Sfeer Tbilisi angstaanjagend en agressief; Gamsachoerdia ziet in acties oppositie de hand van Moskou; Veel Georgiërs hebben hun jachtgeweer uit de kast gehaald

TBILISI, 23 SEPT. De spanning in Tiblisi, de hoofdstad van Georgië, leek vannacht om twee uur, na een weekeinde vol agressie, even te wijken bij het zwaarbewaakte televisiecentrum waar de oppositie tegen president Zviad Gamsachoerdia zich met soldaten van de Nationale Garde heeft teruggetrokken. Bij botsingen tussen voor- en tegenstanders van de president zijn volgens onbevestigde berichten drie doden en twintig gewonden gevallen.

Parlementslid en filmregisseur Eldar Sjengelaja bracht verslag uit van een onderhandelingsronde tussen parlementsleden van de oppositie en van de regeringsfractie Ronde Tafel, gevoerd onder het toeziend oog van Georgiës geestelijk leider, katholikos Ilija II.

Afgesproken werd, dat er vannacht geen geweld zou worden gebruikt en dat de president zijn aanhangers naar de provincie terug zou sturen. Maar de verzamelde menigte gelooft Sjengelaja niet: waarom wil de president zelf niet praten met de oppositie, die wordt geleid door ex-premier Tengis Sigua?

Twee pantservoertuigen vol bewapende soldaten van de Nationale Garde, een mensenmenigte met kaarsen, artilleriegeschut achter een stapel zandzakken, barricades van bussen en vrachtwagens, tientallen vrijwilligers met jachtgeweren, handgranaten en ander wapentuig: zo ging de oppositie gisteren een onzekere nacht in. De oppositie lijkt vast van plan, haar laatste bolwerk, het televisiecentrum, tot de laatste snik te zullen verdedigen.

Volgens commandant Gela Latsjava zijn er tweeduizend Nationaal Gardisten in en rond het gebouw, en nog eens vijftienhonderd op de basis Sjavnabada, maar dat getal lijkt sterk overdreven. Duidelijk is wel dat tientallen Georgiërs hun jachtgeweer uit de kast hebben gehaald om hun democratie te verdedigen. “Wij hebben destijds allemaal voor Gamsachoerdia gestemd, maar hij is een grote provocateur gebleken.”

De Nationale Garde, aldus Latsjava, zal niet aanvallen maar alleen de verzamelde mensen, ongeveer vijfduizend in getal, verdedigen. Waarom ik hier ben? zegt Maja. “Omdat het me niet bevalt dat onze regering ons het woord niet geeft. Ik ben bang, maar blijf tot het einde.”

De spanning is in Tbilisi dit weekeinde zo hoog opgelopen dat niemand voorspellen kan wat de afloop van de crisis zal zijn. Gaat er bloed vloeien of lukt het een gewapend conflict te vermijden? De voortekenen zijn ongunstig: president Gamsachoerdia in niet tot onderhandelen met de "putschisten' bereid. Het is gisteren gebleven bij vrij vruchteloze pogingen, om de dialoog op gang te brengen, hoewel er telefonisch contact is geweest tussen Gamsachoerdia en de afvallige commandant van de Nationale Garde, Kitovani.

In de nacht van zaterdag op zondag liep het politieke gevecht al bijna op bloedvergieten uit toen een woedende menigte van duizenden Zviad-aanhangers eigenhandig de barricades op de Roestaveli-boulevard kwam opruimen, waarop zich maar een kleine driehonderd opposanten hadden teruggetrokken.

De sfeer was angstaanjagend en agressief. Na een uur lang woedend heen en weer schreeuwen liepen de "zviadisten' de barricades letterlijk onder de voet, onder een stenenregen van de oppositie, die vervolgens het hazepad koos. Er vielen ten minste twintig gewonden, door stenen en stokslagen. Vuurwapens werden niet gebruikt en de politie greep niet in.

De escalatie begon zaterdagochtend met een incident voor het Regeringshuis, Gamsachoerdia's bolwerk, dat beschermd wordt door hem trouw gebleven leden van de Nationale Garde en burgers, die speciaal voor de gelegenheid van het platteland zijn aangevoerd. Zij hadden zich verschanst achter autobussen, waarmee het plein voor het regeringshuis hermetisch was afgesloten, alsof de oppositie echt elk moment tot de bestorming kon overgaan.

Om elf uur 's ochtends trokken veertig leden van de Nationaal-Democratische Partij, wier leider Georgi Tsjantoeria vorige week is gearresteerd, naar het Regeringshuis om op het plein een hongerstaking af te kondigen. Zij werden onmiddellijk, zoals te verwachten was, belaagd door woedende omstanders en vervolgens in elkaar geslagen door politiemensen in burger en van het plein verwijderd.

