"Een beeld van Oorthuys'

Cas Oorthuys, vintage prints Amsterdams Historisch Museum 24-9-1991 tot 13-1-1992 Een beeld van Cas Oorthuys door Willem Diepraam, Fragment Uitgeverij ƒ 19,50

In het halletje dat toegang geeft tot de zaal waar de tentoonstelling van vintage prints van fotograaf Cas Oorthuys (1908-1975) gehouden wordt, hangt een foto van een uitbundig lachende man. “Deze foto valt buiten het beeld dat ik van Oorthuys wil geven”, zegt Willem Diepraam, fotograaf en samensteller van de tentoonstelling. “Ik heb hem opgehangen omdat hij staat voor het beeld dat mensen van Oorthuys hebben. Hij heeft in de jaren vijftig en zestig enorm veel portretten gemaakt die allemaal uitschreeuwen: het wordt beter. Dat was het optimisme van de jaren vijftig, de Wederopbouw, het geloof in de vooruitgang. Voor ons is dat werk gedateerd. Ik wil hem daar niet hard over vallen, ik begrijp het wel, maar het hoort bij die enorme hoeveelheid foto's die ik weggelaten heb.”

Cas Oorthuys was de meest produktieve fotograaf van Nederland, schrijft Diepraam in de catalogus van de tentoonstelling. Hij was ook letterlijk Nederlands meest geziene fotograaf in zijn tijd en misschien nu nog wel. De half miljoen foto's die hij maakte, hingen in de trein, stonden in kranten en weekbladen en sierden de kinderpostzegels die hij ontwierp. Zijn reisgidsen maakten oplages van 150.000 exemplaren; de anekdote gaat dat hij in Afrika een neger met een reisgidsje van zijn hand over Oxford tegenkwam. Hij maakte meer dan honderd boeken en werkte mee aan een vijftigtal tentoonstellingen. Wat bewoog Diepraam om nog een tentoonstelling aan hem te wijden?

“Ik was gefascineerd door die ongelooflijke hoeveelheid foto's die Oorthuys gemaakt heeft. Een jaar of tien geleden zag ik in een galerie een tentoonstelling van hem. Die galeriehouder had een paar boeken van hem gezien, daar gewoon het mooiste uitgehaald en dat bij elkaar gehangen. Dat is het voordeel van iemand die van buiten komt. Hij had niks te maken met die bergen foto's of met de manier waarop wij naar Oorthuys keken. Hij bracht een perspectief aan dat ik uitgediept heb.

“Een andere aanleiding voor de tentoonstelling was de mogelijkheid om te laten zien hoe bijzonder vintage prints kunnen zijn. Het zijn drukken die gemaakt zijn door de fotograaf of met zijn goedkeuring, in de tijd dat het negatief ontstond. Die kunnen ons de meest authentieke ervaring geven.”

Hoe heeft u een keuze gemaakt uit het werk van Oorthuys?

“Ik ben twee jaar geleden begonnen met het bekijken van alle drukken uit verschillende collecties. Daar heb ik een keuze uit gemaakt van 120 foto's, die ik geleend heb en waarmee ik heb geleefd tot ik het beeld had dat ik wilde geven. Je kiest niet alleen een mooie contemporaine afdruk, maar vraagt je ook af of het een echt belangrijk beeld is.”

Wat is een echt belangrijke foto?

“Ja, wat is kunst. Dat is niet communiceerbaar. Mooi is wat ik er van terug krijg.”

Zien we dan niet de kunst van Willem Diepraam in plaats van die van Cas Oorthuys?

“Nee, absoluut niet. Het allerlaatste, wat ik wil, is komen aan wat hij gemaakt heeft en aan wat hij wilde tonen. Ik zou ook niet willen dat dat met mijn werk gebeurde. Ik wil alleen maar het perspectief van waaruit je daar naar kan kijken voor een keer veranderen. Natuurlijk is het een persoonlijke selectie, maar wel op grond van een norm die ik ontwikkeld heb door jarenlang fanaat foto's te verzamelen. Ik heb dat gedaan omdat ik iets van mijn vak wilde snappen. Ik kwam uit het niks en binnen twee jaar was ik er. Op het moment dat iedereen dacht dat ik heel goed was, ontdekte ik dat het nog niks was. Toen ben ik gaan kijken, boeken gaan kopen, gaan verzamelen. Ik heb een enorme collectie gehad, die zich nu in verschillende Rijkscollecties bevindt. Niemand in Nederland heeft de afgelopen vijftien jaar zo veel foto's van zo veel verschillende fotografen gezien als ik. Dat is een feit, geen ijdelheid.

“Oorthuys is vaak ingedeeld bij Cartier-Bresson en de Magnumfotografen, maar hij is nooit fotojournalist geweest op die manier. Dat blijkt ook uit het feit dat hij de Rollei is blijven gebruiken tot begin jaren zestig toen zijn ogen slechter werden. Met een Rollei kun je niet snel werken. Die beroemde snelheid van hem is een mythe. Zijn werk is uiteindelijk lichtelijk afstandelijk vorm gegeven. Dat ging heel anders dan bij Cartier-Bresson die "het beslissende moment' met een kleinbeeldcamera ving.

Diepraam leidt mij enthousiast langs de vroege op het Bauhaus en de Dadaïsten geïnspireerde foto's en fotomontages en komt dan bij een foto van een vrouw in de Hongerwinter die een stuk brood eet: “Dat is voor mij een icoon. Deze druk is geblutst en gekrakt, maar er is geen andere die dezelfde perfectie heeft. Er liggen er nog tien in het Oorthuysarchief, maar die hebben niet die lading. Diepraam bekent ook zijn liefde voor de naoorlogse foto's: “Als ik die zie, denk ik dat ik de behoefte aan harmonie en schoonheid van iemand, die een oorlog heeft meegemaakt, kan voelen: hij vreet zich vol aan mooie landschappen, loopt lyrisch door Amsterdam.”

Op een wand heeft Diepraam industriële foto's uit de jaren vijftig en zestig bij elkaar gehangen: “Ik laat hier geen stoere havenarbeider zien, dat beeld kennen we wel. Wat hier hangt past in de vormgeverstraditie waar Oorthuys uitkomt, je kunt er de regels van de Nieuwe Zakelijkheid nog in herkennen. Mijn grondidee is dat Oorthuys een ontwerper is, die heel goed heeft leren fotograferen. Hier hangt werk van een belangrijk kunstenaar. Maar het is nooit zijn doelstelling geweest om dat te zijn.

Fotografie was een ambacht voor hem, een foto moest een functie hebben. Hij wilde een nuttige rol vervullen in de massamedia, hij vond niet dat hij er was om zichzelf op de wereld te propageren. Begrippen als mooi en schoonheid wilde hij niet toepassen op zijn eigen werk. Toch blijkt uit zijn oeuvre, en ik kan niet beoordelen hoe bewust of onbewust hij dat heeft gedaan, dat hij kunst gemaakt heeft.''