Op gifbelt na is er in Alphen weinig te beleven

Alphen aan den Rijn, gemeente van 62.000 zielen in het hart van Holland, onleende jarenlang bekendheid aan vogelpark Avifauna. Sinds 1988 wordt de plaats meer vereenzelvigd met gif: het chemisch afval dat illegaal werd gestort in de voormalige Coupépolder. Afgelopen week voltrok zich de eerste hoorzitting van de commissie-Engwirda, die de rol van de gemeente in een van Nederlands grootste milieuschandalen onderzoekt. Maar het gros van de bevolking ligt er niet wakker van. Portret van een dorp dat stad probeert te zijn. En dat dagelijks de "varende bommen' ziet passeren.

Wie in Alphen aan den Rijn zijn vuilcontainer niet correct op het trottoir zet of te vol propt, kan tegen een gele of rode kaart aanlopen. Zo luiden de regels van de gemeentereiniging. Er zijn burgers die dat bestraffende vingertje niet waarderen. Sommigen zien een schril contrast tussen de geboden ordentelijkheid en het gemeentelijk handelen - of juist gebrek daaraan - in de kwestie-Coupé-polder. “Van ons wordt een voorbeeldig gedrag verwacht, dat de hoge heren niet wisten op te brengen”, zucht een bewoonster in een van de nieuwbouwwijken. Ze hangt half in de geledigde biobak, die ze met zeepsop probeert te reinigen, omdat het ding "zo allemachtig stinkt'.

Het in Alphen verschijnende Witte Weekblad bericht over een 26-jarige bewoner die bij het Topaasplantsoen een paar liter afgewerkte olie in de struiken goot. De man werd door de politie op heterdaad betrapt en voerde als excuus aan: “Alphen is al zo vuil, dat dit kleine beetje er ook nog wel bij kan.”

Alphen aan den Rijn: een dorp van 62.000 zielen, dat stad wil zijn. De gemeente in het hart van Holland afficheert zich met de leus: "De hele Randstad ligt er omheen'. Het is 37 kilometer naar Amsterdam en net zo ver naar Utrecht. Maar wie vanuit die Randstad naar Alphen rijdt, moet zich wel met een éénbaansweg of enkel spoor behelpen, een ongemak waar vooral het bedrijfsleven over klaagt. De Oude Rijn splijt de plaats in tweeën: aan de ene kant het oorspronkelijke Alphen, aan de andere kant de voormalige gemeente Oudshoorn, waar de dichter J.C. Bloem werd geboren en een gelukkige jeugd beleefde. In 1918 werden de twee - met het naburige Aarlanderveen - samengevoegd tot Alphen aan den Rijn. Na de oorlog kwam daar Zwammerdam nog bij.

Een echt stadshart in de vorm van een markt met kerk en raadhuis ontbreekt. Het gemeentebestuur zetelt in een modern stadskantoor aan de Castellumstraat, een naam die wijst op de Romeinse oorsprong van de nederzetting. Het aantal historische monumenten is echter snel geteld. Het zijn er precies veertig, inclusief een handvol molens en oude boerderijen in de geannexeerde dorpen. Vooral de laatste decennia is Alphen uit zijn voegen gegroeid. Het gros van de bevolking woont in uitgestrekte nieuwbouwwijken als Ridderveld en straks Kerk en Zanen, waar 5.600 woningen moeten verrijzen. Tussen de wijken liggen weilanden, waarin koeien vredig grazen. Veel inwoners komen komen van buiten en werken daar nog steeds: in Leiden, Den Haag, Amsterdam en op Schiphol. Dat geeft een dagelijkse stroom van forensen, die 's avonds - om een ingewijde te citeren - “achter de lamellen kruipen en zich niet met Alphen bemoeien”.

