Treuhand prijst Oostduitse staatsbedrijven aan; "Nederland mijdt ex-DDR'

DEN HAAG, 20 SEPT. Nederlanders investeren niet in de voormalige DDR. Ze verhandelen hun produkten liever in Duitsland. Dat is de klacht van de Treuhand. Niet slim, want er zijn vele gunstige financieringsregelingen en er is nog volop keus: uit maar liefst vijfduizend bedrijven. De krenten al weg uit de pap? “Er zijn nooit krenten geweest, er is alleen maar pap”, volgens P.G. Meyer Viol, de enige Nederlander in dienst bij de Treuhand.

De Treuhand, het Duitse overheidsorgaan belast met de privatisering en sanering van de staatsbezittingen in de voormalige DDR, wil meer bedrijven aan buitenlandse investeerders slijten. De Duitsers kunnen niet alles betalen en willen niet verweten worden dat ze de hele ex-DDR opkopen. Dat lukt nauwelijks: slecht vijf procent van de 3000 verkochte bedrijven is in buitenlandse handen overgegaan. Nederlandse ondernemers tonen helemaal weinig belangstelling. Tot nu toe wisten maar acht bedrijven alle obstakels te overwinnen en een staatsbedrijf over te nemen.

De investeerder heeft het ook niet makkelijk in Oost-Duitsland: De grond is verontreinigd, het machinepark verouderd - en als het nieuw is dan is het gemaakt voor een markt zonder concurrenten. Denken in termen van marketing is de werknemers vreemd. Bedrijfsleiders hebben in het verleden vaak contact gehad met de Stasi en zijn vrijwel allemaal lid van de SED geweest. Ze staan symbool voor het oude regime. Dan hebben buitenlandse investeerders nog een extra handicap: ze moeten concurreren met Duitsers die beter de weg kennen in het Oosten.

De Treuhand heeft nu 2700 man personeel in dienst. Vijfenzeventig procent is afkomstig uit Oost-Duitsland, de overigen zijn Westduitsers. Problemen teisteren de bureaucratie van de Treuhand. Het regent klachten over onbereikbaarheid en chaos op het hoofdkantoor in Berlijn. “Kinderziekten, nu is alles beter”, stelden medewerkers van Treuhand optimistisch op een voorlichtingsdag in Den Haag, georganiseerd door de Economische voorlichtingsdienst (EVD), die naar Nederland waren gekomen om de staatsbedrijven krachtig aan te prijzen.

De Duitse staat heeft zich garant gesteld voor de "Altlasten' en volgens Treuhand is alles onderhandelbaar. Sommige bedrijven gaan voor het symbolische bedrag van 1 mark van de hand. Het komt er eigenlijk op neer dat hoe meer arbeidsplaatsen een overnemer garandeert, hoe lager de aankoopprijs uitvalt.

Meyer Viol noemde gisteren nog een aantal redenen voor Nederlandse bedrijven om snel toe te slaan. Met een vestiging in een van de nieuwe deelstaten kan niet alleen een markt van zeventien miljoen Oostduitsers worden bediend, maar het is ook een sprinkplank naar Polen en Tsjechoslowakije. De bedrijven zijn goedkoop, de technische vakkennis van werknemers is goed, de lonen nog betrekkelijk laag. Dat laatste zal snel veranderen: verwacht wordt dat de lonen over twee jaar op Westduits peil zijn. Maar Meyer Viol is van mening dat vooral voor Nederlandse middelgrote ondernemingen volop kansen liggen in de bouw, de horeca en de levensmiddelenindustrie.