Gamsachoerdia betitelde deze sit-down als een poging om het bewaakte Regeringshuis binnen te dringen en riep de hulp van de bevolking in. De hele dag zond de televisie met behulp van een noodaggregaat zijn oproep aan het volk uit om de president te komen verdedigen. Met busladingen tegelijk werden zij - geheel in Roemeense stijl - aangevoerd en om vijf uur 's middags sprak de president, toegejuicht door extatische vrouwen, de menigte toe. Het volk moet krachtig optreden tegen provocateurs en Kremlin-agenten als Sigua en Tseretelli, het moet de democratie verdedigen, riep de president, waarop de menigte “weg met de verraders” scandeerde.

Niet bekend

Woedend over het in elkaar slaan van hun maten besluiten de demonstranten van de oppositie vervolgens aan het eind van de middag naar het regeringshuis te trekken, waar een paar minuten later twee brullende menigten met gebalde vuisten tegenover elkaar staan, slechts gescheiden door een aaneengesloten rij autobussen. “Zviadi, Zviadi”, klinkt het uit duizenden kelen op de trappen van het Regeringshuis, “Judas, Judas”, antwoorden de tegenstanders van de president.

Dan gebeurt er iets ongelooflijks. De anti-zviadisten laten een grote vrachtwagen aanrukken die de bussen een voor een begint weg te slepen. Even later staan de opgewonden tegenstanders oog in oog, een zielig rijtje wanhopige politieagenten tussen beide partijen in. Er gebeurt echter niets. Parlementsvoorzitter Asatiani roept om een dialoog en stelt onderhandelingen voor.

Om kwart voor acht 's avonds spreekt Gasmachoerdia de massa toe. Hij noemt de situatie “verschrikkelijk” en “moeilijk te controleren”, maar als er bloed gaat vloeien ligt de schuld geheel bij de oppositie. Hij wordt overstemd door geroep om zijn aftreden.

Na een mislukte onderhandelingspoging loopt Sigua, omringd door aanhangers en leden van de Nationale Garde, naar het televisiecentrum. Hij roept de president op tot een televisiedebat over de crisis, maar deze weigert, waarop Sigua hem een lafaard noemt. De televisie is nog niet bezet door de oppositie, het gebouw is afgegrendeld. Een redacteursvergadering heeft de door Gamsachoerdia benoemde directeur inmiddels ontslagen en voorgesteld de staatstelevisie onafhankelijk te verklaren.

Sigua gaat het televisiecentrum binnen met een aantal leden van de Nationale Garde en bereidt zich voor op een toespraak tot het volk. Uitzenden kan hij die niet, want de televisietoren is in handen van de regering. De onderhandelingen zijn afgebroken, de demonstranten van de oppositie trekken zich terug. Er lijkt een impasse bereikt, totdat de spanning 's nachts weer snel toeneemt als de zviadisten oprukken naar de barricade van de oppositie.

Om vijf uur zondagochtend, als de zviadisten hun tegenstanders van de straat en uit hun partijgebouwen hebben gejaagd, keert de rust weer. “Misdadig”, zo betitelt Michail Naneisjvili, een van de gematigde oppositieleiders, Gamsachoerdia's gedrag, 's nachts op straat. “De hele dag heeft hij de mensen tegen elkaar opgezet, hij heeft deze massale botsingen geprovoceerd. De massa weet van niets.”

“Een poging tot staatsgreep”, zo kwalificeert Zviad Gamsachoerdia de gebeurtenissen de volgende dag in een van zijn vele televisietoespraken. “De putschisten wilden de president gevangen nemen, zij hadden ijzeren stangen en hebben gas gebruikt. De poging is mislukt, want het volk heeft ze teruggeslagen” aldus de president.

Inmiddels wordt er opgeroepen tot een dialoog, maar Gamsachoerdia weigert met de oppositie te praten. “De oppositie moet toegeven, er zullen geen strafmaatregelen tegen hen worden genomen”, zegt presidentswoordvoerder Giorgi Boerdzjanadze. “Als zij niet toestemmen zal het volk hen zelf ontwapenen. Het militaire overwicht is aan onze kant, maar wij willen geen geweld gebruiken.”

Gamsachoerdia en zijn aanhangers zien in dit alles de hand van Moskou. De Georgiër Edoeard Sjevardnadze speelt hier een snode rol. Ongeregeldheden zullen de aanleiding vormen voor het afkondigen van de noodtoestand en het inzetten van Sovjet-troepen. De Moskouse en buitenlandse media maken zich schuldig aan laster over Georgië, legt men ons uit. Voor de oppositie is de identificatie met Moskou heel gevaarlijk: dat is in het naar vrijheid hunkerende land zo ongeveer de slechtst denkbare reclame.

Met het vallen van de nacht van zondag op maandag neemt rondom het televisiecentrum de spanning weer toe. Er worden geen onderhandelingen gevoerd. De ongeveer vijfduizend opposanten bij het gebouw zijn rustig. Ook de zviadisten bij het regeringsgebouw, een paar kilometer verderop, lijken tot bedaren gekomen. De nacht verloopt rustig. Maar er is wapentuig alom en een president die niet voor rede vatbaar lijkt. Een gevaarlijke patstelling.