Bij spoedopname geen rol weggelegd voor burgemeester

Dient de burgemeester nog een rol te spelen in de wet Bijzondere Opnemingen in Psychiatrische Ziekenhuizen (BOPZ) bij de onvrijwillige - spoed - opname of niet?

Deze vraag houdt de PvdA en het CDA verdeeld. Het kabinet wil in het wetsontwerp de burgemeester handhaven, gesteund door PvdA en D66. Het CDA, en mogelijk de VVD, willen van deze achterhaalde situatie af en stellen voor deze taak over te dragen aan de officier van justitie.

Thans bestaan twee mogelijkheden van onvrijwillige opname. De spoedopname, inbewaringstelling (IBS), en de opname met rechterlijke machtiging (RM). In beide gevallen komt er een rechtelijke toetsing aan te pas. Bij de RM voorafgaande aan de opname en bij de IBS binnen een aantal dagen na de spoedopname.

In beide gevallen beslist de rechter nadat hij van de officier van justitie de stukken heeft gekregen met daarbij een vordering tot onvrijwillige opname te beslissen. De RM op verzoek van de patiënt zelf of diens familie verder buiten beschouwing gelaten.

Bij de IBS zit de burgemeester in een schakel daarvoor, namelijk hij staat toe dat de patiënt alvast onvrijwillig wordt opgenomen. De burgemeester, of welke wethouder op dat moment aanwezig is, gaat hierbij geheel af op de verklaring van een psychiater, meestal van de RIAGG. Van enige inhoudelijke toetsing is geen sprake. Via hulpverleners of de politie wordt deze arts gewaarschuwd. Als deze meent dat een opname noodzakelijk is dient de burgemeester enkel om formele redenen, het staat in de wet, nog te tekenen. Bij de RM staat dat niet in de wet en gaan de stukken rechtstreeks naar de officier van justitie. In de praktijk blijkt dat het inschakelen van de burgemeester een vertragende factor is, omdat hij de stukken moet doorzenden aan de officier van justitie. En zolang deze de stukken nog niet heeft ontvangen kan deze de rechter niet inschakelen. Dit heeft tot gevolg dat de patiënt langer onvrijwillig is opgenomen (opgesloten dus) voordat de rechter aan de hand van de wet toetst of de opname mogelijk en noodzakelijk is.

Het parket van de officier van justitie is tegenwoordig zo ingericht dat op hetzelfde tijdstip als de burgemeester de handtekening moet zetten de officier van justitie dat ook kan, men zie zijn functie bij de inverzekeringstelling van door de politie aangehouden verdachten van een strafbaar feit.

Tot op heden is niet gebleken dat bij de procedure RM de burgemeester eigenlijk node wordt gemist, ik stel eerder het tegendeel.

Met het zetten van de handtekening en het doorsturen van de stukken is de rol van de burgemeester vervuld. Immers, het betreft een spoedopname. Er is dan geen enkele gelegenheid voor uitvoerig overleg of uitgebreide advisering door anderen dan de psychiater, nog afgezien of dit tot de taak in kwestie hoort. In de gevallen dat de patiënt door zijn gedrag-ziekte een inbreuk maakt op de openbare orde en veiligheid komt de politie er aan te pas, die schakelt dan de RIAGG in.

Bij deze gang van zaken voert de politie het werk uit en heeft de burgemeester uit hoofde van zijn verantwoordelijkheid daar niet zo veel meer mee te maken, nog afgezien van de ophanden zijnde reorganisatie van de politie met benoeming van slechts enkele burgemeesters tot korpsbeheerder.

Verandering van wetgeving biedt het juiste moment om van verouderde situaties afstand te nemen en om wetten in te richten naar de normen en vormen van heden.

De door het CDA ingediende wijziging van het wetsvoorstel om de taak van de burgemeester over te dragen aan de officier van justitie verdient dan ook alle steun.