Een verzameling notities

Voorstelling: Bot van Bert Kommerij door Fact. Regie: Jos van Kan; decor: Jan Ros; spel: Juul Vrijdag, Marieke van Leeuwen, Niek van der Horst. Gezien: 21-9 Toneelschuur Haarlem. Tournee t-m 9-11

Het is een misverstand te denken dat dingen betekenis krijgen door ze te benoemen, ook al doen we het allemaal. Vindt u dit een gemeenplaats? Toch is het al talloze malen geconstateerd en vaak op een manier alsof het een nieuw verworven inzicht betreft. Bert Kommerij, die onlangs zijn eerste toneelstuk Bot heeft geschreven waarin hij de beperktheid van taal en de betekenis van woorden aan de orde stelt, zal dan ook zeker niet de laatste zijn die over dit onderwerp zijn gedachten laat gaan.

Bot, dat nu in de regie van Jos van Kan bij Fact wordt opgevoerd, is een eigenaardig toneelstuk. Je kunt het nauwelijks een toneelstuk noemen, het is misschien beter te spreken van een losse verzameling notities. In deel één van Bot komen die uit de mond van een jongeman zonder naam (Niek van der Horst), in deel twee doet hij er het zwijgen toe en voeren vrouw 1 (Juul Vrijdag) en vrouw 2 (Marieke van Leeuwen) het woord. Hun dialoog bestaat uit korte, staccato-achtige zinnetjes zonder interpunctie. Het gesprek lijkt zonder begin en eind en ook het stuk ziet eruit of het kop noch staart heeft, totdat het na een uur toch plotseling afgelopen blijkt te zijn.

Wat uit de woorden van de drie figuren valt op te maken is dat ze zich tot doel hebben gesteld de wereld zo nauwkeurig mogelijk te observeren en te registreren. De jongen is een maniakale archivaris van zijn eigen leven; staand in het midden van een verhoogd vierkant podium (een doolhof? een snijtafel in het slachthuis?) doet hij verslag van wat hem bezighoudt, gevolgd door een opsomming van zijn bezittingen. De vrouwen, van wie één blind is, gaan meer analyserend te werk: het object van hun belangstelling is de jongen die ze tot op het bot trachten te beschrijven en ontleden. De ziende vrouw vertelt daarbij heel precies aan de blinde wat zij ziet al voegt ze eraan toe: “wat het is- wat lijkt hoeft niet te zijn- onthou dat maar”.

Marieke van Leeuwen en Juul Vrijdag spelen de vrouwen als licht getikte fanatici die hun omgeving met overgave ordenen en definiëren. Meer dan Niek van der Horst slagen ze erin het bizarre en absurde van hun bezigheid te benadrukken, zij weten van hun onmogelijke rollen iets te maken waar af en toe om te lachen valt. Aan de voorstelling als geheel is weinig vreugde te beleven. De hermetische tekst van Kommerij biedt de toeschouwer haast geen aanknopingspunten om een lijn in al deze quasi-diepzinnigheid te ontdekken. Dat is dodelijk als ook de uitvoering niet de kracht heeft de aandacht vast te houden - en zo kon het gebeuren dat ik me een uur lang behoorlijk heb verveeld.