Suriname's jungle-economie verdrinkt in het geld

De Surinaamse economie is weggezogen in een zwart gat. Economen maken plannen om smokkelende handelaars en sluwe ondernemers in het gareel te krijgen van een geordende huishouding. Zal de nieuwe president het land in evenwicht weten te krijgen?

De inventiviteit van Surinamers om munt te slaan uit de zwarte valutamarkt lijkt onbegrensd. Neem de organisator van trips naar het Braziliaanse Belem. Hij biedt gratis reizen van een week aan voor groepen van twintig personen. De handige zakenman heeft er een goed belegde boterham aan.

Elke toerist krijgt een retourticket (van 750 Surinaamse gulden), logies en eten zijn vrij. Als compensatie voor het gratis uitstapje moeten de deelnemers hun recht op reisdeviezen (20 maal $ 250 dollar) overdragen aan de organisator. Deze krijgt dan tegen de officiële koers (van Sf.1,80) US$ 5000 contant in het handje. Zijn Surinaamse kosten worden gedekt door slechts een deel van dit bedrag op de zwarte markt à Sf.15 per dollar te verkopen. Na betaling van de kosten in Belem houdt hij toch nog meer dan duizend dollar pure winst over. Met een deel daarvan koopt hij nog wat goederen in Belem. De artikelen, die op de zwarte markt van Paramaribo een vermogen waard zijn, kunnen gemakkelijk mee terug. Want de deelnemers aan de vliegtrip hebben een deel van hun recht op twintig kilo luchtvracht af moeten staan.

De regering van de afgelopen maandag geïnstalleerde president Ronald Venetiaan staat voor de zware taak de volkomen uit het lood geslagen Surinaamse economie weer enigszins in evenwicht te brengen. Suriname was eind jaren tachtig in het bezit van een macaber wereldrecord. Het overheidstekort lag op bijna 500 miljoen Surinaamse gulden. Dat komt overeen met zo'n 25 procent van het nationaal inkomen. En wat het nog erger maakt, de overheidstekorten zijn in Suriname monetair gefinancierd. De bankbiljettenpersen maken overuren.

De hoogst noodzakelijke saneringen zijn een decennium lang vrijwel uitgebleven. De militaire regeringen die na de "decembermoorden' in 1982 werden geconfronteerd met stopzetting van de Nederlandse ontwikkelingshulp, hadden er helemaal geen behoefte aan de tering naar de nering te zetten. En de democratisch gekozen regering die na de verkiezingen van 1987 aan de macht kwam had er om politieke redenen weinig trek in impopulaire maatregelen te nemen.

Volgens directeur J. Brahim van de (particuliere) Surinaamsche Bank verdient de minister van financiën S. Mungra (inmiddels minister van buitenlandse zaken) toch “een compliment.” Hij maakte vorig jaar een begin door het overheidstekort terug te brengen tot 205 miljoen gulden (op een totaaluitgave van 1112 miljoen), onder andere door het verminderen van de uitgaven en een betere aanpak van de belastinginning.

Tot het leger met de telefonische coup van december afgelopen jaar een eind maakte aan het burgerbewind. Wat er nadien met de Surinaamse staatsfinanciën gebeurde, kan ook in Guinessbook of Records worden bijgeschreven. Onder verantwoordelijkheid van de door het leger in het zadel geholpen vice-president (en minister van financiën) J. Wijdenbosch liep het overheidstekort in de eerste helft van 1991 reeds op tot Sf. 365 miljoen. De staatskas leek meer op een verkiezingsfonds voor de aan het leger gelieerde Nationale Democratische Partij (NDP).

De Surinaamse kiezers kregen in de maanden voor de verkiezingen van 25 mei voor tientallen miljoenen aan luxe voedingsmiddelen toegestopt. De NDP-regering voerde in haar “volksgerichte beleid” ook een forse verhoging door van de ambtenarensalarissen en ouderdomspensioenen. Die maatregel kan moeilijk ongedaan worden gemaakt. Volgens economen in Paramaribo zal het overheidstekort eind dit jaar zijn opgelopen tot niet minder dan 800 miljoen gulden. Een verviervoudiging in nauwelijks twaalf maanden tijd.

De totale geldhoeveelheid in Suriname ligt inmiddels al ver boven 3 miljard Surinaamse gulden. Bij een nationaal inkomen van ruim 2,5 miljard gulden zou Suriname , naar "normale maatstaven gemeten', met een kwart van die geldhoeveelheid toe kunnen.

