Stanley Menzo

De functie van minister-president mag volgens de waardering van de meeste bekleders van het ambt een hondebaan zijn, het beroep van sommige doelverdedigers in het betaald voetbal is zeker tien keer zo erg - en als je toevallig een zwarte voetballer bent nòg erger.

Zwarte doelverdedigers weten daarvan in het bijzonder mee te praten, want die zijn tijdens de uitoefening van hun vak - dat zij contractueel beoefenen tot vermaak van het Hooggeëerde Publiek - al jaren het mikpunt van de grofste beledigingen en hatelijkheden die wekelijks van de tribunes naar de hoofden van de spelers worden geslingerd.

De minister-president weet waarschijnlijk niet eens dat dit in zijn land gebeurt. Hij houdt zich zondags meer op bij de amateurs van de hockeysport dan bij het betaalde voetbal en de enkele keren dat hij naar een voetbalwedstrijd gaat, zit hij op zijn gecapittonneerde VIP-stoel in de regel te ver van het front om zich aan het getier en geschreeuw van de F-side te hoeven storen. Ik zou het ook niet geloven (hoewel ik twee jaar geleden al eens over stuitend supportersgedrag in het Feyenoord-stadion heb geschreven) als het verschijnsel niet nauwkeurig was geregistreerd door een sportman die al enkele seizoenen lang wekelijks op een vracht verbale smerigheid en vuilnis wordt getrakteerd die in de geschiedenis van de volkssporten zijn weerga niet kent. Het merkwaardigste is dat hij niet alleen te lijden heeft onder het verbaal geweld van de aanhangers van de tegenpartij, maar ook van zijn eigen supporters.

Dat is het lot van Stanley Menzo, de doelverdediger van Ajax en de toekomstige doelman van het Nederlands Elftal, die daarover in het Zaterdags Bijvoegsel van deze krant onlangs een verbijsterend relaas heeft gedaan. Maar het ergste is wel dat de voetbalbestuurders - op de intelligente uitzonderingen na - nog steeds doen alsof het hen niet aangaat dan wel op moreel-neutrale toon beweren dat ze er niets aan kunnen doen en waterig de andere kant uitkijken zodra de supporters hun zangkoren in stelling brengen. Het understatement van de week, dat typerend is voor die morele onverschilligheid, is van de voorzitter van de sectie Betaald Voetbal van de KNVB (dat predikaat Koninklijk had allang moeten worden herroepen), Martin van Rooijen, die jongstleden zondag in Studio Sport zei dat er in de voetbalstadions te veel borden en spandoeken met racistische of antisemitische taal worden meegetroond “die daar niet thuis horen”.

Wat moet een zwarte voetballer - niet in het "racistische' Engeland of Frankrijk maar in het "tolerante' Nederland - al niet van het publiek verdragen om zijn brood te verdienen! Wat een publiek, en wat een vak, trouwens. Let wel, de doelman om wie het gaat laat niet elke week enkele ballen door zijn handen glippen, maar is een van de beste keepers van Nederland. Een sieraad voor sport en club en een kunstenaar in zijn vak.

En wat een mentaal incasseringsvermogen moet zo iemand hebben om tussen de palen of, zoals in Menzo's positie op en bij de zestien meterlijn te overleven. Daar sta je in je vuurvaste wapenrusting als beoefenaar van "het eenzaamste vak' in de voetbalsport. Je hebt het tot de vaste keeper in het doel van de beste voetbalclub van het land gebracht, je hebt alle interne concurrentie overwonnen, je vliegt als een adelaar door de lucht, je springt met de veerkracht van een gummibal en je wordt elke wedstrijd, week in week uit, door (een deel van) het publiek zowel voor rotte vis uitgemaakt als met bananen en pinda's bekogeld omdat je zwart bent.

Het portret van Stanley Menzo door Frénk van der Linden was even aangrijpend mooi als navrant. Sportieve toeschouwers komen in het leven van deze zwaar beproefde voetballer van Ajax nauwelijks meer voor, alleen maar hersenloze racisten, schaamteloze vuilbekken, relschoppers, raddraaiers en etterbakken. “Speel ik een goeie wedstrijd, dan lach ik er zelfs om. Zodra je verslapt, lever je je uit. Dan ruiken ze bloed, maken ze je af, verrot en verdorven als ze zijn. Keepers kunnen onmogelijk vluchten. En een pantser tegen zulke aanvallen bestaat niet. Schelden doet geen pijn, zeggen ze. Nou, of het pijn doet.”

De humor en de goedmoedigheid die van oudsher de commentaren van de tribunes hebben gekenmerkt, zoals in J.B. Priestley's The Good Companions, zijn volkomen verdwenen. Wat ervoor in de plaats is gekomen doet Céline's Klein Scheldwoordenboek verbleken. De strijdkreten die de jongste generatie supporters aanheffen om de eigen spelers aan te moedigen - en het effect van de "twaalfde speler' te bereiken - zijn allang niet meer voor de eigen spelers bedoeld, maar uitsluitend gericht op de ondermijning van het moreel van de tegenpartij. Het imiteren van orang-oetanggeluiden zodra Menzo in het spel komt, of het nagemaakte gesis van ontsnappend gas. Of cynismen die refereren aan het met zwarte voetballers verongelukte Surinaamse vliegtuig en open en bloot door het stadion schreeuwen dat "Menzo het vliegtuig van de SLM heeft gemist'. “Soms sta ik innerlijk te huilen in dat doel, uiterlijk onbewogen maar volledig verbrokkeld”. Geen slecht begin voor een bloemlezing uit de moderne Surinaamse poëzie.

De feiten die over dit verschijnsel bekend zijn, zijn schaars en bieden weinig inzicht in de motieven van de supporters die zich aan zulke beledigingen schuldig maken. De meeste voetbalbestuurders hebben zich tot dusver afzijdig gehouden, voorzover ze zich al niet op het standpunt stelden dat zij er niet verantwoordelijk voor zijn omdat de vuilbekken niet tot de (echte) aanhangers van hun club behoren, maar met het maatschappelijk wrakhout zijn aangespoeld.

Volgens het jongste sociaal-wetenschappelijke onderzoek gaat het hoofdzakelijk om jongeren met een laag opleidingsniveau, maar ook om drop-outs uit het onderwijs in de afgelopen vijftien jaar, die overwegend werkloos zijn en niets dan "de ketenen van hun verveling' te verliezen hebben. Het misverstand dat achter dat onderzoek schuilgaat is dat de bestuurders van de voetbalclubs en van de KNVB voor die sociale oorzaken verantwoordelijk zouden zijn. Dat zijn ze geenszins. Maar ze zijn het wel voor de wildgroei van het verschijnsel doordat ze niet getoond hebben baas in eigen huis te zijn. Ze hadden jaren geleden tegen de eerste beledigende leuzen die op de velden verschenen onmiddellijk moeten optreden en elk bord en elke spandoek met wortel en al moeten uitroeien. Voor die verzaking krijgt de hele voetbalwereld nu de rekening gepresenteerd.