Spanje liberaliseert betalingsverkeer nog voor eind van dit jaar

MADRID, 20 SEPT. Spanje zal nog voor het eind van het jaar het buitenlandse betalingsverkeer geheel vrijgeven. Spaanse bedrijven en particulieren zullen zonder voorafgaande toestemming van de overheid rekeningen in het buitenland kunnen openen en leningen kunnen sluiten.

Daarnaast worden per 1 januari de importheffingen op meer dan 170 produkten (waaronder elektronica en landbouwwerktuigen, maar geen auto's) opgeheven.

De maatregelen zijn onderdeel van een pakket dat de Spaanse economie volgens minister van financiën en economie Carlos Solchaga in één klap tot een van de meest liberale binnen de Europese Gemeenschap zal maken.

Solchaga verwacht verder dat de reeks besluiten op korte termijn al zal leiden tot een verlaging van de rente. Hij kondigde bovendien een verhoging aan van de BTW, een verscherping van de voorwaarden voor het ontvangen van een werkloosheidsuitkering (waaronder sancties op het weigeren van aangeboden werk en verplichte scholing) en een versoepeling van de regelingen voor ontslag en het aanstellen van tijdelijk personeel.

Volgend jaar al zullen belangrijke stappen worden gezet op weg naar de privatisering van openbaar vervoer en telecommunicatie. De extra belastingaftrek die bedrijven ontvangen voor investeringen die verband houden met de export wordt verhoogd van vijftien naar twintig procent. Het streven van de overheid om het begrotingstekort binnen twee jaar tot nul terug te brengen wordt niet langer als realistisch gezien en is nu officieel verlaten.

Minister Carlos Solchaga maakte het omvangrijke pakket gisteren volkomen onverwachts bekend tijdens een zes uur durend optreden in het Huis van afgevaardigden.

Algemeen worden de maatregelen gezien als een geforceerde poging om de concurrentiepositie van Spanje te versterken, nu het akoord over lonen en prijzen dat de bewindsman met de vakbeweging wilde sluiten op een harde afwijzing is gestuit en het vrijwel onmogelijk lijkt om de overheidsuitgaven aanzienlijk te beperken in het, vooral op het gebied van de infrastructuur, voor Spanje cruciale jaar 1992.

Solchaga beschouwt het verkrijgen van aansluiting met de sterkste economieën binnen de EG als een hoofddoel van zijn beleid. Hij wordt hierin gesteund door minister-president Gonzalez, maar staat bloot aan gedurige kritiek vanuit de vakbeweging en een groot deel van de regerende socialistische partij. Tekenend voor zijn opvattingen was de reactie die Solchaga twee weken geleden gaf op de Nederlandse suggestie van een monetaire gemeenschap met twee snelheden. Hij liet toen weten dat Spanje daar geen overwegende bezwaren tegen had en zich, in tegenstelling tot de rest van Zuid-Europa, in de eerste groep zou bevinden.

De reacties op het verrassingspakket zijn tot dusver overwegend positief. In het parlement gaf alleen het door de communisten geleide Verenigd Links van zijn afkeuring blijk, terwijl de vakcentrales het "een noodsprong' noemden. De Spaanse banken verwelkomden de plannen als een bijdrage tot een efficiënter geldverkeer. Ook de werkgevers hebben zich in gunstige zin uitgesproken, maar waarschuwden dat de vreugde over liberalisering geen excuus mag zijn om minder kritisch te kijken naar de binnenkort te behandelen staatsbegroting voor 1992, die nog altijd “in het teken staat van te hoge uitgaven en te weinig stimulansen voor particuliere investeringen”.