Studie: gedrag van Surinamer werkt negatief bij politie

AMSTERDAM, 20 SEPT. De politie behandelt Surinaamse burgers negatiever dan blanke Nederlanders. Deze bejegening wordt echter niet ingegeven door het verschil in huidskleur, maar door het "non-verbale gedrag' van Surinamers. Deze conclusie trekt de sociaal-psycholoog A. Vrij in zijn proefschrift "Misverstanden tussen politie en allochtonen: sociaal-psychologische aspecten van verdacht zijn', waarop hij 26 september zal promoveren aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Vrij trok zijn conclusies op basis van experimenteel onderzoek, waarbij onder meer het gedrag van Nederlandse en Surinaamse verdachten tijdens politieverhoor werd geregistreerd met een verborgen camera. Gekeken werd naar wat de Surinaamse burger verdacht maakt, de afwijkende huidskleur, de afwijkende opvattingen of het afwijkende non-verbale gedrag. Met name aan dat laatste is in discriminatie-onderzoek nog weinig aandacht besteed.

Uit het experimentele onderzoek (waaraan 798 blanke politiefunctionarissen en 511 Surinamers meededen) kwamen grote verschillen naar voren. Surinamers kijken meer van de politie-agent weg, lachen vaker, spreken langzamer, indirecter en met meer spraakverstoringen, maken meer gebaren en rompbewegingen en spreken met een hogere stem.

De Nederlandse agenten bleken tijdens het onderzoek burgers met "zwart' (non-verbaal) gedrag negatiever te beoordelen dan burgers met "blank' gedrag. De invloed van de huidskleur was het geringst en bleek bovendien tegengesteld aan de verwachtingen. Zo bleek een zwarte huidskleur soms positiever beoordeeld te worden dan een blanke huidskleur. Dat was het geval in situaties wanneer de zwarte burger en zijn woonomgeving er verzorgd uitzagen. Blijkbaar zijn de verwachtingen rondom zwarte personen dermate negatief dat een positieve afwijking extreem positief wordt beoordeeld, zo concludeert Vrij.