Alleen Tudjman kan nog glimlachen

ZAGREB, 23 SEPT. Voor de tweede keer deze zondag gaan de bewoners van deze flat in Jarun, een buitenwijk van de Kroatische hoofdstad Zagreb, de schuilkelder in. De kinderen zijn er al aan gewend en houden zich vrij rustig. Iedereen ziet een beetje bleek en vermoeid, en in de kelder die voorzien is van twee wc's, stapelbedden en een luchtfilter, heerst gelatenheid. Het nieuws, via de radio, dat president Franjo Tudjman zojuist met de federale minister van defensie Veljko Kadijevic een nieuw staakt-het-vuren is overeengekomen, lijkt geen enkele indruk te maken.

“Het is allemaal zo wonderlijk”, meent een van de kelderbezoeksters, die hier in deze wijk tijdelijk bij familie is ingetrokken, omdat haar eigen flat vlakbij de Maarschalk Tito-kazerne van het Joegoslavische leger ligt. De familie komt uit Dubrovnik, een van de Kroatische steden aan de kust waarmee de verbinding over land door de oorlogshandelingen verbroken is, maar waarmee - in tegenstelling tot sommige andere steden als Split en Sibenik - nog wel getelefoneerd kan worden. “Natuurlijk zijn onze ouders daar bang”, vertelt de heer des huizes. “Niemand had zich zo'n ramp kunnen voorstellen.” Over politiek wordt in de kelder niet gesproken.

Acht dagen Kroatisch offensief lijken in Zagreb vooral te hebben geleid tot vermoeidheid en grote neerslachtigheid. Door de straten van de stad rijden de jeeps en vrachtwagens die de Kroatische Nationale Garde met zijn aanvallen op de kazernes in Varazdin en elders heeft buitgemaakt, ijlings overgeschilderd in de schutkleuren van de garde, en voorzien van trotse opschriften (“Cro Army”) en Kroatische vlaggen. Maar in Novi Zagreb, bij de Maarschalk Tito-kazerne, wapperen de vlaggen hoogstens van overheidsgebouwen. De blokkades rond de kazerne, hier voornamelijk bemand door politieagenten, zijn - akkoord of geen akkoord - nog steeds bemand. Kinderen spelen tussen de flatgebouwen. Veel gezinnen hebben het advies om zolang elders te gaan wonen kennelijk in de wind geslagen.

De enige die in Zagreb lijkt te glimlachen is president Tudjman, als hij 's avonds in een quasi-interview op de televisie, in feite een toespraak, betoogt dat het akkoord over een staakt-het-vuren met Kadijevic géén capitulatie is. “Het leger heeft ingezien dat ons verzet niet kan worden gebroken, ondanks de militaire overmacht”, zegt de president.

Pag.5:

Kroaten bitter over buitenland

Maar hij wijst op de vuurkracht en de nog ongebruikte macht van het Joegoslavische leger en wijst erop dat het leger vermoedelijk ook tegen Zagreb opgerukt zou zijn. Thans zullen onderhandelingen worden geopend over een mogelijke aftocht van het Joegoslavische leger uit Kroatië, aldus de president.

Dat zo ongeveer de helft van de republiek, bezet door de bewapende Serviërs en het leger, inmiddels voor Kroatië verloren lijkt, stelt Tudjman niet aan de orde. Dat is trouwens een voor de meeste Kroaten onverteerbaar gegeven. Het vorige week ingezette offensief moge dan wat buitgemaakte wapens hebben opgeleverd, en de voldoening dat tenminste een stad van betekenis, Varazdin, geheel vrij is van Joegoslavische soldaten, de verwachte herovering van verloren terrein is geheel uitgebleven. Om nog maar te zwijgen over de steun uit het buitenland, als de oorlog heel erg zou worden.

Dat laatste is, ook onder veel gewone Kroaten, aanleiding tot veel bitterheid. Tot in regeringskringen toe had men zich getroost met de ijdele verwachting dat Europa en de rest van de wereld zich wel zouden aansluiten bij de opvatting van veel Kroaten, dat hun strijd er een is van beschaving tegen een soort Servische barbarij. Dat de Europese gemeenschap geen enkel begrip heeft getoond voor de Kroatische aanvallen op de kazernes van het leger, schendingen immers van het laatste, met hulp van Lord Carrington afgesloten bestand, is een pijnlijke gewaarwording.

