Koevermans danst op tafel na zege in Mexico

MEXICO-STAD, 23 SEPT. Mark Koevermans had beloofd op de tafel te zullen gaan dansen als de overwinning binnen was, en hij deed het ook. Nauwelijks had het orkestje, dat zaterdagavond het diner opluisterde dat de Mexicaanse tennisfederatie de Nederlandse delegatie aanbood, de eerste maten ingezet van een gladgestreken versie van New York, New York of Nederlands meest flamboyante speler klom tussen de borden en het bestek en deinde uitgelaten mee.

Het middernachtelijk uur naderde toen al en Koevermans zelf was er, meer nog dan wie ook, van doordrongen dat de volgende dag nog een partij wachtte voor de afsluiting van de kwalificatie-wedstrijd voor de Davis Cup. Maar niemand keek werkelijk verbaasd, want de uitgelatenheid van de Nederlandse equipe was even vanzelfsprekend als begrijpelijk.

Het team had, in zijn optreden naar buiten in elk geval, een ware metamorfose ondergaan na de eclatante, en beslissende overwinning in het dubbelspel van die middag op het Mexicaanse dubbel Lavalle-Lozano: een overwinning die niet alleen de zege in dit treffen veilig stelde maar daarmee ook een plaats in de wereldgroep, de laatste zestien van de Davis Cup van volgend jaar. Nauwelijks was de laatste service van Richard Krajicek in het beslissende punt van de derde set omgezet, of alles wat Nederland was stormde de baan van de Club Aleman op: de Nederlandse kolonie in Mexico, aangevuld met een groot aantal op studiereis verkerende Groningse studenten. Koevermans en Paul Haarhuis waren de eersten om Krajicek en Siemerink, de beide juniors van de Nederlandse ploeg, te omhelzen waarna op de baan van de Duitse club in Xochimilco het Nederlandse festijn kon losbarsten.

Ook coach Stanley Franker liet op slag alle reserves varen en deelde volop in de vreugde. “Natuurlijk ben ik nu een ander mens, dit is toch fantastisch! Dat deze twee jonge jongens hebben laten zien onder druk te kunnen presteren is een enorme winst. Het was voor allebei de eerste Davis-Cupwedstrijd: tegen een duo dat niet alleen meer ervaring heeft, maar dat ook veel vaker samen heeft gespeeld. En dan winnen ze zo simpel!”

Franker gaf toe dat hij een risico had genomen door, in weerwil van de aankondiging, zijn beide jongste spelers de baan op te sturen voor deze dubbel. Die beslissing was ook pas de ochtend zelf genomen, na het bekijken van een video van de wedstrijd tussen de Verenigde Staten en Mexico van vorig jaar (3-2). “Haarhuis en Koevermans waren nog wat stijf van hun enkelspel van gisteren; ik wilde ze wat rust gunnen voor de derde dag.” Als de gok verkeerd was uitgepakt, en Krajicek en Siemerink hadden verloren, had Franker in elk geval op de laatste dag twee fitte spelers het strijdperk in kunnen sturen om de beslissing te forceren. Maar nu was die beslissing al na de tweede dag bereikt.

Na het uitbundige feest van zaterdagavond (dat overigens het spel van Koevermans noch dat van Haarhuis nadelig beïnvloedde) was de dag van gisteren in meerdere opzichten een anti-climax. Niet alleen voor de verkopers van zitkussentjes en snoepjes en sigaretten en petjes die tot hun verbazing en teleurstelling maar een fractie van de verwachte hoeveelheid publiek het pad naar de Club Aleman zagen inslaan. Niet alleen voor dat restje Mexicaanse publiek, dat nauwelijks meer de fut kon opbrengen hun spelers aan te moedigen bij wat opnieuw twee simpele afdroogpartijen zouden blijken (6-3, 6-3 en 6-2, 6-4) en dat zich meer bezighield met het zo zichtbaar mogelijk converseren middels draadloze telefoons en het toejuichen van de kortgerokte sponsormeisjes die op de tribunes paradeerden.

Ook spelers en pers hadden de bui al zien hangen en toonden zich nauwelijks meer verbouwereerd dan na de eerste dag. “Simple: son mejores” had toen al een van de grootste Mexicaanse kranten met koeienletters op de voorpagina toegegeven, “Ze zijn eenvoudig beter.” De Mexicaanse spelers bogen, letterlijk, deemoedig de hoofden op de persconferentie en de pers kon zich alleen maar rechtvaardigen door superlatieven te zoeken voor het spel van de tegenstander. In geen twintig jaar had een Mexicaans Davis-Cupteam zo op de broek gehad. Ze waren met 5-0 vernederd en hadden in vijf partijen welgeteld één set op hun naam gebracht.... Zelfs de VS hadden hier de vorige keer maar met 3-2 de zege binnengehaald.

Bij Haarhuis en Koevermans was ten overstaan van die Mexicaanse pers, de baldadigheid al snel omgeslagen in een aangenaam soort zelfverzekerdheid. “Wat zijn jullie kansen om volgend jaar de Davis Cup te winnen?” “Oh, zeker 95 procent. Oh, wacht even, is het de bedoeling dat we serieus zijn?”

Beiden loofden in ruime bewoordingen het Mexicaanse publiek, waarvan men de ergste verwachtingen had gehad. “We hadden gehoord dat het hier grof toe kon gaan, maar ik geloof dat de Mexicaanse spelers blij moeten zijn met zo'n publiek. Ze steunen de spelers door dik en dun dat kun je van het publiek in ons eigen land niet zeggen. Natuurlijk,” zo vervolgde Haarhuis, “waren er wat vervelende dingen, scheldwoorden en ijsblokjes in je nek als je moest serveren, maar bij mij slaat dat om in positieve energie.” Dat het publiek ook op gezette tijden “Remember Jimmy Connors” had geroepen vermeldde hij niet. En Koevermans trok dat positivisme nog verder door. “De coach heeft mij met name voor de enkelspelen ingezet omdat ik op mijn best ben als er een groot, vijandig publiek om me heen is. Daarom juinde ik mezelf dan ook op als een dubieuze beslissing was, om het publiek wat te activeren... Maar het applaus dat ze Krajicek en Siemerink zaterdag gaven, na de overwinning in het dubbelspel, was fantastisch, dat waardeerden we enorm.”

“Vrienden voor het leven,” had Paul Haarhuis, met een Corona-biertje verscholen onder zijn jack, de vorige dag nog half gegrapt naar aanleiding van de opvallende teamgeest binnen de Nederlandse ploeg; en het lijkt verantwoord Stanley Franker de architect te noemen van de eenheid binnen dit stel jonge honden.

Zelf noemt de bondscoach een andere factor die althans voor deze zege van meer belang was: de voorbereiding. “Als we een week later in Mexico waren gearriveerd waren we kansloos geweest. Nu konden we ons bijna twee weken lang aanpassen aan klimaat, tijdsverschil, hoogteverschil en leefomstandigheden. Iedereen was door de aangepaste training op zijn top. Of de Mexicanen me zijn tegengevallen? Nee hoor, wij zijn gewoon enorm goed. Vier jonge jongens in de top-40, we verdienen een plaats bij de beste zestien landen, en we kunnen er nog ver mee komen.”