Finland; Finlands onwennige vrijheid

Bij elke stap die ze de afgelopen tientallen jaren in de internationale arena deden, keken Finse ministers en diplomaten met een schuin oog naar de Sovjet-Unie. Ook binnen het eigen land vermeed iedereen zorgvuldig de machtige communistische buurman voor het hoofd te stoten. Zelfs de media legden zich vrijwillig censuur op wanneer ze over de Sovjet-Unie berichtten.

"Finlandisering' noemde de buitenwereld deze houding, een term die tot spijt van de Finnen algemeen ingang vond. In een Finse encyclopedie wordt het begrip omschreven als een “denigrerende politieke term” die betekent dat men “zich aanpast aan de invloedsfeer van de Sovjet-Unie”.

De macht van de buurman is evenwel de afgelopen jaren danig afgebrokkeld en enigszins beduusd beginnen de Finnen tot het besef te komen dat ze voor het eerst sinds de Tweede Wereldoorlog vrij de wereld tegemoet kunnen treden. Dat is even wennen in Helsinki.

Vorig jaar nog hielden de meesten vol dat het veel te vroeg was om het oude gedachtengoed zo maar op te geven. Ze vergeleken de oude vertrouwde neutraliteitspolitiek met een paraplu die niet meteen diende te worden weggegooid op een ogenblik dat het toevallig even droog was.

Na de omwenteling in de Sovjet-Unie van de laatste weken kunnen de Finnen er echter niet meer omheen dat de oude orde is ingestort. Het beste bewijs kwam woensdag van de kant van Moskou zelf. De nieuwe Sovjet-minister van buitenlandse zaken, Boris Pankin, verklaarde toen dat het oude vriendschapsverdrag met Finland rijp was aan aanpassing. Dit verdrag uit 1948 stipuleert dat Finland een aanval van Duitsland of met Duitsland verbonden staten moet afslaan, zo nodig met hulp van Moskou.

Finland zelf had vorig najaar zelf ook al voorzichtig laten doorschemeren dat het betreffende artikel van het verdrag niet erg actueel meer was en stemde va harte in met de Russische suggestie. Dit weekeinde zullen Pankin en zijn Finse ambtgenoot Paavo Väyrynen in New York over een nieuw verdrag van gedachten wisselen.

Intussen breekt Finland zich het hoofd over de vraag wat het nu moet doen met de nieuwe bewegingsvrijheid. Moet het zich, in navolging van die andere neutrale mogendheid in het noorden van Europa, Zweden, aansluiten bij de Europese Gemeenschap? “Ja”, roept onder anderen de Finse minister van handel Pertti Salolainen, een invloedrijk man in het kabinet die onlangs tot leider van de Conservatieve partij werd gekozen. Hij wil dat Finland zo snel mogelijk een aanvraag indient voor het lidmaatschap van de Brusselse club.

Ook aan de andere kant van het politieke spectrum, bij de Sociaal-democraten worden de geesten steeds rijper voor een toetreding tot de EG. Partijleider Pertti Paasio, een voormalige minister van buitenlandse zaken, is al om. Dit najaar zal de partij de kwestie bespreken.

De echte zwaargewicht op het terrein van de Finse buitenlandse politiek, de behoedzame president Mauno Koivisto, heeft zich echter nog niet gemengd in het huidige debat over de wenselijkheid van een aanmelding van de EG. Veel zal van zijn standpunt afhangen.

Finland, dat deel uitmaakt van de Europese Vrijhandelsorganisatie (EVA), had aanvankelijk gehoopt dat het door de onderhandelingen met de EG over een zogeheten Europese Economische Ruimte de vruchten van nauwere samenwerking met de EG te kunen plukken zonder zelf lid te hoeven worden. Vooral nu Zweden heeft besloten zich bij de EG te voegen en ook een EVA-lid als Oostenrijk dit graag wil, is de bodem een beetje onder de nogal schimmige Ruimte weggeslagen.

Terwijl Finland politiek gezien altijd allereerst rekening hield met de Sovjet-Unie, liggen de Finse economische belangen al jaren hoofdzakelijk in West-Europa en de andere Scandinavische landen. De handel van Finland met de Sovjet-Unie was de afgelopen jaren al fors teruggelopen en maakt nog maar een gering deel uit van de totale Finse buitenlandse handel. Nu Finland, dat zijn economie in de tweede helft van de jaren tachtig gestadig zag groeien, in wat zwaarder economisch weer is terecht gekomen, kijkt het in de eerste plaats naar het Westen. Naar het Oosten en de nieuwe Baltische staten (vooral naar Estland dat min of meer dezelfde taal spreekt) kijken de Finnen wat meewarig in de wetenschap dat ze niet langer wakker hoeven te liggen over wat Moskou van hen denkt.