Hockeyteams missen een type spits als Van Basten

BERLIJN, 23 SEPT. Het Nederlandse hockey heeft simpel gezegd behoefte aan een mannelijke en vrouwelijke Marco van Basten. Beide nationale ploegen toonden aan tijdens het toernooi om de Champions Trophy in Berlijn, waar twee bronzen medailles werden behaald, een aanvaller te ontberen die regelmatig in een veldsituatie een doelpunt scoort. Het is opmerkelijk dat zowel de Nederlandse mannen- als de vrouwenploeg dezelfde tekortkoming had. Mannenbondscoach Hans Jorritsma sprak na afloop van “een zorgenkind”.

De Nederlandse hockeysters scoorden in het hele toernooi maar twee velddoelpunten, in de eerste wedstrijd tegen Korea door Wolff. De mannen verhoogden in het laatste duel tegen het zwakke Sovjet-Unie het aantal van drie naar vijf, maar dat was nog altijd minder dan winnaar Duitsland (acht) en Pakistan (zeven). Door de 5-1 overwinning tegen de Russen eindigde Nederland op doelsaldo nog net voor Australië. Ook in Berlijn vergoedde de Nederlandse strafcorner veel, maar dit keer niet alles. Floris-Jan Bovelander had weliswaar een niet zo'n hoog scoringspercentage (44 procent) als bij het laatste WK in Lahore, maar door zijn drie benutte corners tegen Sovjet-Unie kwam hij toch op 35 procent uit. Ook de Nederlandse vrouwen hadden het hoogste percentage van alle deelnemende teams, 19 procent.

Maar het is gezien de ontwikkelingen in het internationale hockey pure noodzaak dat Nederland meer uit veldsituaties gaat scoren dan nu het geval is. Pakistan, de winnaar van de zilveren medaille, kwam, voor het eerst in de historie, met een ijzersterke strafcorner op de proppen en schoot daarmee zeven keer raak. Dat leverde een zeer verdienstelijk scoringspercentage op van 29 procent. En dat is een grote bedreiging voor de concurrenten. Nederland moet nu de tegenaanval zoeken met het verhogen van het aantal velddoelpunten. De Oranjespitsen zijn zowel bij de vrouwen als mannen stuk voor stuk goede hockeyers. Alleen scoren ze nauwelijks. Taco van den Honert maakte bijvoorbeeld gisteren tegen de Russen zijn dertigste doelpunt voor Nederland, maar dat gebeurde wel in zijn 113de interland. Ingrid Wolff, de centrumspits bij de vrouwen, scoorde bij de vrouwen in 98 wedstrijden maar 35 keer.

De Nederlandse aanvallers missen de echte killersmentaliteit, zeggen de twee bondscoaches. Ze zijn niet resoluut en agressief genoeg voor het vijandelijke doel. Hans Jorritsma ziet zijn hockeyers bijna nooit liggend scoren of ten minste een poging daartoe doen. “Tegen Sovjet-Unie maakte Taco zo wel een doelpunt en dan zie je ook hoe blij de ploeg daarmee is. De Duitsers liggen in de cirkel voortdurend over de grond te rollen.” De krachtige Australiërs hebben in de strafcirkel alleen maar oog voor de bal en ontzien hun opponenten niet en de Sovjets hebben Pleshakov, die in alle opzichten een gelijkenis vertoont met de Duitse ex-voetballer Horst Hrubesch. Hij kreeg tegen Nederland één kans en schoot die meteen op de plank achter doelman Leistra. De broodmagere Pakistanen bewijzen echter dat een spits niet robuust hoeft te zijn om succes te hebben in de cirkel.

