Godsdiensttwist India houdt aan ondanks wet

NEW DELHI, 21 SEPT. Het Indiase parlement heeft deze week een wet aangenomen die het religieuze geweld tussen de hindoe-gemeenschap en de moslim-minderheid moet bezweren, maar het lijkt onwaarschijnlijk dat het hiermee succes zal boeken.

De Bharatiya Janata Party (BJP), een rechtse hindoe-partij, heeft meteen aangekondigd actie te zullen voeren tegen wat ze noemt een “beleid van dubbele maatstaven” door de regering, waarbij de hindoe-meerderheid als tweederangs burgers zou worden behandeld.

In 1990 waren er het hele jaar botsingen tussen de gemeenschappen nadat de radicale hindoe-bewegingen hadden getracht de Babar-moskee in Ayodhya te bestormen, omdat volgens hun zeggen de moskee op de plaats was gebouwd op de plaats waar de hindoe-god Ram is geboren en waar eens een hindoe-tempel stond.

De nieuwe wet, die "de wet voor de plaatsen van godsdienstoefening' heet, verbiedt de verbouwing of verandering van elke plaats van godsdienstoefening en wil de status quo handhaven zoals die was op 15 augustus 1947, de dag waarop India onafhankelijk werd. De wet is gericht tegen de hindoe-bewegingen als de fundamentalistische "Vishwa Hindu Parishad' (VHP), die beweert dat er behalve de Babar-moskee in Ayodhya nog twee heiligdommen zijn die tot nu toe worden gebruikt als moskee en moeten worden "bevrijd'.

Eén heiligdom ligt in Benares (Varanasi) en is gewijd aan de god Shiva, het andere is de geboorteplaats van de god Krishna in Mathura ten zuiden van New Delhi. Maar de VHP gaat nog verder: volgens de woordvoerder van de VHP, Ashok Singhal, zijn er “ten minste 3.500 tempels die op een gewelddadige manier in beslag zijn genomen door de moslim-veroveraars en veranderd in moskeeën of mausoleums, voor zover ze niet geheel verwoest werden”.

Volgens de leider van de BJP, Lal Advani, zal de nu aangenomen wet het tegengestelde effect hebben van wat zij beoogt. In plaats van het indammen van de wederzijdse beschuldigingen van de gemeenschappen zullen de gevoelens van de hindoes dat zij "tweederangs burgers' zijn, worden versterkt, omdat de regering omwille van het secularisme inging op alle religieuze eisen van de moslims, terwijl de grote meerderheid, de hindoes verondersteld worden seculier te zijn. De leider van de VHP, Singhal, meent dat aanvaarding van het wetsvoorstel bewijst dat “de moslim-lobby het land regeert.”

De regering had gehoopt de BJP-oppositie de wind uit de zeilen te nemen door twee plaatsen van godsdienstoefening uit te zonderen van de nieuwe wetgeving. De ene plaats is een heiligdom in Somnath, in het westen van India, dat is omgebouwd tot een tempel in 1950 en het tweede is de Babar-moskee in Ayodhya.

De deelstaat Uttar Pradesh, waarin Ayodhya ligt, wordt sinds juni geregeerd door de BJP die toen een tweederde meerderheid behaalde bij de verkiezingen voor het parlement van de deelstaat. Terwijl zij eerst de straat opging om de sloop van de moskee te eisen is de BJP nu zij aan de macht is, de bewaker geworden van het recht en de orde. “Een oppositiepartij kan de sloop van de moskee eisen”, zei Advani na de overwinning van de BJP in juni, “maar een partij die in de regering zit kan dat niet doen.”