Voorzorg even belangrijk als nazorg bij bankoverval

ROTTERDAM, 21 SEPT. “Ach, het is toch goed afgelopen. Als je het vergelijkt met wat mensen in het Midden-Oosten meemaken, stelt dit niks voor.” Drs. F. van Slagmaat noemt een van de goedbedoelde adviezen die medewerkers van een bank soms te horen krijgen na een overval. Goedbedoeld, maar nutteloos.

Zo'n 1.300 personeelsleden van banken zijn in 1990 slachtoffer geworden van overvallen. Hoewel daarbij geen doden vielen en ook meestal geen gewonden, is de schok die de slachtoffers oplopen groot. En de noodzaak tot opvang en nazorg dringend.

Die noodzaak wordt onderschreven door alle partijen die vertegenwoordigd zijn in de werkgroep Justitie-Banken. In de werkgroep zijn banken vertegenwoordigd en vertegenwoordigers van politie en ministerie van justitie. In augustus brachten zij het rapport 'Overvallencriminaliteit' naar buiten.

Buitenstaanders, zegt Van Slagmaat, vakcoördinator van de bedrijfspsychologische dienst van de Rabo-bank, zien vaak niet de ernst van een overval in. “Cliënten maken soms grappen die bij de slachtoffers heel hard aankomen. Zetten bijvoorbeeld een integraalhelm op en roepen aan de balie: "Dit is ook een overval!' ”

De daders, vult R. Oord, secretaris van de Nederlandse Vereniging van Banken, aan, hebben evenmin een idee wat ze hun slachtoffers aandoen. “Ze zijn hogelijk verbaasd als ze van de rechter een paar jaar gevangenis krijgen. Voor hun gevoel hebben ze alleen een beetje met een pistool gezwaaid en wat geld meegenomen. Niks ernstigs.”

Maar het is wel degelijk ernstig. De meest traumatische ervaring voor slachtoffers van overvallen is de vernedering die ze te slikken krijgen. Dat geldt meer nog voor de medewerkers dan voor de cliënten; bankpersoneel wordt in zijn eigen "huis' te grazen genomen. Van Slagmaat: “De slachtoffers van een overval voelen zich in hun lichamelijke integriteit aangetast en na afloop walgen ze soms van zichzelf.”

Elke bank heeft tegenwoordig een uitgebreid programma voor de opvang van overvallen personeelsleden, aldus Oord. De Rabobank stuurt een personeelsfunctionaris naar een overvallen filiaal. “Liever dan een arts of een psycholoog. We houden de nazorg liefst zo lang mogelijk buiten de pathologie.” De personeelsfunctionaris laat de slachtoffers tegen hem aan praten. Hij helpt hen om hun getuigenis voor de politie op te stellen. En let op indicaties voor ernstige trauma's.

De meest gebruikelijke gedragspatronen zijn: vermoeidheid, slapeloosheid, ontkenning van het gebeurde. De medewerkers willen over het algemeen wel graag terug naar hun kantoor. Dat stimuleert de bank ook, zij het dat vaak iemand van buiten het betreffende filiaal aan de bezetting wordt toegevoegd. Het komt namelijk nogal eens voor dat cliënten na een overval, terwijl ze een bedrag van een paar gulden overschrijven, alles te weten willen komen over de gebeurtenis. Dan is het goed om iemand aan het loket te hebben die er niets van heeft meegemaakt.

Bijzondere aandacht in de nazorg heeft de beheerder. Van Slagmaat: “Hij is vaak de enige man op een kantoor en toch een beetje een macho. Zo iemand heeft voordien misschien gezegd "als ze bij ons komen, gooi ik ze zo op straat'. En ook achteraf houdt hij die houding nog op: "Ik had de zaak in de hand'. Juist voor hem is de vernedering heel groot geweest.”

Oord haalt het voorbeeld aan van iemand die drie of vier keer werd overvallen en toen toch maar om overplaatsing vroeg. Nauwelijks zat hij op zijn nieuwe plaats of, pats, daar werd hij weer overvallen. In het rapport wordt daar ook op gewezen: “Zorgelijk en niet in de laatste plaats voor de psychische gevolgen voor medewerkers is het aantal kantoren dat meermalen wordt overvallen. De 388 overvallen werden in 1990 gepleegd op 333 kantoren. In totaal 110 kantoren waren al eerder overvallen.” Worden mensen voor de tweede keer overvallen, dan wordt sowieso de bedrijfspsychologische dienst ingeschakeld. “Er zijn er die zeggen "ik word er steeds beter in'. Maar”, zegt Van Slagmaat, “na drie of vier keer knakken die toch ook. Daar letten we scherp op”.

In de verwerking is de afwikkeling van het onderzoek belangrijk. Onder het personeel heerst grote opluchting als de daders worden gepakt. “Het is psychologisch ook heel belangrijk dat ze weten wie 't niet is”, aldus Van Slagmaat. “Het personeel wordt heel erg gespitst op hun cliëntèle na een overval. Ze denken geuren en stemmen te herkennen.”

Goede nazorg, zegt Van Slagmaat, begint bij de voorzorg. Ten eerste de afschrikking van overvallers. Natuurlijk zullen nooit alle bankovervallen kunnen worden voorkomen. Dit jaar werden alleen al in juli 58 bankovervallen gepleegd in het hele land. Een absoluut record. We gaan op naar de 500, aldus Oord. Maar, “er is een verschil tussen banken. Het gaat om precisie versus slordigheid. Ligt het geld open en bloot achter het loket of berg je het steeds weg”.

Met de toename van het aantal overvallen is ook de zorg in kwantitatieve en kwalitatieve zin gegroeid. Banken bereiden hun personeel voor op de mogelijkheid van een overval. Geen overbodige luxe want 1 op de 21 geldinstituten in Nederland wordt overvallen, in de Randstad zelfs een op de vijf. “Als je als vestiging vantevoren een plan hebt wat je doet bij een overval, helpt dat bij de verwerking”, aldus Van Slagmaat. “In workshops krijgt het personeel uitgebreide instructies hoe te handelen bij overvallen. De veiligheid staat weliswaar voorop, maar ze moeten zich zo actief mogelijk opstellen. Observeren, de alarmknop indrukken, zich goed realiseren wat ze meegeven. Het geeft de medewerkers een minder machteloos gevoel. Een zak met kleingeld meegeven, waar hij zich een breuk aan sjouwt terwijl het niks oplevert, is een mentale overwinning op een overvaller.”

De mensen krijgen training in het herkennen van daders, het in zich opnemen van details. In elke bank ligt in de bureaula een formulier om notities te maken na een overval. De training is ook gericht tegen verbale agressie. De persoonlijke weerbaarheid wordt bij de Rabobank versterkt in twee cursusblokken van twee dagen. Oord: “Het is niet alleen de lompe scheldpartij waartegen het personeel zich leert verweren. Onderschat niet de witteboordenagressie. Van die zuigende opmerkingen over een langzame behandeling of de veronderstelde domheid van het personeel.”