Volgens Jorritsma en vrouwencoach Roelant Oltmans is het een groot nadeel dat de beste hockeyers en hockeysters in Nederland al op jonge leeftijd bij hun clubs op het middenveld worden gezet. “Daar zit ook wel wat”, gaf Jorritsma toe. “Een club denkt aan zijn eigen belang.” Voor de ontwikkeling van het Nederlandse hockey is het echter slecht. Er worden op deze wijze geen goede aanvallers meer opgeleid. De bondscoaches hopen dat hun “noodsignaal” enig effect zal hebben, maar, beseffen ze, veel kans is er niet. Jorritsma en Oltmans hebben in Berlijn ook aangekondigd op trainingen nog meer nadruk op het afwerken op het doel te zullen leggen. “Er zal toch iets moeten gebeuren.”

Oltmans wees op de twee riante kansen die Wietske de Ruiter in de laatste wedstrijd van de vrouwen, zaterdag, tegen Duitsland (0-0). “Zulke ballen moeten erin”, oordeelde de bondscoach. “Daar moet vol het hout onder. Desnoods sla je met de bal ook drie Duitsers het doel in.” Oltmans zegt het euvel steeds al op de training te bespeuren. “Als een speelster daar twee tegenstanders voor zich heeft slaat ze de bal al niet. Het lijkt wel of ze angst hebben een ander pijn te doen.” De coach constateerde dat in zijn selectie alleen Helen van der Ben, beste Oranjespeelster in Berlijn, “altijd vol uithaalt”. Maar zij speelt in de achterhoede.

Datzelfde is het geval met Floris-Jan Bovelander. “Die slaat”, zei Jorritsma, “iemand desnoods dwars doormidden.” De Amsterdammer heeft het echter nooit serieus overwogen om Bovelander in de aanval te posteren. “Het is me ook heel veel waard om hem in de verdediging te hebben.” Jorritsma heeft zijn hoop nog steeds op veteraan Tom van 't Hek gevestigd. De bondscoach noemt de tijdelijke clubarts van Ajax een rendabele centrumspits, net zoals dat in het verleden het geval was met Hidde Kruize en Roderick Bouwman. “Dat zijn types die egocentrisch in hun spel zijn. Die zoeken de kortste weg naar het doel en laten zich niet intimideren door de tegenstanders.” Van 't Hek scoorde met zijn 106 doelpunten in 217 interlands ook weer niet extreem veel, maar hij is bovendien een meester in het versieren van strafcorners.

Daarom is het begrijpelijk dat Jorritsma zich zorgen maakt om Van 't Hek. De speler van Kampong moest vlak voor het toernooi in Berlijn afzeggen omdat hij last heeft van zijn knie. “En daar sukkelt hij nu al een tijd mee”, zei Jorritsma na afloop in Berlijn. Hij riep als vervanger van Van 't Hek Robbert Delissen op. De HGC-spits, oudere broer van aanvoerder Marc Delissen, zat al eerder bij Oranje, maar viel voor de Olympische Spelen van Seoul uit de selectie. Jorritsma was toen ook coach. Hij viel nu toch weer terug op Delissen. “Want Veen is de enige spits die de laatste jaren is doorgebroken”, legde Jorritsma uit. Robbert Delissen mocht tegen Sovjet-Unie de hele wedstrijd meedoen. Hij scoorde niet. “Maar hij was een goed aanspeelpunt”, aldus Jorritsma. “Robbert is hockeyend minder dan andere spitsen, maar hij stoort veel en kan een bal vasthouden.”

Zowel Jorritsma als zijn collega bij de vrouwen, Oltmans is geen liefhebber van een soort breekijzer in de spits. Ze zien liever een allrounder, één die makkelijk een tegenstander kan passeren én kan scoren. Vandaar een Van Basten als voorkeurspits en geen Van Loen. Oltmans: “Je hebt in het voetbal ook meer aan een stormram dan bij het hockey. Daar kan je met het hoofd een wedstrijd beslissen. Dus koop je zoals Ajax een vent van 1.92 meter. Bij ons heeft het geen zin om zo lang te zijn. Het is eerder een nadeel.” Oltmans vindt trouwens dat het Nederlandse voetbal met hetzelfde probleem kampt als de hockeyers. “Kijk eens hoeveel Kieft de laatste jaren heeft gescoord. Ook niet veel. En wat te zeggen van Bosman? Van Basten is echt een uitzondering.”