Vliegbasis Ypenburg met sober ceremonieel voorgoed gesloten; "Het Wilhelmus klonk niet eens'

DEN HAAG, 21 SEPT. Achter het spreekgestoelte op de landingsbaan kucht de generaal even voor hij begint. “Bijna altijd”, zegt de grijzende militair triestig, “begint een toespraak met: het doet me genoegen dat... Welnu dat is nu niet van toepassing, wij zijn hier ter gelegenheid van de sluiting van vliegbasis Ypenburg.”

In stramme rijen staan de luchtmachtmilitairen in hun blauwe uniformen te luisteren, de leren hanschoenen vastberaden op de rug. Balancerend op de punt van hun tenen houden ze zich in evenwicht. In het vak met het burgerpersoneel onderdrukt iemand een geeuw.

De vliegbasis Ypenburg sluit voorgoed, vertelt de commandant van de vliegbasis. Het vliegveld waar in de meidagen van 1940 zo hevig om werd gevochten. Waar de kleine Nederlandse bommenwerpertjes en dubbeldekkers het op moesten nemen tegen de moderne Messerschmidts. Het vliegveld waar de vliegende bommen, de V1's, werden afgeschoten richting Engeland. En het vliegveld dat aan het eind van de hongerwinter als droppingsplaats diende voor de broodvluchten van de Zweden; operatie Manna.

Eigenlijk is de ceremonie een formaliteit, weet iedereen. Een jonge officier: “Ja joh, het vliegveld werd al vanaf 1968 niet meer gebruikt. Daarbij, het was ook nooit een echte straaljagerbasis, er vlogen eigenlijk alleen maar propellervliegtuigen.” Zelf heeft hij de basis niet operationeel meegemaakt. Hij loopt hier alleen maar zijn diensttijd uit.

Het vliegveld Ypenburg heeft echter wel betere tijden gekend. Vooral in de jaren na de oorlog werden er regelmatig grote internationale vliegshows gehouden, de zogenaamde Ilsy's. De grootste in 1957 trok ruim 200.000 bezoekers, cameraploegen waren present en ook het koninklijk huis was aanwezig. Dat was echter ook de laatste show die gegeven werd. Het was te lawaaiig en daarom werd geen vergunning voor volgende shows gegeven.

Intussen loopt op de landingsbaan de toespraak op zijn eind. “Het was een markant hoofdstuk uit de luchmachtgeschiedenis”, besluit de generaal. Stilte. Met stramme benen draait hij de mensen de rug toe en marcheert naar de vlaggestok. Omringd door een escorte van zes militaire politiemannen met witte helmen, geeft hij het teken dat de vlaggen neergehaald moeten worden. Onder het jammerlijk gepiep van het nokwieltje, zakken de slap hangende doeken van vliegveld Ypenburg en het Koninkrijk der Nederlanden omlaag.

“Waar blijven de vliegtuigen nou toch?”, mompelt een oud-onderhoudsmonteur. “Die zouden nu toch echt moeten komen.” Dezelfde gedachte maakt zich meester van de andere oudgedienden. IJverig speuren de ogen het zerk af. “Zeker niet goed afgesproken”, zegt de monteur nog eens, nu een beetje ongerust.

Hij is te voorbarig. Laag over weilanden komen traag vier F16's aangevlogen. De formatie jachtvliegtuigen maakt volgens het protocol een "fly pass' als laatste groet en verdwijnt weer even snel als ze gekomen is uit het gezicht. Einde ceremonie.

“Tjonge, jonge, wat een kouwe bedoening”, zegt een van de oud-werknemers als de militairen de vliegbaan verlaten en de stoeltjes in een groen busje worden geladen. “Het stelt echt niets voor. En dan hebben sommige van de mensen hier wel dertig tot veertig jaar gewerkt. Wat een afscheid...”, klinkt het nog een keer bitter.

Ook anderen komen erbij staan. “Bij het zakken van de vlaggen klonk niet eens het Wilhelmus”, valt een van hen uit. “Dat valt me toch zo tegen. Ze zeiden en sobere ceremonie, nou, dit is wel héél sober. Niet eens een muziekkorps! Nee, ze hadden wat meer aan militair vertoon moeten doen. Wat helikopters, een paar vliegtuigen en een véél grotere F16-formatie, want dit is niks”. Een ander vertelt dat hij nog een paar weken werk heeft op de basis. “Totdat de loodsen op slot gaan en alles echt weg is”, weet hij. Wat er dan gebeurt? De man haalt zijn schouders op. “Ik weet het niet. Ik zal wel ergens anders in het apparaat worden opgeslokt.” lacht triest: “Kom, ik ga de baanverlichting voor de laatste keer maar eens uitzetten. ”

Zijn collega voeg daar aan toe: “Ja, we hebben de basis gewoon zien wegzakken. Voor mij is het toch net alsof er net iemand is doodgegaan.”