Voorzitter André Boekhorst: bridge in ziekenfondspakket

ROTTERDAM, 21 SEPT. Met 84.000 leden is de Nederlandse Bridgebond de grootste denksport-organisatie van Nederland. Toch wordt hij volgens voorzitter André Boekhorst nog steeds niet serieus genomen. Om daar verandering in te brengen zal deze maand een landelijke actie starten met het doel in drie jaar tijd een ledenaantal van 100.000 te bereiken. Daarmee zou de bond tot de tien grootste van ons land behoren. “Dan zal ook de grootste voetbalfanaat, de grootste wielerfan en de meest hartstochtelijke volleybalpromotor niet meer om bridgend Nederland heen kunnen.”

Het is druk in het hoofdgebouw van de Nederlandse Bridgebond in Utrecht. De vierkante tafeltjes zijn vrijdagmorgen evenwel niet gevuld met fanatieke kaarters, maar met ontevreden leden van de Christelijke Vakvereniging. Toch klinken de kreten "dit pikken we niet langer' en "actie, actie' niet geheel vreemd in het complex. Ze verwoorden namelijk precies de gevoelens van de nestor van de Nederlandse bridgewereld André Boekhorst. Hij vindt het onbegrijpelijk dat het gezaghebbende Studio Sport wel de voetbalwedstrijd MVV - VVV uitzendt, maar voor Europese- en wereldkampioenschappen bridge geen zendtijd wil inruimen. “Het argument dat voetballers spannender beelden opleveren dan bridgers, bestrijdt hij. “Elke sport is te visualiseren, ook bridge. Ik heb prachtige Franse uitzendingen gezien met nabeschouwingen van de wedstrijden en interviews met de spelers. Maar de sportprogramma's in nederland sluiten de ogen voor het bridge.”

Ook teleurgesteld is hij in de Nederlandse Sportfederatie, waarbij de bridgebond is aangesloten. Die is immers alleen genteresseerd in fysieke sporten, of zoals hij ze noemt “de zweetsporten”. Berusten in die positie wil de bond niet. Daarom gaat ze in de gebieden met een "lage bridgedichtheid' - Limburg en Noordoost-Nederland - de thuisblijvers naar de zaaltjes en wijkgebouwen halen. De wervingsposters liggen inmiddels bij iedere club die bij de bridgebond aangesloten is. Speciaal voor het doel opgeleide bridgemeesters moeten het lekenpubliek de beginselen bijbrengen in een beperkt aantal lessen. “In het begin zal het natuurlijk moeilijk gaan. Dat is met elke actie zo. Maar over drie jaar zullen we het beoogde aantal leden hebben. Dan zullen ze moeilijker om ons heen kunnen. Met een grote bond tel je nu eenmaal meer mee. Je kunt makkelijker een sponsor vinden en overheidssubsidie bemachtigen. Bovendien heb je als grotere bond betere toegang tot de media”, aldus de voorzitter.

De sponsoring en de aandacht in de pers is vooral van belang voor de 200 "professionele' bridgers. Het vrouwenteam reist volgende week af naar de wereldkampioenschappen in Japan. Behalve een sportief hoogtepunt betekent de reis ook een behoorlijke financiële aanslag op het budget van de Nederlandse Bridgebond.

Afwegingen die voor de grote groep recreatieve leden van minder belang zijn. Voor hen tellen andere aspecten van de sport, zoals gezelligheid en het kraken van de hersenen. Vooral dat laatste aspect vindt de voorzitter belangrijk. “Bridge gaat de geestelijke verarming van ons land tegen. Het is toch verschrikkelijk dat al die bejaarden in tehuizen wegkwijnen voor de beeldbuis. Die mensen moeten geestelijk weer actief worden. Voor hen is bridge een prachtige uitkomst. Ik zie dat ook bij mijn eigen moeder. Die is nu 85 en speelt vier keer per week. Zij kijkt in tegenstelling tot andere ouderen alleen maar vooruit. Elke keer stelt ze weer hogere eisen aan haar spel, het is een grote uitdaging voor haar. Het werkt beter tegen geheugenverlies dan welk medicijn ook. Daarom vind ik dat bridge moet worden opgenomen in het ziekenfonds.”

Toch lijkt een activiteitenzaal vol met kaartende oudjes niet het beeld waar een dynamische bond zich aan op wil hangen. Boekhorst benadrukt dan ook dat de sport in alle lagen van de bevolking is doorgedrongen. Vroeger was dat wel anders, toen was het spel vooral populair bij de dokter en de notaris. Pas in 1973 kwamen ook de bevolkingsgroepen waar van oudsher het "klaverjassen om karbonades' centraal stond, in aanraking met het uit Amerika overgewaaide kaartspel. Ook in elite-kringen groeide de belangstelling voor het spel gestaag. Prins Claus blijkt een behoorlijke partij te kunnen spelen, evenals vele politieke coryfeeën, waaronder Ruud Lubbers, maar ook de socialist Elske Ter Veld.

De cursussen die overal in het land werden gegeven, resulteerden in een groei van de bond van 20.000 naar de huidige 84.000 leden. Wat afsteeekt bij de ontwikkeling van andere denksport-organisaties, zoals de dam- en de schaakbond die bleven steken op respectievelijk 9.000 en 31.000 leden. Boekhorst denkt dat het succes van het bridge te danken is aan het sociale karakter van het kaartspel. “Bij schaken ben je gedurende vier uur elkaars tegenstander, bij bridge ligt dat anders. Daar duurt een partijtje maar een minuut of vijf. Daarna ontlaadt de spanning zich. Bovendien moet je het samen doen. Dat schept toch een band.”