GEZONDHEID

Denken over Geneeskunde, een praktische filosofie voor de gezondheidszorg door Wim J. van der Steen 176 blz., De Tijdstroom 1991, f 32,50 ISBN 903521403X

Als een filosoof aankondigt dat hij "denkt over geneeskunde' zal hij beginnen met het relativeren van de medische mogelijkheden en de invloed van het medisch model: de mens is meer dan de som van zijn organen. De glansrol van de arts als mensenredder, bekend uit de vooroorlogse doktersromans, is allang ingewisseld voor die van de hulpverlener die zijn patiënt zo gauw mogelijk de deur uitwerkt en in zijn weekend niet wil worden gestoord. Geneeskunde wordt steeds meer gezien als een noodzakelijk kwaad waarvan de waarde niet mag worden overschat.

Er is de laatste decennia veel nagedacht en geschreven over deze zaken, maar op de een of andere manier vermag de gezondheidszorg daar weinig of geen profijt van te trekken. De geneeskunde staat nog steeds centraal in het grote geheel van de gezondheidszorg waarin depressies met chemicaliën worden bestreden en niet met psychotherapie. Van wijsgeren moet men ook geen echt praktische oplossingen verwachten. Zij maken zich zelden druk over een Geneesmiddelen Vergoedings Systeem, over een eigen bijdrage, over een "kostenplaatje van een volksverzekering' of over het doen van een keuze uit het omvangrijke pakket waar de overheid het nu al twintig jaar over heeft. Zelfs de uitgesproken negatieve aspecten van de geneeskunde, bij voorbeeld medisch ingrijpen dat mensenlevens kan kosten, worden voor kennisgeving aangenomen. De kranten spreken er schande van, de zieken hebben geen keus.

Wim van der Steen, die wijsbegeerte van de biologie doceert aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en de Rijksuniversiteit in Leiden, komt aan de hand van de literatuur tot het plaatsen van kanttekeningen waaruit scepsis ten opzichte van het medisch wetenschappelijk onderzoek doorklinkt. Die scepsis treft vooral de "reductionistische' benadering zoals die uit de vooroorlogse jaren stamt en waarbij de onderdelen worden bestudeerd om de som van het geheel te begrijpen. Zo werkt inderdaad de geneeskunde nog steeds, vooral als wetenschap de basis moet zijn voor nieuwe medische technologie. En het is die technologie waar de zieke mens mee te maken krijgt.

Van der Steen maakt interessante opmerkingen over reductionisme en holisme, die veelal als tegenstelling worden gezien omdat het eerste het medisch model vertegenwoordigt en het tweede "de zorg voor de gehele mens" zou omvatten. Deze tegenstelling is lang niet waterdicht. De reductionisten zoeken inderdaad naar een biologische oorzaak van een ziekte, al was het maar om die oorzaak te kunnen uitsluiten, maar dat hoeft een holistische benadering in de behandeling van de patiënt nog niet in de weg te staan. Zoals Van der Steen zelf zegt: de invloed van psychosociale factoren op gezondheid en ziekte is groot, maar de arts moet zich met die niet-biologische zaken maar niet te veel bemoeien en vooral (blijven) samenwerken met psychologen. (Hij zal zich er ongetwijfeld van bewust zijn dat ook de psychotherapeut het medisch model hanteert).

Minder fortuinlijk is zijn benadering van "de tweedeling van lichaam en geest', wat maar een vage zaak blijft. De jus van originaliteit die een filosofische benadering van de wetenschap zo goed verteerbaar kan maken is in dit boek niet royaal opgeschept. Over stellingen als "het beleid van de overheid niet tot een goede gezondheidszorg leidt' of "beleidsmakers te veel worden beheerst door de macht van het getal' hoeft men niet zo heel diep na te denken.