Voorstel VVD: minimumloon 30 pct omlaag

UTRECHT, 21 SEPT. De VVD-fractie in de Tweede Kamer zal volgende maand tijdens de algemene politieke beschouwingen in de Tweede Kamer een plan presenteren om het minimumloon met dertig procent te verlagen.

Als basis voor het plan dienen de ideeën die de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid hierover eerder naar voren bracht in het rapport Werkend Perspectief. VVD-fractieleider Bolkestein kondigde dit vanmorgen aan op de partijraad van zijn partij in Utrecht.

Het kabinet liet twee weken geleden weten het voorstel van de WRR niet over te nemen. Volgens de WRR kan het minimumloon omlaag omdat de meeste werknemers die dit ontvangen geen kostwinner zijn. De hoogte van het minimumloon is daarentegen gebaseerd op een huishouden dat bestaat uit een werknemer die daarvan een gezin met twee kinderen moet onderhouden. In de sociale zekerheidsregelingen zijn de uitkeringen voor alleenstaanden 30 procent lager. De WRR heeft begin dit jaar voorgesteld het minimumloon geleidelijk aan tot hetzelfde niveau terug te brengen. Hierdoor zouden er meer banen kunnen ontstaan.

Bolkestein verweet het kabinet vanmorgen weer de weg van inkomensnivellering te zijn ingeslagen. “De klok wordt achteruit gezet. Nivellering haalt de fut uit onze maatschappij. Het neemt de prikkels weg tot extra prestatie. Daarom hebben we in de jaren tachtig de inkomensverschillen niet verder verkleind,” aldus Bolkestein. Ook hekelde hij de lastenverzwaringen die het kabinet heeft aangekondigd. De VVD-leider kwam met het fictieve voorbeeld van de “hoofdagent Pieterse” die zijn inkomen met 200 gulden ziet stijgen, maar tegelijkertijd zijn koopkracht als gevolg van inflatie en lastenverzwaringen met 225 gulden ziet verminderen. Bolkestein: “Terwijl onze hoofdagent bekeuringen staat uit te delen wordt hij door zijn werkgever gerold”.

Bolkestein uitte verder felle kritiek op de “drastische verhoging” van de brandstofheffing waartegen de directies van zeven grote ondernemingen onlangs geprotesteerd hebben in een brief aan het kabinet.

“Ik snap niet dat minister Andriessen van economische zaken hiermee akkoord heeft kunnen gaan. Deze minister lijkt niet meer mee te doen. Klaarblijkelijk wordt in ons land ook al de positie van minister als VUT-regeling gebruikt”, aldus Bolkestein. De 63-jarige Andriessen is de oudste minister van het kabinet.

De brandstofheffing is volgens Bolkestein niet meer dan een “ordinaire belastingverhoging”. Deze dient alleen maar ter verlichting van het tekort van de schatkist en zet ondertussen de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie ernstig op het spel, zei hij.