Allemaal naar fase 2, met dank aan België

APELDOORN, 23 SEPT. Het Italiaanse front tegen de economische en monetaire unie (EMU) heeft nog geen twee weken stand gehouden. “Ik geef me over”, zei de Italiaanse minister van financiën Guido Carli zaterdag in het Apeldoornse hotel De Keizerskroon. Met het einde van het Italiaanse verzet was de weg vrijgemaakt voor compromissen en kon de basis worden gelegd voor verregaande overeenstemming om tegen 1997 tot één munt en één centrale bank in de Europese Gemeenschap te komen.

In de lommerrijke omgeving van Apeldoorn, naast het imposante Paleis het Loo met zijn klassicistische tuinarchitectuur, verzamelden zich zaterdag de EG-ministers van financiën en centrale bankpresidenten voor een zogenoemde "informele Ecofin'. Het lag misschien aan de prachtige na-zomer dat de stemming niet kapot kon en alle ministers na afloop tevreden vaststelden dat de grote obstakels op het pad naar de EMU zijn weggeruimd. Het komt nu aan op de uitwerking van verdragsteksten en onderhandelingen over technische details. Deze zullen half oktober door Nederland worden voorgesteld en moeten in december op de Europese top in Maastricht officieel worden goedgekeurd.

De sfeer van eensgezindheid stond in schril contrast met een bijeekomst van twee weken geleden in Brussel, toen de zuideljke EG-landen onder leiding van Italië te hoop liepen tegen een Nederlands discussiestuk waarin de mogelijkheid werd geopperd dat minimaal zes EG-landen onderling overeenstemming konden bereiken om over te gaan op één Europese munt en zich te onderwerpen aan het monetaire gezag van één Europese centrale bank.

Dit zou betekenen dat de EG met twee snelheden over zou stappen op één munt. Italië, dat al jaren worstelt met beheersing van zijn openbare financiën, dreigde daarmee op de tweede rang van de monetaire eenwording terecht te komen en dat was voor Rome onaanvaardbaar.

Pijnlijk voor Nederland was dat minister Kok tijdens die bijeenkomst in Brussel het voorstel dat zijn ambtelijke staf met grote omzichtigheid en in nauw overleg met ambtenaren in de overige EG-landen had opgesteld, liet vallen als een baksteen. Minister Kok zelf gaf achteraf, vorige week in de Tweede Kamer, toe dat hij te veel met de WAO was bezig geweest om zich goed op het EMU-dossier voor te bereiden. In Brussel signaleerden doorgewinterde EG-deskundigen dat Kok wel degelijk goed was ingelicht door zijn ambtelijke top, maar dat hij geschrokken door het Italiaanse protest terugkrabbelde - zoals hij ook terugdeinsde toen in eigen land zoveel verzet tegen de WAO-plannen ontstond.

Op basis van een Belgisch compromisvoorstel heeft Nederland zijn gezicht kunnen redden. Alle EG-landen zullen unaniem beslissen dat ze de overgang maken van de tweede naar de derde fase van EMU, waarbij de onomkeerbare stap wordt genomen van nauwe afstemming van financieel en monetair beleid naar één munt en één centrale bank. Maar omdat niet alle landen daarvoor tegen 1997 rijp zullen zijn, zal vervolgens bij meerderheidsbesluit worden vastgelegd dat sommige landen een tijdelijke ontheffing zullen krijgen van werkelijke deelname aan de slotfase van EMU. Zoals de Duitse minister van financiën Theo Waigel erkende: het verschil tussen "twee snelheden' en het afgesproken systeem met "ontheffingen' is voornamelijk semantisch.

Minister Kok zei herhaaldelijk dat het psychologisch niet goed is om de EG in een sterke en een zwakke groep landen te splitsen. “De voorste motorgroep mag niet met zoveel kracht optrekken, dat de rest van de groep ademloos achterblijft in de uitlaatgassen”, zei hij. Europa moet volgens hem “als een familie” bij elkaar blijven.

Het oorspronkelijke Nederlandse voorstel dat minimaal zes landen zouden kunnen beslissen over te stappen op één munt is daarmee losgelaten. Kok bagatelliseerde dit getal in zijn toelichting zaterdag en zei dat het aantal landen onderwerp is van discussie, maar dat het in ieder geval een meerderheid zal zijn. Dat maakt de weg vrij voor zeven of acht landen om vanaf 1997 één munt in te voeren.

De harde financieel-economische criteria die Nederland als voorwaarden heeft voorgesteld om de definitieve overstap naar één munt te maken, zijn gehandhaafd. Kok beklemtoonde dat de strenge normen waaraan landen moeten voldoen, niet mechanisch maar “gezond” toegepast moeten worden. Dit betekent dat ook naar onderliggende trends gekeken moet worden van de richting waarin inflatie, financieringstekort en staatsschuld van landen zich bewegen.

Ook de Duitse minister van financiën Waigel kon zich daarin vinden. “Bij de toepassing van deze objectieve criteria moet ook enige politieke speelruimte blijven bestaan.” Daarin konden alle ministers, de Italiaan Carli voorop, zich vinden. Carli sprak dan ook van conceptuele aanpassingen van EMU volgens de Italiaanse wensen. En de Britten waren tevreden omdat de mogelijkheid dat Groot-Brittannië te zijner tijd afziet van deelneming, nog altijd wijd open staat.