Sioux-reservaat wil geen vuilnisbelt zijn

ROSEBUD, 21 SEPT. De goudgele prairieheuvels van een Indianenreservaat in de deelstaat South Dakota dienden als decor voor een film-pastorale over de Sioux-Indianen, Dances with wolves, maar nu heeft een groot Amerikaans bedrijf er een andere functie voor in petto: nationale vuilnisbelt.

“Het is het veiligste gebied in het land waar je een vuilnisbelt kunt aanleggen”, juicht Rhett Alberts, een in spijkerbroek en smetteloos wit overhemd geklede jonge, blonde geoloog en frontiersman voor het afvalbedrijf RSW. “Er is wel 660 meter ondoordringbare leisteen voor je op water stuit. De kans op verschuiving en besmetting door vuilnis is minimaal.”

De bewoners, Sioux-Indianen van de Sicangustam, delen niet in zijn enthousiasme. “Ze vernielen ons land, Moeder Aarde. Ze hebben prachtige beloften gedaan, maar uiteindelijk komen we er toch uit als verliezers”, zegt Beany Valandra, leider van de oppositie tegen de vuilnisbelt. Ook de blanke omwonenden in de deelstaat South Dakota zijn tegen. Thomas Daschle, senator van South Dakota, noemt het Dances with Garbage.

De vuilnisbeltkwestie is typerend voor het 17.000 inwoners tellende verpauperde reservaat met gezondheidsomstandigheden die doen denken aan de getto's in de South Bronx in New York. Afvalverwerkingsbedrijven zien in dergelijke gebieden een goede mogelijkheid om voor weinig geld van hun vuilnis af te komen. Zij gaan ook naar andere reservaten, van de Sioux, de Navajo, de Choctaw, om vuilnisbelten in te richten. Milieuwetten en belastingen van de deelstaat zijn er niet van toepassing. Het ministerie van energie schrijft alle stamraden in het land aan met het verzoek om radio-actief afval op de reservaten te accepteren. Tot nog toe zijn geen stamraden van de 278 reservaten op de voorstellen ingegaan.

De stamraad in Rosebud was enthousiast over het vuilnisplan, omdat het economische verlichting bood. Maar hij moest vorige week onder druk van de kiezers het contract met het afvalbedrijf opschorten.

RSW had tijdens presentaties de bewoners en raadsleden banen en een deel van de winst in het vooruitzicht gesteld. Toen de stamraad een contract tekende, vormden burgers een coalitie tegen de vuilnisbelt. Door deze actie zijn bij de voorverkiezingen voor de stamraad de huidige voorzitter en een aantal leden uitgeschakeld. Toch verwacht raadslid Bernie Willcuts, die de voorverkiezingen heeft overleefd en het in oktober tegen een andere tegenkandidaat moet opnemen, dat de raad de vuilniskwestie weer behandelt. Het reservaat heeft ook eigen vuilnisbelten, die gevaarlijk dicht bij ondergrondse waterstromen liggen. De stamraad moet deze belten van het federale bureau voor milieubescherming binnen anderhalf jaar opruimen maar heeft geen geld. De federale wetgeving is in de reservaten wel van toepassing. Het afvalbedrijf wil gratis bijspringen, mits het de grote vuilnisbelt mag aanleggen.

Als het afvalbedrijf niet komt, blijft het reservaat ook zitten met zijn werkloosheid van 85 procent. Valandra hoopt met lage lonen in het reservaat investeerders van buiten aan te trekken. Tot nu toe vestigden die zich elders in South Dakota.

Vorige eeuw nog beheersten de trotse, oorlogszuchtige en door naburige Indianen gevreesde Sioux de prairies die ze op andere stammen hadden veroverd. De introductie van het paard door blanken had hen in vijftig jaar van een van landbouw en jacht levende Indianennatie in het bos tot de beste en rijkste buffeljagers van de prairie gemaakt. Maar tegen het einde van de 19de eeuw konden de Sioux hun grootste hartstochten, jacht en krijg, niet meer uitleven. De buffel was uitgestorven, vooral door slachtingen van blanke jagers en de Sioux werden militair onderworpen door de Amerikaanse overheid.

