Ecologische bouw in Boxtel; Dak van "ekogras' en muren van leem

Boven het toilet van het Piramidehuis hangt een bordje: "Niet doortrekken als u heeft geplast, 't verdwijnt vanzelf als u uw handen wast.' Het geeft aan hoe moeiteloos op water kan worden bespaard: de afvoer van het wastafeltje loopt via het toilet.

Het Piramidehuis is een milieuvriendelijke woning. Zonnepanelen zorgen voor verwarming en een windmolen voorziet in electriciteit. Zelfs de vorm van het huis is gericht op energiebesparing: de oppervlakte van de buitenmuur is minimaal.

Het Piramidehuis is een van de bezienswaardigheden op de milieuvriendelijke Bouw- en Woonmarkt van het ecologisch centrum De Kleine Aarde in Boxtel. Aan de rand van de moestuin staat een dertigtal houten kramen met informatie over composttoiletten, natuurvriendelijke verf, "ekogras dakbedekking' en isofloc: isolatiemateriaal gemaakt van oud papier.

Een originele manier van milieuvriendelijk bouwen wordt gepresenteerd door Ecodesign. Dit ontwerpbureau organiseert cursussen leembouw. Voor 500 gulden leren cursisten in een dag theorieles en vijf dagen praktijk hoe ze van leem een huis kunnen optrekken. “Leem is ideaal om woningen te bouwen”, zegt initiatiefnemer S. Holst. “Het is overal in Nederland voor handen, de bereiding kost geen energie en een lemen muur zorgt voor een ideale warmteregeling.” Enig nadeel van de leembouw: de muren mogen niet nat worden. “Daarom heb je een groot, overhangend dak nodig”, licht Holst toe.

“Het is niet makkelijk om milieuvriendelijk te bouwen”, verzucht R. Rijnders, medewerker van De Kleine Aarde. Hij wijst op de houten muren van het "Ekohuis', een voorbeeldhuisje voor milieubewust bouwen. “Biologisch gezien is hout vriendelijk materiaal, want de verwerking vergt weinig energie. Maar uit ecologisch oogpunt is het gebruik van hout funest. Jaarlijks halen we twintig miljoen hectare tropisch regenwoud neer.”

Als alternatief voor tropisch hardhout noemt hij Robinia. Deze boomsoort, beter bekend als Acacia, wordt veel verbouwd in Hongarije, maar is in Nederland moeilijk verkrijgbaar. De Stichting Robinia, met een kraam vertegenwoordigd op de Bouwmarkt, probeert de overheid en boeren warm te maken voor de commerciële teelt van Robinia.

Een ander alternatief voor hout uit de tropen is volgens Rijnders het hergebruik van plastic. “Als je plastic gescheiden inzamelt, kun je het verwerken tot bijvoorbeeld kozijnen.” Hij geeft toe dat dit een noodoplossing is. “We hebben het te ver laten komen. Het is allang vijf voor twaalf geweest.”

Eenzelfde alarmkreet klinkt door in het jongste rapport van de Club van Rome. De sombere toekomstvoorspelling die 14 september werd gepresenteerd, stelt dat herbebossing van tropisch regenwoud dringende noodzaak is. Ook legt het rapport de nadruk op het zoeken naar alternatieve energiebronnen om de uitstoot van kooldioxyde aan banden te leggen.

Op de milieuvriendelijke Bouw- en Woonmarkt wordt vooral zonne-energie gepropageerd. “Hoewel het regent, staat deze dag in het teken van de zon”, kondigt J. Andrik, energiespecialist van de Kleine Aarde, opgewekt aan. Als voordeel noemt hij dat zonne-energie "schoon' is, in tegenstelling tot fossiele brandstoffen. Andrik geeft toe dat de installatie van zonne-panelen duur is, maar stelt daar tegenover dat de regering van plan is de gasprijs in 1993 fors te verhogen.

“Papa, wonen daar mensen in?”, vraagt een meisje ongelovig aan haar vader. Ze wijst op een wit champignonvormig bouwsel op een uithoek van het terrein. Inderdaad werd de Bolwoning zes jaar lang bewoond door een persoon die experimenteerde met een biogasinstallatie, een "zonnekollektor' en een windmolen. De ervaringen werden later toegepast bij de bouw van het ruimere Piramidehuis, waarvan inmiddels een serie is gebouwd in het Noordhollandse Huizen.

De meeste bezoekers van de natuurvriendelijke Bouw en Woonmarkt zijn milieubewuste doe-het-zelvers. Maar er lopen ook vaklieden rond. J. Eijkermans is aannemer, gespecialiseerd in de bouw van serres. Hij kwam naar De Kleine Aarde “omdat je in de alternatieve sector ontwikkelingen ziet die je in de commerciële wereld niet tegenkomt”. Eijkermans is bijzonder geïnteresseerd in de "warmtemuur': een bakstenen wand waarin verwarmingsbuizen verzonken liggen. De aannemer ziet hierin een mogelijkheid om zijn serres beter en goedkoper te verwarmen. “En als je daarbij toevallig ook de natuur spaart, dan is dat mooi meegenomen.”