Taalstrijd houdt KLM weg bij Sabena

ROTTERDAM, 21 sept. Dat de Belgische luchtvaartmaatschappij Sabena op het punt staat een strategische alliantie te sluiten met Air France is zonder meer zuur voor de KLM. Een jaar geleden aasde het Nederlandse bedrijf samen met British Airways nog op de Sabena met in het achterhoofd ambitieuze plannen om Zaventem, de Brusselse luchthaven, als aanvoerhaven van 75 Europese bestemmingen uit te bouwen.

Toen deze poging op oudjaarsavond strandde, werd de ondermaatse rentabiliteit van het ambtelijk geleide Sabena als voornaamste oorzaak genoemd. Maar er zat blijkbaar ook een dorpspolitiek luchtje aan de zaak. Zo had monsieur Guy Spitaels van de Waalse socialistische partij zich gekant tegen een Nederlandse invasie bij het Belgische luchtvaartbedrijf. Dit jaar stak de Belgische regering achthonderd miljoen gulden in de Sabena en werd een drastische sanering aangekondigd.

Toch zat een "come-back' er voor de KLM niet in. “Wij zouden er graag bij zitten, want concurrentie op Zaventem van een andere grote luchtvaartmaatschappij is inderdaad een bedreiging voor ons,” sprak KLM-topman P. Bouw afgelopen april in Minneapolis. Hij knoopte daar wat mismoedig aan vast: “Zo lang de Belgische politiek ons met onze Nederlands-taligheid niet accepteert als partner kunnen we weinig beginnen.”

Dat is spijtig want nu krijgt Bouw inderdaad een grote en snel groeiende concurrent nabij z'n erf. Zo slokte Air France het afgelopen jaar de Franse bedrijven UTA en Air Inter op en sloot de door Parijs stevig gesteunde onderneming een breed samenwerkingsverband met het Duitse Lufthansa.

In juli jongstleden liet de KLM-directie tijdens de presentatie van de jaarcijfers weten dat het bedrijf zich niet langer kan permitteren in hoofdzaak intercontinentaal te opereren. De klant van vandaag eist immers een zo groot mogelijk dekking van de hele wereld door op elkaar aansluitende netwerken. Bouw knoopte daar toen aan vast: “Door het opener worden van de markten om ons heen is onze rol in een "global alliance' het hebben van een sterke machtspositie in Europa.” Daarbij liet de KLM-president zich wellicht inspireren door het voorbeeld van PanAmerican, ooit het grootste intercontinentale vliegbedrijf ter wereld, dat goeddeels ten onder ging door de verwaarlozing van zijn thuismarkt.

Hoe dan ook, de KLM heeft zich sinds kort voorgenomen haar marktaandeel in Europa op te schroeven van een bescheiden 2,6 procent naar 10 procent. Wat geen sinecure mag heten in een tijd dat alle Europese vliegbedrijven door groeiende liberalisering en concurrentie hun spieren ballen. Om nog niet te spreken over de sterk opkomende Amerikaanse concurrentie op het oude continent en de opmars van de supersnelle trein. Kortom, de KLM kan haar beoogde Europese expansie eigenlijk alleen maar realiseren door vergaande samenwerkingsverbanden aan te gaan. Daarom alleen al zal een verbond tussen Sabena en Air France vanuit Amsterveen knarsentandend worden bekeken.

Al eerder ketsten gesprekken af tussen de KLM en Swissair dat nu heult met het Scandinavische SAS. Toch is "onze' KLM geen muurbloem. Het bedrijf nam een belang van 14,9 procent in het regionale Air UK en zelfs van 35 procent in het Zuidfranse Air Littoral. Bovendien verdubbelde de KLM onlangs haar belang in het charterbedrijf Transavia tot tachtig procent. Maar of de Europese concurrentie daarvan wakker zal liggen, valt te bezien.

Intercontinentaal deed de KLM meer van zich spreken. Zo nam het bedrijf twee jaar geleden voor twintig procent deel in Northwest Airlines, Amerika's vierde vliegbedrijf. De strategische waarde van deze spectaculaire deelname kan moeilijk worden onderschat, maar rendabel bleek zij tot op heden niet. In 1989 moest de KLM op haar deelneming in Northwest een verlies van zestig miljoen gulden incasseren. Vorig jaar verloor zij honderddertig miljoen.

KLM's pogingen om op het Zuidamerikaanse continent te expanderen mislukten. Vorig jaar lonkte de KLM naar Aerolineas Argentinas, maar het Spaanse Iberia ging er met de buit van door. Vervolgens aasde het Nederlandse bedrijf op het Venezolaanse VIASA maar opnieuw toonde Iberia zich doortastender. Het bood tien miljoen dollar meer en trok aan het langste eind.