Temidden van de sigaren

Dit stukje is alleen voor sigarenrokers. Het is de beschrijving van mijn bezoek aan de Partagas-sigarenfabriek in het oude centrum van Havana.

Alleen sigarenrokers begrijpen waarom de "Havana' beter is dan alle andere sigaren, zoals de Bugatti iets heeft dat aan alle andere auto's ontbreekt en zoals op ieder gebied het toppunt van al je voorkeuren één extra eigenschap heeft die je wel kunt bezingen maar niet verklaren. In zo'n geval is ieder beschrijven al een bezingen. Misschien klinkt er hieronder iets van door.

De Partagasfabriek is gebouwd tegen het einde van de vorige eeuw. Er is geen schoorsteen waaruit dikke rook komt omdat er geen machines zijn, maar verder zijn er alle kenmerken van de internationale fabrieksarchitectuur uit die tijd, om te beginnen de hoge poort van de ingang. Daar hangt al de geur van het produkt die ons op onze tocht door het gebouw voortdurend zal omringen. Degene die hier als vijftienjarige, als jongste manusje van alles is binnengekomen en vijftig werkjaren later daar zijn laatste schreden zet, zal die geur haten als het parfum van de hel; wij dromen ons op een lange wandeling door de humidor van Hajenius.

Achter de poort bevinden we ons in het atrium, de vide, de hal, hoe noem je het - de hoge ruimte zoals in de Bijenkorf waaromheen de verdiepingen zijn opgetrokken. Nooit begrepen waarom het een verdieping heet als het een verhoging is. Rechts is de winkel. Iedereen kan erin zonder dat hij zich door de rijstebrijberg hoeft te eten. Links staat een toonbank met onder het glas kisten en kistjes in allerlei formaten; daarachter een kast, zelfde soort inhoud. Rechts een hoge kast, weer met kisten en kistjes, en helemaal in de hoek is een schoolbank waarin een oude doorgewinterde sigarenmaker aan het werk is.

De Amerikaanse tekenaar Webster heeft een serie tekeningen gemaakt onder de titel The Thrill That Comes Once In A Lifetime. Met deze uitdrukking is de sensatie het best uitgedrukt. Er zijn sigaren van formaten die ik in Nederland of waar ook ter wereld nooit had gezien. Daarbij vergeleken is een "Churchill' een senorita. Sigaren voor een staatsman die nog groter is dan Churchill, sigaren voor de Schepper zelf, voor de zwarthandelaar, de gangster, rookgerei dat al onze Nederlandse fatsoensbegrippen tart. Die wil ik! denk ik. En die ook, en die, enz. Het is de aankomende roes van de megalomanie. Ik wil al gaan aanwijzen, maar eerst komt de rondgang door de fabriek.

Aan het eind van de hal is de lift waarvan de schacht wordt afgesloten met een houten hek dat voor de bezoeker door een knecht omhoog wordt geschoven. De lift zelf wordt bediend door een doodsbleek vrouwtje van een jaar of veertig dat niet reageert op mijn welwillende bezoekersbegroeting. Ik begin me een beetje te schamen: wat is dat toch gemakkelijk, die voorbijgaande, gratis vriendelijkheid tegen de lagere werknemer. Zo probeerden de edelen, hoog te paard, zich vroeger populair te maken bij de pachters. De lift heeft de bovenste verdieping bereikt; hek omhoog. We zijn hier in de eigenlijke sigarenmakerij.

Eerst komen we langs een paar vrouwen die de tabaksbladen op kleur sorteren; daarna zitten er een paar de nerven uit het blad te halen. Op die manier geselecteerd en voorbehandeld komt de grondstof, het materiaal, voor de sigarenmaaksters en sigarenmakers. Die zitten in rijen naast elkaar met - voor zover ik kan zien - geen ander gereedschap dan een vlijmscherp mes. Ze snijden het blad en bouwen de sigaar. De meesten zijn zwart, een paar mannen roken een sigaartje bij het sigarenmaken. Het is àl tabak wat er geurt en rookt. Daarbij is het warm, een graad of vijfendertig, er is geen airconditioning, er zijn alleen plafondventilators die de lucht omroeren (bij wie heb ik die mooie uitdrukking gelezen?), en natuurlijk is er de radio waaruit het nieuws volgens Fidel komt.

Uit hoofde van mijn beroep kijk ik een sigarenmaakster op de vingers. Ik bewonder vooral de manier waarop ze met ongelofelijke handigheid de sigaar aan het ene uiteinde dichtmaakt. Dat duurt dertig seconden. Over een maand of twee haalt u die sigaar uit het kistje waarvoor u ƒ 420.- hebt betaald, pakt het knipje, en - sjwitsj - dat wonderwerkje waarvan ik getuige ben geweest is in een fractie van de seconde ongedaan gemaakt. Daar staande heb ik voor het eerst beseft hoe absurd het is, van constructief standpunt bezien, dat je zo'n ding in brand steekt en voor je plezier in rook en as omzet.

Rondleiders zijn gemankeerde beulen. We moeten verder! Naar de selecteerderij, de plakkerij en de inpakkerij. Het lezen van beschrijvingen zal stomvervelend zijn; welnu, dat is het maken ervan ook. Het selecteren van de sigaren op kleur sla ik over. We komen aan het plakken van het bandje. De rokers van de Partagas en andere Havana's hebben er misschien nooit bij stilgestaan, maar het bandje wordt er met de hand omheen gedaan en geplakt. Dan worden de sigaren met hun tienen of vijfentwintigen gekist. Zoals dat met individuen gaat - in de loop van de rondleiding hebben we de sigaar als een individu leren beschouwen - laten ze zich in hun onopvallende ongelijkheid niet meteen in het gelid drukken. Een zwarte vrouw weet met zachte drang orde aan te brengen. Dan gaat de kist dicht en als de sigaar weer het daglicht ziet is dat omdat zij weldra zal worden verbrand.

Met vier kistjes beladen ben ik vertrokken, vijftig Churchills en vijftig dubbelcorona's Hoyo de Monterrey de José Gener. Je weet niet wat je ziet.