Staatssecretaris wil andere taakomschrijving huisarts; "Huisartsenzorg in gevaar'

UTRECHT, 21 SEPT. De Europese Huisartsen Vereniging (UEMO), die 370.000 huisartsen in alle EG-landen vertegenwoordigt, onder wie 6.700 Nederlandse, maakt zich ernstige zorgen over het voornemen van staatssecretaris Simons (volksgezondheid) om de functie van huisarts anders te omschrijven dan tot nu toe het geval is.

De voorzitter van de UEMO, de Deense arts Ole Asbj⊘rn Jensen heeft dat in een brief aan de Landelijke Huisartsenvereniging (LHV) laten weten. Volgens de UEMO staan de plannen van Simons haaks op het proces van harmonisatie binnen de lidstaten.

Vice-voorzitter van de UEMO, de Nederlandse huisarts S. Buijs wijst er op, dat de UEMO een definitie van de huisarts heeft opgesteld die door alle lidstaten is aanvaard, maar door de staatssecretaris nu een heel andere invulling krijgt. Simons heeft op 10 september in een brief aan de Tweede Kamer de taak van de huisarts zodanig omschreven, dat hij in de toekomst waarschijnlijk veel van zijn werk aan andere artsen moet overlaten. De huisartsenhulp wordt vanaf 1 januari vergoed uit het fonds van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten. In de toekomst - bij invoering van het tweede deel van de stelselwijziging - wordt aan de zorgverzekeraars overgelaten welke artsen wat voor werk te doen krijgen. De polis van de verzekeraar stelt dan alleen dat de patiënt aanspraak kan maken op "algemene geneeskundige hulp'.

“Dat komt er dus op neer dat bijvoorbeeld voor terminale thuiszorg een verpleeghuisarts kan worden ingeschakeld, als de verzekeraar daar om wat voor reden dan ook de voorkeur aan geeft. Een basisarts zou jeugdgezondheidszorg kunnen gaan doen. Een GGD-arts gaat misschien controleren op cholesterolspiegels, suiker en hoge bloeddruk. Dat zijn allemaal maar mogelijkheden, maar de achterliggende gedachte is dat de verzekeraar in staat wordt gesteld het takenpakket van de huisarts te verknippen en dus volledig uit te kleden,” aldus Buijs.

“Je kent van allerlei patiënten dus niet meer hun hele geschiedenis en situatie. Dat is juist de meerwaarde van de huisarts binnen de gezondheidszorg,” zegt Buijs. “Als je hier dus een heel ander type huisarts gaat krijgen is het logisch dat de UEMO daar bezwaar tegen maakt. Elke Nederlandse huisarts kan zich immers overal binnen de Europese Gemeenschap vestigen. Daarom spant die vereniging zich nu juist in om de kwaliteit van de huisartsenzorg door de hele gemeenschap op een vergelijkbaar niveau te krijgen en te houden. Er moet dus harmonisatie komen in bijvoorbeeld de beroepsopleiding. Daar fiets je dwars doorheen als je allerlei huisartsentaken gaat onderbrengen bij GGD-, basis- of verpleeghuisartsen. Wat blijft er van zo'n beroep over als je nooit meer een terminale patiënt ziet, of kinderen van nul tot vier door iemand anders worden behandeld of nooit meer iemands bloeddruk meet? Het is niet voor niets dat de Ziekenfondsraad dat voorstel van de hand heeft gewezen. Maar de staatssecretaris zet gewoon door,” zegt Buijs. “Ik zeg niet dat de verzekeraars er een janboel van gaan maken, maar wij worden wel overleverd aan hun manier van invullen.”

Het is volgens de definitie van de UEMO “de taak van de huisarts mensen bij te staan met een uitgebreide gezondheidszorg vanaf het begin van het leven tot de dood en hen te adviseren over alle aspecten van gezondheid, onafhankelijk van leeftijd, geslacht, etnische achtergrond of geloof. De taak van de huisarts begint bij voorlichting en loopt door tot herstel, met in achtname van speciale kennis over de familie van de patiënt en diens professionele en sociale omstandigheden. De huisarts neemt alle noodzakelijke medische beslissingen en aanvaardt zijn verantwoordelijkheid bij acute ziekten en langdurige behandelingen van patiënten met chronische aandoeningen, terugkerende of ongeneeslijke ziekten. Het behoort ook tot de taak van de huisarts de patiënt aan te bevelen een specialist te raadplegen of hem in een ziekenhuis te laten opnemen, hem daarin bij te staan en een coördinerende rol op zich te nemen als gebruik wordt gemaakt van andere diensten binnen de gezondheidszorg. Hij werkt "op korte afstand' van de patiënt, is de eerste arts die wordt geconsulteerd, kent het hele verhaal rond een patiënt, zijn omgeving en zijn omstandigheden. Zodoende is hij de huisdokter.”

Buijs meent dat er onder Nederlandse huisartsen de komende weken een flinke commotie zal ontstaan, voorafgaand aan het debat in de Tweede Kamer, begin oktober. “Ik verwacht binnen de Landelijke Huisartsenvereniging een geweldig verzet tegen de plannen van Simons. Bovendien is duidelijk dat deze voornemens zich absoluut niet verhouden met de definitie, die de Europese vereniging heeft opgesteld. Mocht staatssecretaris Simons bij zijn ideeën blijven en daar de Tweede Kamer in meekrijgen, dan denk ik dat de UEMO naar de Europese Commissie stapt,” aldus Buijs.