Internationale marktbeeld wordt positiever

UTRECHT, 23 SEPT. De presentatie van de Miljoenennota bracht maar weinig nieuws voor de obligatiemarkt.

Uit de overvloed aan cijfers selecteerde de markt al snel de belangrijkste gegevens. In volgorde van afnemende importantie zijn dit: de financieringsbehoefte voor 1991 ter grootte van 46,5 miljard gulden, voor 1992 van 45,4 miljard gulden, voor 1993 van 46,1 miljard gulden en voor 1994 van 51 miljard gulden. De behoefte voor het lopende jaar wordt daarmee 1,6 miljard gulden hoger dan eerder werd aangenomen. Toch is dit nog duidelijk lager dan waarmee sommige sombere marktpartijen rekening hielden. Al met al lijkt het nog dit jaar te financieren bedrag niet dusdanig groot te zijn dat het een nieuwe staatslening rechtvaardigt. Meer waarschijnlijk is, dat het reeds enige malen beproefde middel van het heropenen van een lening ter hand zal worden genomen. De meest recente 10-jarige 8,75 procent lening komt hiervoor in aanmerking. Deze lening is nu 6,75 miljard gulden groot. Een iets grotere omvang zal de verhandelbaarheid van deze lening zeker ten goede komen. Ondanks al het politieke nieuws in de vorm van de miljoenennota waren de omzetten op de obligatiemarkt zeer laag en kwamen de koersen vrijwel niet van hun plaats. Slechts buitenlandse factoren als de toenemende druk op Sadam Hoessein en een bericht als zou Boris Jeltsin in het ziekenhuis zijn opgenomen deden de prijzen iets afkalven waardoor het rendement op 10-jarige leningen steeg van 8,77 naar 8,8 procent.

Het renteverschil met Duitsland bleef 36 basispunten (honderdste van 1 procentpunt). Inmiddels zijn er echter wel weer ruilingen geconstateerd van Bundesanleihen naar Nederlandse staatsleningen. In het D-mark segment kwam donderdag de Republiek Zuid-Afrika met een 10,5 procent 5-jarige eurolening, uitgegeven op een koers van 100. Deze eerste Zuid-Afrikaanse lening sinds zes jaar ontlokte vooral bij Duitse particulieren zoveel vraag dat het emissiebedrag al snel werd opgetrokken van 300 naar 400 D-mark. Het geboden rendement is gelijk aan dat van vergelijkbare Turkse en Hongaarse leningen. Landen die er economisch gezien toch stukken slechter voor staan dan Zuid-Afrika.

Internationale obligatiemarkten

Hoewel de rentetarieven slechts kleine veranderingen laten zien, lijkt er op de internationale obligatiemarkten een positiever beeld te ontstaan. Na de recente discontoverlagingen in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk wordt nu rekening gehouden met een verlaging van de officiële tarieven in Japan, Frankrijk, Spanje en wellicht andermaal het Verenigd Koninkrijk. Voor de meeste Europese landen geldt dat de inflatietrend neerwaarts gericht blijft. In Frankrijk bijvoorbeeld is de inflatie zelfs tot 3% gedaald. In de V.S. was na de laatste discontoverlaging slechts sprake van een kleine rentedaling, maar voldoende om te zorgen dat de "benchmark' met 7,9 procent het laagste niveau in bijna twee jaar bereikte. Inmiddels behoort de Amerikaanse rente tot een der laagste van de geïndustrialiseerde wereld, een factor die de dollar de laatste tijd parten heeft gespeeld. Dit en tegenstelling tot de Duitse mark die afgelopen week steeg naar de derde positie van in het EMS, na de Spaanse peseta en de Belgische frank. De peseta wordt niet alleen ondersteund door de relatief hoge korte rentes: de Spaanse minister van Financiën kondigde aan dat het kapitaalverkeer dit jaar volledig zal worden geliberaliseerd. Verwacht mag worden dat daarna, hoewel waarschijnlijk niet meer dit jaar, de bandbreedte van de peseta in het EMS van nu 6 naar 2,25 procent zal worden teruggebracht, in overeenstemming met de fluctuatiemarge van de (met uitzondering van het pond) overige valuta. Naast de Engelse gilt-markt, voor de vijfde achtereenvolgend week vast gestemd, gaat de belangstelling uit naar de ECU-markt. Beleggers namen afgelopen maand al een voorschot, met name in het lange segment. Tekenend is ook, dat het renteverschil tussen ECU- en D-markleningen is teruggelopen tot een niet eerder voorgekomen 40 basispunten. Hoewel nog geen duidelijkheid bestaat over aard en tempo van de realisering van de Europese monetaire eenwording, lijkt een belangrijke rol van de ECU in de nabije toekomst onontkoombaar.

Bron: Institute for Research and Investment Services, Joint Venture Rabobank en Robeco.