Pag.18:

Bedrijven zwemmen in de liquiditeiten

Volgens niet officiële schattingen zijn de prijzen in Suriname de afgelopen vijf jaar meer dan verzevenvoudigd. Lonen en salarissen stegen met nauwelijks meer dan de helft. Bij de banken doet de Nederlandse gulden nog steeds één Surinaamse gulden. Op de zwarte markt kan men er gemakkelijk acht of negen voor krijgen.

Er ligt inmiddels een hele stapel rapporten over noodzakelijke saneringsmaatregelen, maatregelen die ook de Nederlandse regering noemt als voorwaarden voor hervatting van de hulp. De consultants Coopers & Lybrand Deloitte voltooiden eind vorig jaar het in opdracht van de Surinaamse regering opgestelde Program for adjustment and structural adaptation in Suriname. De rapportage werd gefinancierd door de Europese Gemeenschap. Het IMF kwam er niet aan te pas, omdat deze kille sanering niet schuwt. De jaarlijkse IMF-rapporten met concrete aanbevelingen liggen daarom onaangeroerd bij de Surinaamse autoriteiten. Surinaamse werkgevers- en werknemersorganisaties kwamen ook met rapporten. En de politieke partijen lieten zich evenmin niet onbetuigd. Uit een "Nationale Dialoog' kwamen talrijke aanbevelingen. Eensluidend is men in de vaststelling dat monetaire sanering en gezondmaking van de overheidsfinanciën de kern van de oplossing vormen.

Dat Surinamers in zulke grote hoeveelheiden steeds waardelozer liquiditeiten aanhouden is voer voor economen. Coopers Lybrand en Deloitte constateren een opmerkelijk verschil met enkele andere landen, waar zich een soortgelijke economische achteruitgang voltrok. Elders was de vlucht uit het geld massaler. Dit verschil heeft gevolgen voor de zo noodzakelijke monetaire sanering.

Net als in een aantal andere landen heeft men ook in Suriname lokaal geld omgezet in harde valuta. En ook Surinamers hebben veel in onroerend goed belegd. Maar toch zwemmen bedrijven en particulieren nog steeds in binnenlandse liquiditeiten. De Surinaamse guldens liggen veelal renteloos bij de bank.

Buitenlandse dochterbedrijven hebben formeel het recht hun winsten te repatriëren tegen de officiële koers. Maar die dochters wachten liever jarenlang op een deviezenvergunning, dan dat zij hun Surinaamse guldens tegen de veel ongunstiger parallelkoers omwisselen. Hetzelfde geldt voor verzekeringsmaatschappijen die in het buitenland herverzekeringspremies moeten voldoen of importeurs die deviezen willen hebben om hun verplichtingen na te komen.

Bovendien kent Suriname een hele reeks "parastatale' ondernemingen (overheidsbedrijven). Die kunnen zich geen speculatie in deviezen en onroerend goed veroorloven vanwege hun speciale relatie met de staat. Coopers & Lybrand Deloitte stuitten ook op het verschijnsel dat openbare nutsbedrijven en particuliere ondernemers voor investeringen benodigde Surinaamse guldens of kredietfaciliteiten aanhouden, in afwachting van een deviezenvergunning voor de import van buitenlandse kapitaalgoederen. Ze zouden hun geld ook kunnen omwisselen op de parallelmarkt, maar gezien de veel hogere koers daar is dat voor hen niet de eerste keus.

Toch bloeit de parallelmarkt. De grote sommen Surinaams geld (en deviezen) in bezit van een aantal particulieren vormen een aanwijzing voor de enorme omvang van de zwarte markt in Suriname. Op die markt opereren handelaren die over veel baar geld beschikken. De aantrekkelijkheid van de zwarte markt wordt vergroot door het semi-legale karakter ervan. Iedere Surinamer mag op basis van EA-vergunningen (EA staat voor "Eigen Aanbreng' van valuta) goederen importeren. Tegen de zwarte valutakoers wel te verstaan; en ongeacht hoe hij aan de benodigde deviezen komt.

Men hoeft geen econoom te zijn om te begrijpen dat dit de deur vooral wagenwijd open zet voor drugs- en andere criminelen, die hun verdiensten willen witwassen. Ze hebben een deel van hun verdiensten al geïnvesteerd in Surinaamse bedrijven, onder meer in de bouwsector. Of Den Haag het nu wil of niet, deze "investeerders' zullen via hun bedrijven zeker van de hulpgelden profiteren, wanneer de ontwikkelingssamenwerking wordt hervat.