Sindsdien zijn de Sioux het spoor bijster geraakt. In de reservaten woont een verslagen volk. Op de heuvels staan vervallen en afgebladderde houten huizen met woningen van slechts een slaapkamer waar grote families wonen. Er zijn ook nieuwe, door middel van een oplegger verplaatsbare huizen, met subsidie gebouwd. Jongens lopen met halfvolle bierflessen langs lege wegen. De fles gaat ook mee in de auto.

Hikkend en met bloeddoorlopen ogen opent een jonge man het portier als hij zijn bruine Chevrolet hobbelend tot stilstand heeft gebracht. “Anderen doen er twee uur over. Ik leg de afstand in één uur af”, zegt hij. Hij komt uit een 160 kilometer verderop gelegen reservaat en onderweg heeft hij enkele familieleden opgepikt.

Drankmisbruik is algemeen in het reservaat, ook onder zwangere vrouwen. Veel kinderen worden geboren met een alcoholsyndroom. Ze zijn herkenbaar aan hun kleine hoofd, korte neus en dunne bovenlip en zijn zwak begaafd. Christine Dunham is 61 en herinnert zich nog de tijd dat Indianen geen alcohol mochten kopen. “Dat waren betere tijden”, zegt ze.

Het stadscentrum van het dorpje Norris, tussen het Rosebud en Pine Ridge reservaat in, bestaat uit één drankwinkel. Daar, voor de deur, speelt zich al het lokale sociale verkeer af. Jongeren lopen soms tien kilometer of komen in hun langzaam deinende autowrakken naar het dorp en vragen elkaar om geld voor het delen van een fles paarse Hawaiian cocktail schnaps, een heupflesje whisky of gin.

De hoofdstad van het reservaat, het dorpje Rosebud, heeft één klein, druk tankstation en een winkel met frisdranken en snacks. Schuin aan de overkant is het gebouwtje voor de gekozen stamraad, het werkelijke centrum. Op het parkeerplein en voor de deur van het gebouwtje vragen Indianen om geld en gunsten aan stamraadleden. Volgens de oude Sioux-cultuur moet iedereen alles wat hij heeft met anderen delen. “Elders in Amerika krijgen politici geld voor hun verkiezingsfonds, hier moet je geld geven aan de kiezers”, zegt Ralph Neiss die aan de stamraadverkiezingen voor oktober meedoet. Hij heeft een grote, moderne bril en lang, dik, glanzend zwart haar achter in een staart bijeengebonden. In een gammele Ford Pinto op de parkeerplaats wacht een man die geld van hem wil hebben.

Beany Valandra, gelukkig eigenaar van het tankstation met winkel, is kandidaat voor het voorzitterschap van de stamraad. Deze Westers uitziende Indiaan heeft in twee maanden al 7.000 dollar uitgedeeld aan stamgenoten in moeilijkheden. Voor de deur van het gebouwtje vraagt een gezette vrouw in trainingspak hem om geld voor de begrafenis van een familielid. Hij geeft haar tien dollar.

Valandra heeft wegens zijn oppositie tegen de vuilnisbelt de voorverkiezingen gewonnen tegen de huidige voorzitter van de stamraad. In oktober moeten de kiezers hun keuze bepalen tussen hem en een meer neutrale kandidaat. Valandra, wiens vader en grootvader ook stamvoorzitter waren, maakt een goede kans.

Valandra is ook uitzonderlijk als kleine ondernemer, net zoals zijn broers en zussen die elders in het reservaat winkels en zaken hebben. De meeste Indianen zijn al generaties lang afhankelijk van overheidssteun. Het kritische Sioux-weekblad, The Lakota Times, constateert hoe bijstandsuitkeringen de levenslust hebben gedoofd.

De voorzieningen voor Indianen zijn beter dan voor Amerikanen in het algemeen. Ze krijgen gratis medische zorg in een modern ziekenhuis bij Rosebud. Het "Federal Bureau of Indian Affairs' verzorgt de wegen en infrastructuur waar de Indianen in tegenstelling tot andere Amerikanen geen lokale belasting voor hoeven te betalen. Er is financiële hulp voor studie en speciale jacht- en visrechten voor Indianen. Bovendien zijn er nog vorderingen op de federale overheid wegens verdragsbreuk.

