Olympische gedachte uitdragen.”

Met name aan die laatste functie wordt met het oog op het Olympisch jaar 1992 aandacht geschonken. Zo probeert op 28 september Arnold Vanderlijde de verbroedering tussen sporters te bevorderen door talentvolle boksertjes te leren elkaar op verantwoorde wijze toe te takelen. Tot aan de zomervakantie van volgend jaar zullen nog diverse andere (oud-)sporters trachten de jeugd te enthousiasmeren. Dertig van de ruim vierhonderd leden tellende vereniging waren daarnaast bereid om een schilderij te vervaardigen.

De opbrengst van de kunstwerken (men streeft naar ƒ 30.000) komt ten goede aan de Jeugd Olympische Dagen. Of het gewenste bedrag dan al beschikbaar is, blijft de vraag want zaterdag had niet iedereen zo'n creatieve bui als Anton Geesink. Fedor den Hertog (wielrennen 1968 en 1972) slaagde er bijvoorbeeld maar niet in de renners in een natuurlijke houding op de fiets te krijgen. En de artistieke probeersels van Egbert van 't Oever (Olympisch schaatser in '52, '56 en coach in '80 en '88) bleven vooralsnog steken bij een schets van een erepodium die hij thuis hoopt te voltooien.

Foto: Harry Ketelaar, die als waterpoloër deelnam aan de Olympische Spelen in 1948, probeert samen met kanovaarder Klingers overeind te blijven bij een reünie van oud-Olympiërs. (Foto Hans van Oort)