In de kerkelijke gezindte weerspiegelt zich een typisch Nederlands beeld: de rooms-katholieken staan aan kop en worden op de voet gevolg door hervormden, terwijl gereformeerden een derde plaats bezetten. “Vergeet God niet”, luidt de tekst op een reclamezuil aan de Prins Bernhardlaan; op de Adventskerk tegenover het Stadskantoor staat: “God roept ook u.” De Alphenaren, dat moet gezegd, zijn uiterst vriendelijk en behulpzaam. Vraag je in een café om een sigaar, dan krijg je die gratis.

Jarenlang werd Alphen in één adem genoemd met Avifauna, het tot in verre uithoeken van Nederland bekende vogelpark, dat sinds 1956 in handen is van het Van der Valk-concern. Deze keten van wegrestaurants en -hotels ontleent haar symbool - de grootsnavelige toekan - aan de Alphense attractie, die jaarlijks een slordige 250.000 bezoekers trekt. Tegenwoordig wordt de gemeente meer vereenzelvigd met chemisch en ander giftig afval, dat opgehoopt ligt in de Coupépolder, die tot 1 januari 1985 diende als regionale stortplaats van huisvuil en onschuldig puin. Dat was tenminste de opzet, maar de praktijk pakte anders uit. Zo komt het dat de leden van de hier sinds '87 gevestigde golfclub Zegersloot hun balletje op een gifbelt slaan.

De laatste tijd zijn er spelers die dat idee niet meer kunnen verdragen en hun lidmaatschap opzeggen. Maar de rest houdt moedig stand. “Zie je niet dat ik blaak van gezondheid? De konijnen ook en die graven nog wel.” De sportief geklede dame wijt de opschudding over Alphen hoofdzakelijk aan de pers, die de affaire naar haar stellige indruk heeft opgeblazen. Maar dat de gemeente fout is geweest, staat ook voor haar als een paal boven water en ze juicht het toe dat een commissie onder leiding van oud-Kamerlid Engwirda de gemeentelijke rol in de Coupépolder tot op de bodem wil uitzoeken.

Woensdagavond 18 september houdt de commissie, bestaande uit raadsleden van alle lokale partijen, haar eerste hoorzitting in de het Stadskantoor. Vijf getuigen van rijk en provincie worden beleefd maar indringend ondervraagd. Wie dacht dat de publieke tribune zou uitpuilen van de verontruste Alphenaren, vergist zich deerlijk. De belangstellenden, afgezien van de pers, zijn op drie handen te tellen. Maar diezelfde dag is er ook de befaamde Alphense jaarmarkt, voortgekomen uit historische paardenmarkt, compleet met kermis, vuurwerk, de onvermijdelijke oude ambachten, ringsteken en polsstokhoogspringen. In het centrum hangt een doordringende lucht van hamburgers en oliebollen. Heeft de hoorzitting daar soms onder te lijden? Of reikt de liefde tot de plaats niet verder dan de eigen voortuin? Weliswaar wees een enquête op initiatief van het Alphens Dagblad uit dat 69,9 procent van de bevolking zich zorgen maakt over de kwestie, van algemene opwinding is niets te merken. De kastelein van bruin café Markx in de Julianastraat maakt een wegwerpgebaar: “Die Coupépolder ligt daar helemaal achter.” Het milieuschandaal zou in zijn tapperij nauwelijks onderwerp van gesprek zijn. Of hooguit van cynische grappen, die worden gevoed door een niet aflatende geruchtenstroom. “Ze zeggen al dat er in de Coupé ondergrondse kernproeven genomen zijn. Straks liggen er ook nog atoombommen.”