Uit de stand van de betalingsbalans blijkt ook hoe aantrekkelijk de EA-handel voor de Surinaamse geldelite is. De handelsbalans vertoont een licht positief saldo - als gevolg van de goedlopende bauxietsector en al langer geldende importrestricties. Maar de niet op de balans geregistreerde EA-importen bedragen een derde van de officiële goederenimport. De semi-legale EA-import had in 1990 een waarde van 194 miljoen Surinaamse gulden (ruim 106 miljoen dollar). Volgens Coopers & Lybrand Deloitte wordt bovendien nog eens voor 50 tot 100 miljoen dollar volledig illegaal geïmporteerd. Het totaal van de dollartransacties is bij de huidige parallelkoers gelijk aan Sf.2800 tot Sf.3700.

Dat betekent dat de EA-handelaren ten minste 550 miljoen Surinaamse gulden in baar geld onder zich hebben. Daarnaast hangt volgens een schatting van Coopers & Lybrand Deloitte nog eens ruim 1,4 miljard gulden aan potentieel speculatiekapitaal boven de markt.

De kolossale monetaire "overhang' stelt zware eisen aan het saneringsprogramma. Coopers & Lybrand Deloitte waarschuwen dat inflatoire verstoringen elke economische verbetering in de kiem zullen smoren. “Bij versnelling van de inflatie door voortgaande monetaire financiering blijven speculatieve activiteiten veel attractiever en winstgevender dan produktie,” zo staat in het rapport.

Terwijl de "zwarte' sector van de Surinaamse economie zwemt in het geld, kampen de legaal opererende bedrijven juist met een enorm deviezengebrek. Om de als gevolg daarvan vastgelopen produktie weer op gang te krijgen, is een devaluatie van de Surinaamse gulden onontkoombaar. Dan kunnen Surinaamse bedrijven tegen een reële koers exporteren en importeren. Dat zou enorm bijdragen aan hun gezondmaking, stelt de Nederlandse econoom M. van Schaaijk, die dit voorjaar op een proefschrift over een economisch model voor Suriname promoveerde. Nu nog moeten exporterende bedrijven geïmporteerde kapitaalgoederen veelal afrekenen tegen de dure koers op de zwarte markt, terwijl hun exportopbrengsten tegen de officiële koers worden verrekend, zegt Van Schaaijk die op het ogenblik op uitnodiging lezingen geeft in Paramaribo.

De consultants van Coopers & Lybrand Deloitte pleiten in hun rapport voor een zwevende wisselkoers. Alleen voor enkele primaire levensbehoeften zou de huidige officiële koers moeten gelden. De consultants willen via deze weg een groot deel van de zwarte markt kanaliseren. Banken zouden ook niet langer het alleenrecht hebben om in de geldhandel actief te zijn.

Volgens Van Schaaijk is het voorstel van Coopers & Lybrand Deloitte te ingewikkeld en brengt het risico's van corruptie met zich mee. “Een flexibel systeem met verschillende koersen vereist een onkreukbaar ambtenarenapparaat. Bovendien kunnen een paar kapitaalkrachtige handelaren de koers naar hun hand zetten. In een kleine economie werkt de wet van de grote getallen nu eenmaal niet.” De Nederlandse econoom bespeurt in Suriname nu voldoende steun voor een "echte' devaluatie, ook al omdat Nederland zich bereid heeft verklaard een sociaal programma voor de armsten te ondersteunen. Van Schaaijk komt in zijn simulaties uit op een nieuwe koers van één Nederlandse gulden voor vier Surinaamse guldens.

In beide plannen is het van groot belang dat de monetaire "overhang' op korte termijn wordt geneutraliseerd. Door uitgifte van staatsobligaties, waarmee vorig jaar ervaring is opgedaan, kan een deel van de overliquiditeit bij institutionele beleggers worden afgeroomd. Op die manier wordt het geld doorgeschoven naar de overheid. Maar de geringe rente maakt het kopen van nieuwe obligaties niet erg aantrekkelijk.

Van Schaaijk pleit voor een bevriezing gedurende één of twee jaar van spaartegoeden bij de banken. “Anders zou iedereen zijn geld tegen de nieuwe koers naar buiten brengen.” De Centrale Bank van Suriname dient bovendien de beschikking te krijgen over een reservefonds, waarmee op de valutamarkt kan worden geïntervenieerd. Van Schaaijk: “Er moet 100 à 200 miljoen gulden in de etalage liggen om vertrouwen te wekken. We moeten nog kijken hoe dat precies vorm kan krijgen.” Mogelijk dat Nederland wordt gevraagd hier met ontwikkelingsgeld aan bij te dragen. Alle deskundigen pleiten voor een selectieve beperking van de kredietverlening door de banken. Scherp banktoezicht moet het onmogelijk maken geld te lenen voor speculatieve doeleinden.

