Jeugdige schaaktop verkiest Fischer boven Kasparov

Ik kreeg het boek toegestuurd over het Europees jeugdkampioenschap dat begin van dit jaar in Arnhem gespeeld is en zag dat er in de inleiding strenge woorden tot de pers gericht werden, die ik me aan kan trekken.

Het jeugdkampioenschap heeft altijd weinig publiciteit gekregen. Nu loopt iedereen hongerig achter Piket, Gelfand en Ivantsjoek aan, bedelend om een interview, maar toen ze een paar jaar geleden in Arnhem speelden namen sommige kranten niet eens de moeite om hun namen goed te spellen. Aldus, bitter maar juist, de samenstellers van het boek, Jeroen van den Berg en Tom Bottema.

Ik heb me zelf ook nooit veel gelegen laten liggen aan dit kampioenschap. Het is moeilijk om te schrijven over onbekenden. Zo laten we het eerste belangrijke internationale optreden van de kampioenen van morgen ongemerkt passeren. Het is wat laat om berouw te tonen. De bondssponsor Ohra, die dit kampioenschap organiseerde, heeft zich teruggetrokken. Het is zeer de vraag of het nu voor Nederland behouden kan blijven.

Aan het begin van het boek staan de antwoorden op een vragenlijst die de deelnemers moesten invullen. Wie hun schaakheld was bijvoorbeeld. Iemand maakte me er op attent dat de antwoorden op die vraag heel verrassend waren. Kasparov werd maar twee keer genoemd. Heeft hij dan niet de hoogste rating aller tijden, is zijn stijl niet briljant? Fischer werd negen keer genoemd, Karpov vier keer.

Karpov heeft wel eens geklaagd over wat hij noemde de club van ex-wereldkampioenen. Het is een jaloers clubje. De ex-wereldkampioenen doen alles om de regerende kampioen te kleineren. Pas als hij verslagen is, wordt hij hun vriend. Het wordt bevestigd in de boek van trainer Nikitin over Kasparov. Toen Kasparov tegen wereldkampioen Karpov speelde waren alle ex-wereldkampioenen (Fischer uitgezonderd, neem ik aan) bereid om hem met raad en daad terzijde te staan. Bij de jeugd lijkt hetzelfde mechanisme op te treden. Pas als de koning vermoord is, kan hij de eer krijgen die hem toekomt.

Vreemde voorkeuren hebben sommigen van die jongelui. De Nederlandse deelnemer Dimitri Reinderman, die zichzelf het Vluggerbeest noemt, heeft als schaakheld Jannes van der Wal. In het algemeen verrassen de bescheiden ambities. Maar één speler, de IJslander Stefansson, wil wereldkampioen worden. Een heleboel zijn al tevreden als ze de meestertitel behalen. Wat is uw doel in het schaken? Stoppen, zegt de Deense kampioen. En in het leven? Een veilig bestaan, zegt de Oostenrijker.

Ze zijn niet allemaal gesneden uit het hout waarvan men wereldkampioenen maakt, deze jeugdspelers, dat kan je al aan sommige foto's in het boek zien. "Stefansson in karakteristieke pose", staat er onder een foto waarop we de nummer twee van jong Europa achter het bord een flesje bier zien drinken. Na zeven zetten van de Svesnikov-variant is een onidentificeerbare zwartspeler in slaap gevallen. Een andere foto heeft het volgende onderschrift: "Als gevolg van een verloren weddenschap speelde de Ier John Buckley in zijn partij tegen Eelco de Vries met een boksershort op zijn hoofd.' De toernooivoorzitter maakte in zijn slotwoord gewag van zijn ontzetting over het mateloze alcoholgebruik van de deelnemers. Zou het de veelbesproken patatgeneratie zijn die in Arnhem aantrad? Misschien onderschat ik ze.