De geruchtvorming - laatst weer over containers met gifgas voor Irak - hangt nauw samen met de nog steeds niet voltooide strafzaak tegen transporteur S. Kemp, die wegens het illegaal storten van chemisch afval in de Coupépolder tot vierenhalf jaar werd veroordeeld, maar van dit vonnis in hoger beroep ging. Over die strafzaak bestaat een indrukwekkend dossier vol getuigenverhoren, maar dat berust officieel bij justitie, die het niet vrij wil geven. Toch circuleren er in Alphen diverse kopieën van de ordnerdikke bundeling processtukken: “Ik zeg altijd: gevonden in een vuilnisbak bij Mellery”, aldus H. Gerritsma van het bewonerscomité. Mellery is het dorp in Wallonië waar zich een soortgelijke gifbelt bevindt, ook met Hollandse chemicaliën, waar Kemp volgens de aanklacht de hand in heeft gehad. Er zijn meer Alphense actievoerders die Mellery als vindplaats van het dossieraanwijzen, maar de gemeente Alphen wil volgens woordvoerder P. Camphuijsen slechts de officiële dan wel "koninklijke' weg bewandelen om er de hand op te leggen.

Het curieuze is dat het dossier wel in de bureaula van gemeente-ambtenaar D.M. Passchier ligt. Hij is chef stadsontwikkeling, maar beschikt over de stukken als secretaris van de onderzoekscommissie-Engwirda. “De burgemeester mag ze niet inzien en dat is belachelijk”, zegt Camphuijsen. “Zo kunnen we geen antwoord geven op vragen die ons op basis van het dossier worden gesteld.”

De burgemeester is CDA-lid M. Paats, die gedurende een langse reeks van jaren met Alphen vergroeid raakte. Hij was er leraar Nederlands en maatschappijleer, raadslid en wethouder (van 1966 tot 1974) en vervult er zijn huidige ambt sinds 1979. Het is onmogelijk hem te spreken te krijgen. “Paats wil de conclusies van de commissie-Engwirda en de gevolgtrekkingen van de raad afwachten”, aldus woordvoerder Camphuijsen. Een rol speelt ook dat de burgemeester zich in een uitzending van NOS-Laat in mei dit jaar nogal ongelukkig uitliet door gewag te maken van gemeentelijke "vuile handen' en "misleiding' in de kwestie-Coupépolder. Maar het kan ook zijn dat Paats' uitspraken door de NOS onzorgvuldig werden gemonteerd. In elk geval volgt hij nu bij Ton Planken een mediatraining. Ook milieu-wethouder W. de Jong mijdt elk contact met de pers. Onlangs werd hij op last van de raad min of meer onder curatele gesteld omdat hij tekort zou zijn geschoten in het inspecteren van een opslagplaats voor klein chemisch afval, die niet aan de wettelijke normen beantwoordt.

Zo heeft Alphen behalve de Coupépolder meer gifschandalen of schandaaltjes. Aan de Handelsweg ligt 800 kubieke meter chemisch afval en 10.000 kuub vervuilde baggerspecie, die volgens justitie tegen de regels zijn gestort op last van gemeente-ambtenaren. In de Prins Hendrikstraat, die parallel loopt aan de Oude Rijn, staat op een bord: “Gevaarlijk terrein”. Hier bevond zich een asfaltfabriek, die na protesten van omwonenden over stank en andere hinder werd gesloten en gesloopt. Maar de gemeente heeft geen geld om de zwaar vervuilde locatie te saneren.

Daar vlakbij, in de buurtschap Gouwsluis, woont Poedel van Dam. “Vroeger, in mijn jeugd”, zegt hij, “pakte je een stuk teer om op te kauwen, maar als je het nu doet, val je ter plekke dood neer. Zo synthetisch is die troep geworden.” De man is 71 jaar en vermoedelijk de enige Nederland die onder zijn bijnaam - Poedel - in het telefoonboek staat. Een gewezen fietsenmaker, die ondanks zijn jaren nog acrobatische toeren op een buitenmodel rijwiel uitvoert. Hij draagt een eerbiedwaardige grijze baard, die hij liet staan omdat hij in een dronken bui zijn kin had beschadigd. “En die baard gaat er weer af als het gif uit de Coupépolder is, dus nooit”. Verder is hij spandoekschilder en gelegenheidsrijmer: “Een woord dat Poedel raakt en het rijmpje is gemaakt”. Over de gifbelt: “Holderdebolder, we hebben een Coupépolder, er was zogenaamd niets aan de hand, maar hij zit vol trammelant”.