Volgens de meeste deskundigen moet een aparte overeenkomst worden gesloten met Suralco, dochter van het Amerikaanse Alcoa. Het bauxietbedrijf is goed voor tachtig procent van de Surinaamse export. Devaluatie zou voor Suralco een enorme stijging van de winst betekenen, omdat voor de betaling van lonen en andere kosten veel minder dollars hoeven te worden neergeteld. Dat zou slechts tot grotere winstovermakingen naar het moederbedrijf in Pittsburgh leiden. Van Schaaijk: “Daarom zijn aanvullende maatregelen nodig. De Surinaamse overheid kan in overleg met Suralco de winstbelasting verhogen of een speciale bauxietheffing invoeren. Ook zijn afspraken nodig over herinvestering van winsten.”

Vóór de devaluatie van de Surinaamse gulden moet het sociale programma, dat de allerarmsten bescherming moet bieden tegen koopkrachtverlies, al in uitvoering te zijn. In het rapport van Coopers & Lybrand Deloitte worden hiervoor suggesties gedaan, waaronder een verhoging van de ouderdomsuitkeringen en het beschikbaar stellen van voedselbonnen. Volgens de simulaties van Van Schaaijk - de enige die voor Suriname beschikbaar zijn - vallen de gevolgen van devaluatie voor de koopkracht van de meeste Surinamers wel mee. De meesten moeten hun levensbehoeften nu al op de zwarte markt kopen. Volgens Van Schaaijk valt de grootste klap bij de geldelite. Blijft de vraag of de valutamarkt bestand zal blijken tegen het speculerende kapitaal.

Essentieel in de hele saneringsoperatie is de vermindering van het overheidstekort, want daar ligt de eigenlijke oorzaak voor de ontsporing van de Surinaamse economie. Nu levert devaluatie op zich al een bijdrage aan de gezondmaking van de overheidsfinanciën. De opbrengst van de importheffingen stijgt immers fors, omdat de waarde van de importen (uitgedrukt in Surinaamse guldens) omhoog gaat.

Bovendien betekent een waardevermindering van de nationale munt de redding voor een hele reeks exporterende "parastatale' bedrijven die nu zwaar moeten worden gesubsidieerd. Dat geldt volgens Coopers & Lybrand Deloitte onder ondere voor Surland (dat een leveringscontract heeft met de Britse bananengigant Fyffes), het houtbedrijf Bruynzeel en het ooit met Nederlands ontwikkelingsgeld opgerichte rijstbedrijf SML in Wageningen.

De technische uitwerking van een economisch saneringsplan is zeker in de Surinaamse verhoudingen nog maar het begin. Volgens sommige schattingen wordt in Suriname een derde van het nationaal inkomen door speculanten via de zwarte markt verdiend. Twintig tot 30 procent van de eigen produktie en de import van het land verdwijnt via smokkel. Vooral rijst, medicijnen en aardolieprodukten gaat op die manier naar het buitenland.

Het ontduiken van importheffingen kan na een devaluatie nog lucratiever worden. “Exporteren is slechts winstgevend, indien men zich niet houdt aan de officiële regels,” schreef de directeur van de Surinaamsche Bank onlangs in zijn jaarverslag. De financiële belangen die op het spel staan zijn groot. Toen de dossiers van het ministerie van economische zaken teveel belastend materiaal bevatten over vergunningen die waren verleend, werd het departement door brandstichting volledig verwoest.

Ook de gevoelige etnische verhoudingen in Suriname maken uitvoering van een economisch saneringsplan er niet eenvoudig op. Economische politiek is al gauw etnische politiek. Zo zullen creolen in het geweer komen als privatisering van staatsbedrijven aan de orde komt. Zij beheersen immers vanouds het overheidsapparaat. Om dezelfde reden zal van hun kant het meest verzet komen, wanneer inkrimping van het door clientèlisme uitgedijde ambtenarenappaat ter sprake komt. En de hindoestaanse handelselite zal er veel voor over hebben zijn financiële belangen veilig te stellen.

De Surinaamse econoom A.R. Caram (werkzaam bij De Nederlandsche Bank) wist vorig jaar op een congres in Rotterdam te verklaren waarom zoveel Surinamers het plan van D. Ferrier omarmden om de Nederlandse gulden in Suriname in te voeren. “Technocraten en internationale organisaties hebben steeds gesteld dat er geen wondermiddel is waarmee alle problemen kunnen worden opgelost. Maar in Suriname hoopt iedereen op een wonder.”