ITALIË

Italian Journeys door Jonathan Keates 312 blz., Heinemann 1991, f 64,65 ISBN 0 434 38486 0

Een bezoek aan Italië was een voorrecht voor de elite en dat wordt het opnieuw. Al trokken dit jaar drie miljoen bezoekers naar het land, het zullen er telkens minder worden. Niet door de Mafia of olievlekken op het strand, maar omdat het land zich uit de markt prijst voor die categorie bezoekers, die alleen voor de zon en de stranden komen. Daar is niets op tegen, in Spanje en Griekenland vinden die gelijke omstandigheden. Blijft over een land voor de liefhebbers, die de kribbe van de kunst bezoeken en zich niet laten weerhouden door het ieder jaar weer fors stijgende prijspeil. Zulke bezoekers zijn wars van toerisme.

Er zijn tenslotte toeristen, bezoekers en reisboekenschrijvers, en dat blijven drie verschillende categorieën. De eerste heeft het gemakkelijk: met elke avond disco en een buisje Norit heb je er geen kind aan, de tweede groep loopt met de rode gids van de TCI rond en de derde groep moet mededelen. Ook Jonathan Keates, die pas halverwege zijn boek tot het inzicht komt dat ""de moeilijkheid met het schrijven van boeken over Italië is dat je nooit kunt vermijden precies als iemand anders te klinken. Honderden mensen zijn er al voor jou geweest, en hoe wanhopig je ook probeert iets nieuws en origineels te schrijven, je blijft je altijd bewust van die afschrikwekkende hoeveelheid paden die anderen allang bewandeld hebben, en jouw eigen pogingen er absoluuts futiel laten uitzien.''

Keates beide romans Allegro Postillons en The Strangers' Gallery kregen lovende woorden en literaire prijzen, en dat heeft hem er misschien toe aangezet als invalshoek de anekdote te kiezen. Het probleem blijft dat hij soms wel aardige dingen over Italië opmerkt, maar dat ik sterk de neiging heb eigen ervaringen naast die van Keates te zetten, een neiging die ik zal onderdrukken, want ik ben geen jaloerse minnaar.

De Britten gaan er eigenlijk een beetje prat op dat ze Italië hebben ontdekt, het waren vooral "hun' jongens die op de Grand Tour werden gestuurd, en het zijn hun dichters Shelley en Keats die in Rome begraven liggen. Het beeld van de Britse reiziger in Italië, dat E. M. Forster in A Room With a View schetst en dat ook in de gelijknamige film adequaat overkomt, is sindsdien niet revolutionair veranderd. Zo schutterig omdat alles anders is dan thuis en dat in een land, waar de Brit even hard als in eigen land weigert een woord over de grens te spreken. Keates heeft tenminste wèl Italiaans geleerd en poogt in elk geval het land te begrijpen.

Hij heeft zich ook de tijd genomen en geeft in een mooie stijl en een bloemrijke taal zichzelf alle gelegenheid af te dwalen in observaties, in lyriek. Daarmee is het een onderhoudend boek, maar licht irritant wegens de hoofdrol van de "ik'. Het is meer een boek voor liefhebbers van Keates dan van Italië, omdat het maar geen weg inslaat tussen autobiografie, sociologische verkenning, artistieke gids of enkel een reisverslag. Het Italië dat althans in dit boek zijn belangstelling geniet is het noorden, Rome ligt al bijna te zuidelijk. Maar misschien komt er nog een deel.

Wat mij betreft hoeft dat overigens niet. Het Italië dat zich aan Keates heeft geopenbaard is toch grotendeels geheel anders dan dat het zich aan mij heeft voorgedaan, en zo zal elke Italiëganger zijn eigen beeld hebben, of zijn eigen vooroordelen bevestigd willen zien. En dan hoeft dat niet met zo veel woorden gezegd te worden: een echte liefde sluit men in het hart, in de hoop dat het uniek blijft, wetend dat het een illusie is. Italië heeft vele minnaren; het is Keates vergeven zijn bekentenissen opgeschreven te hebben.