Henk Metaal wekt een minder jolige indruk. Als raadslid voor de PvdA maakte hij al in 1980, dat wil zeggen acht jaar voor Alphen een affaire werd, de zaak Coupépolder aanhangig in de raad. Een zegsman van de milieudienst Rijnmond had hem ingelicht over grote vrachten chemisch afval, die klandestien ter plekken waren gedumpt. B en W en de hele raad, inclusief zijn eigen fractie, lieten hem vallen. Als hij bewijzen meende te hebben onder meer over "steekpenningen aan de stortbaas' moest hij maar naar de justitie,zo werd hem te verstaan gegeven. Metaal is al lang geen raadslid meer. Hij zegt nu: “Ze beweerden allemaal: zoiets kan niet in Alphen en ook Paats speelde de opperste verbazing. Nu blijkt het allemaal waar te zijn. Maar het trieste is dat de gemeente Alphen er weinig of niets van heeft geleerd.”

Dat wordt volgens hem nog eens bevestigd door wat een vrouw in de nieuwe wijk Kerk en Zanen meemaakte. Ze wilde de gemeente aan de hand van een foto het bewijs leveren dat op een bepaalde plek in die wijk twintig jaar geleden een sloot met afval was gedempt. Metaal: “In plaats dat de gemeente zei: bedankt voor de moeite mevrouw, we gaan het onderzoeken, werd de boot afgehouden. Het grote ontkennen is dus nog steeds aan de gang. Hoe dat komt? Dat is voer voor psychologen. Wat ik wel weet is dat de gemeente zich altijd wat naïef, als de geslagen hond heeft gedragen.”

Op 6 september jongstleden vierde Joop van der Vlies zijn 25-jarig jubileum als raadslid voor de PvdA. Tien dagen later is zijn woonkamer nog één bloementuin, zij het dat de verwelking heeft toegeslagen. Hij maakte alle verwikkelingen rond de Coupépolder mee, maar vertoont de neiging er nogal lakoniek en bij vlagen geïrriteerd op te reageren. “Alle ogen zijn op Alphen gericht, maar driekwart van de Nederlandse vuilnisbelten is vergiftigd. Vroeger gooide iedereen zijn terpentijn door de rioolput en de batterijen gingen met het gewone afval mee. Zo simpel is dat. Het accent wordt zo zwaar op de Coupépolder gelegd, maar Alphen is meer dan dat. Er gebeuren hier ook zoveel goede dingen. Legio gemeenten zijn komen kijken hoe we hier het zwembad bouwden met whirlpool en al. Vroeger moest je voor een nieuw kostuum naar Leiden, nu hebben we hier V & D en Kreijmborg. Er komt een theater en we zijn hard bezig met de renovatie van het winkelcentrum de Aarhof. Amsterdammers, Leidenaars en Hagenaars zijn blij dat ze hier kunnen wonen. De werkloosheid is slechts vijf procent.” De groei van de gemeente en de uitbreiding van het voorzieningenpeil doen zijn socialistisch hart duidelijk goed. “De raad heeft niet zitten slapen bij de gang van zaken rond de polder. Er was in de tijd dat er werd gestort onvoldoende kennis over het milieu en het apparaat was er ook nog niet om de zaak behoorlijk te controleren. Achteraf zeg ik: misschien hadden we als raadsleden het stort eens wat vaker moeten bezoeken, maar we waren in die dagen druk bezig met de stadsuitbreiding en de belt zou toch dichtgaan.”

Dat gebeurde op 1 januari 1985. Maar het gif zit in de grond en met peperdure beheersmaatregelen, zoals het eufemistisch wordt genoemd, probeert men de verontreiniging te isoleren van haar omgeving. Tot acht meter diep worden damwanden geslagen. Dat is ook het grote verschil met Lekkerkerk. Daar werd de zaak afgegraven, hier is de afvalberg, hoe zeer ook begroeid, als een zweer in het landschap blijven liggen.

