Zagreb wacht somber op de vliegtuigen

ZAGREB, 21 SEPT. Traag schommelt de oude tram door Ilica, een van de voornaamste straten van de Kroatische hoofdstad Zagreb. Bij invallende duisternis wordt pijnlijk duidelijk, hoe vermoeid en armoedig grote delen van het centrum eruitzien. Er zijn slechts enkele passagiers in de - in verband met de geldende verduistering - onverlichte wagons. Allen zwijgen. Zagreb is elke avond een dode stad, ofschoon er formeel geen avondklok van kracht is en de tram bijna de hele dag doorrijdt.

Maar bijna niemand waagt zich 's avonds buiten in de stad, waar sluipschutters van onbekende herkomst dagelijks hun tol eisen. Om vijf uur zijn de winkels dichtgegaan, net als de cafés en restaurants. Wie zich overdag toch naar buiten heeft begeven, heeft in de loop van deze vrijdag vier keer de schuilkelder moeten opzoeken - even zovele malen hebben de sirenes geloeid en de radio laten weten dat "doodseskaders' van de Joegoslavische luchtmacht op weg waren naar de stad.

Vier keer kwamen de vliegtuigen niet, maar reden tot vreugde is dat nauwelijks. “Die komen nog, reken maar”, zegt een voorbijganger. Een ander: “Ik begrijp niet waarom ik eigenlijk het risico neem, de straat op te gaan naar mijn werk”. Net als vele anderen heeft hij al maanden geleden voor het laatst salaris ontvangen. Hoe de oorlog ook afloopt, straks komt de economische katastrofe, daar is iedereen van overtuigd. De banken, die op de deur een bordje hebben met "verboden voor vuurwapens', hadden zich de moeite, het opnemen van baar geld tot 5.000 dinar te beperken, vermoedelijk kunnen besparen. De meeste Zagrebenaren hebben helemaal geen geld om te hamsteren.

Maar wie het wel heeft, kan zich in een textielzaak in Frankopanska Ulica een camouflagepak aanschaffen: 5.500 dinar voor een jack, 350 voor een petje en niemand kan je meer van de talrijke nationale gardisten op straat onderscheiden. Het loopt niet storm in de winkel, die net als de meeste de ruiten met stroken plakband heeft versterkt. Het aantal nachtelijke bomaanslagen valt, in vergelijking met andere Kroatische steden, tot nu toe nogal mee in Zagreb. Vannacht ontplofte er slechts één bom, bij een café in het centrum waarvan - zegt men - de eigenaar een Serviër is.

In tegenstelling tot in andere Kroatische steden, voelen Serviërs, die een zesde van de bevolking uitmaken, zich niet onveilig in de Kroatische hoofdstad. Ook zij vluchten naar Zagreb, net als de Kroaten. Er zijn zoveel vluchtelingen dat de informele opvangmogelijkheden bij particulieren uitgeput raken en de voor hen gereserveerde gebouwen vol zijn. De wijkraden appeleren nu per poster aan de burgerzin, kamers ter beschikking te stellen. En via de radio wordt om hulp gevraagd bij de opvang van de jongste vluchtelingengolf, die uit het district Ogulin. Voor een stroom vluchtelingen uit de oostelijke provincie Slavonië, en de eveneens door Serviërs en Joegoslavisch leger belaagde kuststeden lijkt Zagreb zich geen zorgen te hoeven maken: de verbinding daarmee is door het frontverloop verbroken.

Tegenover het station, in een fraai negentiende eeuws pand dat ook een apotheek en een kunstcafé huisvest, heerst een ongebruikelijke bedrijvigheid, die aan opgewektheid grenst. Leden van de HOS, de militie van de extreem-rechtse "Kroatische Partij van Rechts', laden het ene na het andere busje met wapens uit. De krijgshaftige milicionairs, die slechts een embleem op de mouw onderscheidt van nationale gardisten hebben hier hun nieuwe hoofdkwartier ingericht. De leiders van de partij, die kokketeert met de symbolen en de leiders van de fascistische Kroatische staat in de Tweede wereldoorlog, hebben voor morgen een persconferentie over het onderwerp "landverraad' aangekondigd.

Hun militie is ook sterk vertegenwoordigd in de barricades rond de twee omsingelde kazernes van het Joegoslavische leger in Zagreb, waar de afgelopen nachten nieuwe Kroatische bestormingspogingen zijn uitgebleven. De laatste was dinsdagmiddag, een eigen initiatief van de HOS, waaraan de Kroatische regering overigens een halt wist toe te roepen. Maar van het ontwapenen van de HOS, zoals de minister van informatie gisteren tegenover journalisten suggereerde, lijkt voorlopig geen sprake te kunnen zijn. De HOS lijkt niet alleen beter bewapend, maar bestaat ook uit heel wat potiger lieden dan de gemiddelde Nationale Gardist in Zagreb.

Ook zonder hen is Zagreb zwanger van geruchten over een mogelijke putsch, niet die van de generaals van het Joegoslavische leger in Belgrado ditmaal, maar eentje in Zagreb zelf. Zeker is dat er interne strubbelingen zijn over de organisatie van de defensie van de laatste resten Kroatië, getuige de vervanging deze week van de Kroatische minister van defensie. Men fluistert dat de Kroatische president Franjo Tudjman expres de lokale defensie-autoriteiten in de bedreigde stad Osijek heeft overgeslagen, toen hij deze week een lintjesregen over verdienstelijke strijders liet neerdalen.

De naar verluidt in zijn functie bedreigde president bezocht gisteren het front nabij Okucani, een van de weinige plaatsen waarbij hij vanuit Zagreb nog in de buurt kan komen. Hij kuste een kind, dronk met wat gardisten koffie en at hun soep, en sprak hier en daar een gardist bemoedigend toe - dit alles gekleed in een camouflagepak. Ofschoon een oud-generaal was Tudjman bij dit alles zichtbaar gegeneerd en de bemoedigende werking van de televisiereportage over de gebeurtenis, ontelbare malen 's avonds en 's nachts uitgezonden, moet dan ook bescheiden worden geacht. De gemengde gevoelens bij menige Kroaat komen tot uitdrukking in Tudjmans paradoxale uitspraak: “We zullen onszelf tot het eind toe verdedigen, en we zullen winnen”.

Sinds gisteravond bekend werd dat het Joegoslavische leger een massaal offensief heeft ingezet in Slavonië, is er met Kroatische televisie iets vreemds aan de hand. Op een moment dat de spanning zijn grootste hoogtepunt heeft bereikt ging de televisie voor het eerst sinds weken 's nachts uit de lucht. Het triomfantelijke 24-uurs-totaalprogramma "Voor de vrijheid' is van het programmaschema van morgen afgevoerd.