Leesplankje

Met de leesplank van Hoogeveen leert ieder kind in Amsterdam weer lezen, is de boodschap in het artikel van Gretha Pama over het bijspijkeren van moeilijk lezende kinderen (NRC Handelsblad, 18 september).

Twintig jaar geleden gebruikten bijna alle openbare scholen de Hoogeveen en toch bleef tien procent van de eerste klassers zitten omdat ze niet konden lezen. Het is naïef te denken dat het uitsluitend van de gebruikte methode afhangt of een kind leert lezen. De methoden voor aanvankelijk lezen die nu in de basisscholen worden gebruikt verschillen wat methodiek betreft niet wezenlijk van elkaar, zelfs niet van de vroeger gebruikte Hoogeveen. Bij al die methoden is het belangrijk dat klanken worden onderscheiden, verschillen en overeenkomsten tussen woorden worden gezien en dat er structuur in het leesonderwijs zit.

Leraren die verstand hebben van leesmethodiek kunnen met alle bestaande leesmethoden kinderen leren lezen. De leesmethode hoeft niet "teacher-proof' te zijn maar de leraar moet de methode de baas zijn. Het werkelijke probleem is dat onervaren leraren voor groep drie worden geplaatst en er gemiddeld zo'n drie jaar over doen om de leesmethodiek onder de knie te krijgen.

Geef de Amsterdamse leraren, die volgend jaar voor het eerst in groep drie onderwijs gaan geven de komende maanden een stevige cursus aanvankelijk lezen, stel ze tegelijkertijd in staat om van september tot de kerst minstens een uur per week te hospiteren bij een ervaren collega in groep drie en stel ze daarna in de gelegenheid om onder begeleiding één kind met leesproblemen te leren lezen. Jammer dat schoolbesturen of overheid, ook niet de gemeenteraad van Amsterdam bereid zijn de kosten van deze effectieve scholing van leraren te betalen.

Het leesprobleem bij de allochtone kinderen is hiermee nog niet opgelost. Bij deze kinderen is de achterstand in de Nederlandse taal zo groot dat extra voorzieningen nodig.