Intussen blijft de belt ook haar kuren vertonen. Cécile van Laar zat jaren in de streekcommissie Alphen en Omstreken en maakt sinds kort deel uit van de Groen Links-fractie in de Zuidhollandse staten. Op een septembernacht vorig jaar werd ze gebeld door tuinder Gerritsma, die vlakbij de voormalige belt woont. Hij had rookpluimen waargenomen. Of Cécile wilde komen kijken. “En dat deed ik natuurlijk, maar ik wilde ook de politie erbij, want anders zou men weer zeggen dat we spoken zagen. We kregen wachtmeester Witsenburg zover dat hij meeging. Witsenburg zette op de belt zijn halogeenschijnwerper aan en daar waren ze, mijnheer, wel honderd stoompluimen of meer.” Later deed de Heidemij onderzoek naar de samenstelling van de dampen. Er bleek benzeen, tolueen en xyleen in te zitten. Van Laar stak bovendien een hooibergthermometer in de bult en stelde de koorts vast op 73 graden Celcius.

“Ik ben ”, zegt ze, “nu eenmaal een ontzettende zeurkous. Ik blijf zoeken, ik blijf de instanties brieven schrijven.” Wat dat betreft moet ze afwijken van het gros van de Alphenaren. Dat zijn volgens haar in het algemeen stille mensen, die niet zo gauw in actie komen. “De emoties moeten al heel hoog zijn opgelaaid wil men komen luisteren op een voorlichtingsavond. En dan zitten ze er nog zwijgend bij. Er heerst een soort hulpeloosheid. De mensen denken: we kunnen ons wel druk maken, maar het schorem loopt nog los en daar bedoelt men hoge ambtenaren en bestuurders van de gemeente mee. Wat de bevolking ook niet snapt is waarom ze van alle storters alleen Kemp hebben gepakt. Hij was maar één transporteurtje; er waren veel grotere bij betrokken. En eerlijk gezegd: ik snap het ook niet.”En is die Coupépolder trouwens wel het grootste gevaar dat Alphen bedreigt? Vijftig keer per dag gaat in het centrum de brug open voor de scheepvaart op de Oude Rijn, tenminste vijftien maal voor tankschepen, die kerosine van Rotterdam naar Schiphol vervoeren. Het zijn varende bommen, vooral als ze leeg zijn, omdat zich dan zeer explosieve dampen in de ruimen verzameld hebben. “De tankers varen onder de keukenramen door”, klaagt een vrouw die aan de walkant woont. De brugwachter zegt dat hij een EHBO-diploma heeft en barst dan in lachen uit: “Maar daar zal ik waarschijnlijk niet veel aan hebben als de boel ploft.” Er is een rampenplan. Politiewoordvoerder P. Twigt: “Dat is een dik boekwerk, waarin we beginnen te bladeren mocht er iets gebeuren.” Jarenlange pogingen van de gemeente om de Oude Rijn verlegd te krijgen, ketsten af op geldgebrek. Hogere overheden wilden niet meebetalen. Volgens de plannen komt er in 1994 een pijpleiding voor kerosinetransport tussen Jutphaas en Schiphol. Dat betekent dat de risico's nog drie jaar blijven bestaan.

Alphen aan den Rijn: een dorp met stadse aspiraties en vergane glorie. Raadslid Van der Vlies: “Vroeger in de naoorlogse jaren, toen Avifauna nog eigendom was van de hoedenfabrikant Ten Brink, traden daar beroemdheden opals Glenn Miller en Frank Sinatra. Dat werd op de reclamezuilen in Londen en Parijs aangekondigd.”

Poedel van Dam: “Alphen een stad? Kom nou. Hazerswoude-Rijndijk is meer stad dan Alphen. Daar zie je 's avonds tenminste de rooie lampjes branden. Er is hier nog geprobeerd een bordeel van de grond te krijgen: "Sweet Memory', tegenover het station. De enige klant, die ik er ooit voor de deur heb gezien, was Paats om de zaak te verbieden. ”