“We staan alleen”, concludeert de Kroatische minister van buitenlandse zaken, Vladimir Separovic, zaterdag op een persconferentie. Het op zondag afgesproken "absolute staakt-het-vuren' is dan alleen nog maar een voorshands vruchteloze wisseling van faxen, die in de Bosnische hoofdstad Sarajevo door iemand van de ene op de andere machine worden gelegd, want de directe telefoonlijnen tussen Zagreb en Belgrado zijn sinds vorige week verbroken. Ronduit boos maakt de minister zich vervolgens over secrataris-generaal Perez de Cuellar van de Verenigde Naties, die heeft gezegd dat de Veiligheidsraad zich moeilijk kan bezighouden met de oorlog, daar het immers een Joegoslavische binnenlandse aangelegenheid betreft. “Hoe kan zo'n belangrijk man zoiets doms zeggen”.

Ook de nieuwe minister van defensie, Gojko Susak heeft maar weinig licht in de duisternis te brengen. “Het Joegoslavische leger zal nog wel merken hoe moedig de Kroaten in Herzegovina zijn”, merkt hij op, en “geen wapens kunnen op tegen de vastberadenheid van ons volk”. Maar ook hij, tot voor kort computerhandelaar in Canada en naar verluidt een voorstander van de harde militaire lijn, steunt de gedachte aan een nieuw staakt-het-vuren. Voor het zover is, op zondagmiddag, valt nog even een Kroatische stad, na wekenlange schermutselingen tussen de Kroaten en leger en bewapende Serviërs: Petrinja, slechts zestig kilometer ten zuiden van Zagreb.

Op zeven oktober, als het in juli door de Europese gemeenschap bedongen moratorium op de onafhankelijkheidsverklaringen afloopt, zal men in Zagreb opnieuw de onafhankelijke republiek Kroatië uitroepen, kondigt Susak ook aan. Het verschil met de vorige keer, op 25 juli, had niet groter kunnen zijn. Wat toen nog een revolte van Serviërs in enkele dorpen en één streek, de Krajina, was, is inmiddels, vooral door de steun van het leger tegen de toenemende Kroatische bewapening, tot de bezetting van bijna de helft van het territorium geworden. Hele dorpen en enkele kleinere steden liggen als gevolg van de strijd in puin. Het zakenleven staat stil, veel industriegebieden hebben ernstige schade opgelopen door de gevechtshandelingen. Het toerisme bestaat voorshands niet meer. Ongeveer 230.000 inwoners van Kroatië hebben hun woonplaats verlaten, en voor velen is het de vraag of ze er ooit nog kunnen terugkeren. Slechts de wapenstilstand van zondag en daarmee - zo lijkt het - het opgeven van de hoop op heroveringen van verloren terrein heeft erger voorkomen.

Voor vandaag, hebben de autoriteiten aangekondigd, moet het leven in Zagreb zoveel mogelijk doorgang vinden, wat onder andere inhoudt dat ook degenen die vrijdag waren thuisgebleven van hun werk, in verband met de oorlogshandelingen, weer gewoon van huis moeten. Normaal leven valt vermoedelijk niet mee in een stad, waar de mensen in de buurt van elk hoger flatgebouw zenuwachtig worden, omdat de nog steeds actieve sluipschutters bij voorkeur vanuit dit soort hoge gebouwen opereren. Dit weekeinde was overigens voor het eerst een kleine uittocht van Servische bewoners van Zagreb te constateren, die kennelijk vrezen dat zij bij een verdere escalatie voor hun veiligheid te duchten hebben.

Het plan van de overheid, vandaag al weer de scholen te heropenen, is naar woensdag verschoven. Teveel ouders zouden hun kinderen hebben thuisgehouden, aangezien lang niet alle scholen over een schuilkelder beschikken. Maar gisteravond was er een teken van normaliteit: voor het eerst sinds vier nachten blijft de straatverlichting aan. Maar bijna niemand waagt zich buiten, totdat rond half elf president Tudjman, met enige andere hoogwaardigheidsbekleders, over het helverlichte maar volstrekt verlaten Ban Jelacic-plein in het centrum van de stad schrijdt. “Een teken van vrede”, noemt de president voor een televisie de herontsteking van de straatverlichting, en hij gooit een muntje in de fontijn, dat brengt geluk, zegt de volksmond. Een uur later is alle straatverlichting alweer uit in Zagreb. Er zijn incidenten geweest, zegt de televisie ter verklaring.