Zwangerschap geen grond voor afwijzen sollicitante

ROTTERDAM, 20 SEPT. Het afwijzen van een sollicitante wegens haar zwangerschap is onder alle omstandigheden verboden en leidt tot schadeplichtigheid van de werkgever. Deze uitspraak heeft de Hoge Raad vorige week gedaan.

De vrouw in wiens zaak de Hoge Raad beoordeelde heeft tien jaar geleden tijdens haar zwangerschap gesolliciteerd bij een vormingscentrum dat haar afwees met een beroep op de nadelige praktische en financiële consequenties die haar aanstelling zou hebben. De vrouw legde haar zaak in 1988 voor aan de Hoge Raad, nadat lagere rechters haar eis steeds hadden afgewezen. De Hoge Raad legde de zaak voor aan het Europese Hof van Justitie. Dat heeft in 1990 bepaald dat het afwijzen van een zwangere sollicitante onder alle omstandigheden verboden is. Dat oordeel is dus nu bevestigd door de Hoge Raad.

De vrouw kan met deze uitspraak bij het gerechtshof in Den Haag een schadevergoeding eisen. Volgens haar advocaat, mr. T.E. van Dijk zal die claim waarschijnlijk “enkele tienduizenden guldens” bedragen. Dat bedrag is gebaseerd op het inkomensverlies dat de vrouw leed omdat ze werkloos werd.

De uitspraak van de Hoge Raad strekt verder dan dit individuele geval. Elke schending van het beginsel van gelijke behandeling van mannen en vrouwen leidt tot volledig aansprakelijkheid van werkgevers. "Rechtvaardigingsgronden' voor ongelijke behandeling, zoals zwangerschap, die in het Nederlandse recht gelden, kunnen nu niet meer worden erkend.

Het arrest van de Hoge Raad opent nu de weg voor tientallen vrouwen die bij de commissie Gelijke behandeling vergelijkbare klachten hebben ingediend. Vorig jaar heeft de commissie al bepaald dat vrouwen in een sollicitatiegesprek geen vragen meer hoeven te beantwoorden over een eventuele zwangerschap.