Loek van Wely toont zich in de enquête ook al zo griezelig bescheiden. Grootmeester worden en in het interzonale toernooi spelen, is zijn schaakambitie. Mag het geen kandidatenmatch worden? Ik lees net dat hij alweer een toernooi-overwinning heeft behaald, in San Benedetto del Tronto deze keer. De vierde toernooi-overwinning in een paar maanden tijd, het is werkelijk fantastisch. In het geheim zal hij zijn ambitie wel wat hoger gesteld hebben.

De Russische meester Bichovski begeleidt al twintig jaar de Sovjet-jeugdkampioenen naar Nederland. In het toernooiboek bespreekt hij een leerzaam eindspel van zijn pupil Vladimir Kramnik. Het leerzame zit hem niet zozeer in de winstmethode die Kramnik kiest. Die wijst zichzelf min of meer, er is geen andere manier. Het gaat om de beoordeling van de diagramstelling. Als ik die zonder zetten en commentaar zou hebben gezien, zou ik waarschijnlijk gedacht hebben dat wit het remise zou kunnen houden. Bichovski laat zien dat het geforceerd gewonnen is voor zwart.

Zie diagram 1

Wit Van Wely-zwart Kramnik

39...g7-g5 40. Ke3-f3 g5-g4+ 41. h3xg4 h5xg4+ 42. Kf3-e3 Lf6-e7 43. La1-c3 Le7-d6 44. Lc3-e1 Kf5-e6 45. Ke3-d3 Ke6-d7 46. Kd3-e2 Kd7-c6 47. Ke2-d3 Kc6-b5 48. Kd3-c2 a7-a5 49. Kc2-d3 a5-a4 50. b3xa4+ Na 50. Kc2 Lb4 51. Lxb4 Kxb4 wint zwart het pionneneindspel. 50...Kb5xa4 Het lijkt nog niet zo'n ramp voor wit, maar door de zwaktes d4 en g3 aan te vallen en gebruik makend van tempodwang kan zwart zijn koning een doortocht naar het centrum banen. 51. Le1-f2 Ka4-b3 52. Lf2-e1 Kb3-b2 53. Le1-f2 Kb2-c1 54. Lf2-e3+ Kc1-d1 55. Le3-f2 Ld6-a3 56. Kd3-e3 La3-c1+ 57. Ke3-d3 Lc1-d2 58. Lf2-e3 Ld2-e1 59. Le3-f4 Le1-f2 Grappige lopermanoevre. 60. Lf4-e5 Kd1-e1 61. Kd3-c3 Ke1-e2 62. Kc3-b4 Ke2-f3 63. Kb4-c5 Kf3-e4 Wit gaf op.

Nog een boekje. De Engelse schrijver John Healy werd bekend door The Grass Arena, een schokkend verslag over zijn jaren als alcoholistische zwerver. In de gevangenis leerde hij schaken en tot zijn eigen verwondering - hij had immers tien jaar lang lichaam en geest gesloopt - werd hij een sterk speler, die bijvoorbeeld in 1976 als enige niet-professional aan het eerste Britse blindschaakkampioenschap meedeed. Later stopte hij met schaken, omdat hij het als een nauwelijks minder gevaarlijke verslaving dan het alcoholisme ging zien.

Hoe sterk was Healy precies? Veel lezers van The Grass Arena zullen zich dat afgevraagd hebben. Ze kunnen een indruk krijgen door een nieuw boekje, Geen vrienden aan het schaakbord, waarin Healy een aantal partijen en partijfragmenten laat zien. Hij blijkt een scherp tacticus. Zelf schrijft hij dat hij met de openingen en de middenspelstrategie altijd meer moeilijkheden heeft gehad. Heel elegant is de manier waarop Healy in het volgende eindspel de winst forceert.

Zie diagram 2 Wit Healy-zwart Weleminsky, Brighton 1984. 1. Tg2-g5! Dreigt 2. Th5 1...f6xg5 2. h4-h5 g5-g4+ 3. Kf3xg4 Kc7-d6 en zwart gaf meteen op, omdat de witte pionnen na 4. f6 gevolgd door 5. Kf5 niet meer te stuiten zijn.