Door dergelijke voordelen en omdat steeds meer Amerikanen de Indianen idealiseren als het uitverkoren ecologische volk, hebben tijdens de laatste volkstelling in 1990 1,8 miljoen mensen zich laten registreren als Indiaan. Dat is drie keer zoveel als in 1960. Door menging met andere groepen zijn veel Indianen niet van blanken te onderscheiden. In het Rosebud-reservaat lopen donkerblonde en zelfs blonde Indianen rond. Iedere stam heeft andere normen voor lidmaatschap.

“Iedereen wil tegenwoordig Indiaan zijn”, zegt de 19-jarige Michael Le Pointe, lid van de Sicangustam en vertegenwoordiger voor First Computer Concepts van Beany Valandra's broer Howard. Dit computeradviesbureau heeft onder andere voor het Bureau of Indian Affairs een programma ontwikkeld om te bepalen in hoeverre iemand beroep kan doen op de status van Indiaan.

Het hoofdkantoor van First Computer Concepts staat op Technology Square nummer 1. Het is niet meer dan een goed onderhouden en ruim uitgevallen houten stacaravan bij een parkeerplaats vol gaten. De bijkantoren in Washington, Albuquerque en elders zijn groter maar in het reservaat is er een belastingvoordeel. Bovendien wil Valandra economische activiteit in het reservaat houden en bevorderen. Lepointe: “We moeten af van de afhankelijkheid van de overheid. Dat is moeilijk als je altijd hebt gezien dat je ouders wachten op de uitkering van de eerste van de maand.”

Sinds twintig jaar heeft het reservaat een zelf gestarte culturele motor: Sinte Gleska College, een universiteit die moderne vakken combineert met onderwijs in de Sioux-cultuur. Bovendien heeft het praktische programma's over alcoholisme en economische ontwikkeling.

Er zijn nu 24 van dergelijke colleges in Indianenreservaten. Volgens de Sioux-president van het College, Lionel Bordeaux, ligt het onderwijs aan Sinte Gleska dichterbij de Indiaanse cultuur dan een conventionele universiteit. Sinte Gleska, dat in stacaravans, oude gebouwen en door studenten gebouwde ruimten is ondergebracht, concentreert zich nu op de opleiding van voornamelijk onderwijzers en leraren, die door hun kennis van de Indiaanse cultuur dichterbij hun leerlingen staan. De hoop is dat scholieren dan minder snel spijbelen of helemaal afhaken.

Er is nog heel wat nodig om de ondernemingslust te bevorderen.Hoewel de film "Dances with Wolves' de Sioux in een geromantiseerd licht zette, heeft het geen extra toerisme opgeleverd. Tot 1973 kwamen stromen toeristen wel kijken naar dansfestijnen op de reservaten. Na politieke bezettingen en gewelddadige onderdrukking in het Sioux-plaatsje Wounded Knee kwam niemand meer. In plaats daarvan gaan de bezoekers naar Mount Rushmore, waar hoofden van vier Amerikaanse presidenten groot uit een berg zijn gebeeldhouwd. Dit is een belediging voor Indianen omdat het midden in de Black Hills ligt.

De Amerikaanse regering heeft de Black Hills na de eerste vondsten van goud in strijd met het verdrag met de Sioux afgenomen. Hoewel de Sioux de Black Hills pas eind 18de eeuw op de Kiowa-Indianen hebben veroverd, is het voor hen heilig gebied geworden. Het Hooggerechtshof heeft aan de Sioux een ruime schadevergoeding toegekend voor het afnemen van de Black Hills maar de Sioux nemen daar geen genoegen mee en willen het land zelf. De grootste tegenstanders van het afstaan van de Black Hills zijn de niet-Indiaanse, hoofdzakelijk blanke inwoners van South Dakota.

Toch neemt ook in South Dakota de belangstelling voor Indianen toe. Blanke leerlingen leren daar tegenwoordig ook over de Sioux en het Laramie-verdrag, dat de Black Hills aan die stam toewees. Jaarlijks werd er in South Dakota Pioneer Day gevierd, nu is dat Native American Day geworden. Maar dat helpt het Rosebud-reservaat nog niet van het vuilnisprobleem af.