Shahbaz, slangemens met stick uit Pakistan; Kassa rinkelt voor tophockeyers in Pakistan pas echt als er internationale zeges worden geboekt

BERLIJN, 20 SEPT. Als de hockeyers van het Nederlands team naar een wedstrijd van Pakistan kijken, verhuizen ze op de tribune mee met de aanvalslinie van de Aziaten. Daarin speelt Shahbaz Ahmad. Hij is een slangemens, een ware kunstenaar met bal en stick en volgens de oranjespelers zonder twijfel de beste hockeyer ter wereld. Over Shahbaz wordt in het hockey met net zo veel respect gesproken als in het voetbal over toppers als Van Basten of Gullit. “Jacques Brinkman, afgelopen woensdag tijdens het toernooi om de Champions Trophy in Berlijn met redelijk succes de bewaker van de Pakistaanse captain.

Shahbaz Ahmad, in het hockey bekend onder zijn voornaam, heeft een bijzondere stijl. “Hij kan daardoor een beter overzicht houden dan wij”, zegt Brinkman. “Mijn trainers hebben altijd gezegd dat ik me meer moest buigen om een betere controle over de bal te krijgen. Maar ik ben gewend om te spelen zoals ik nu doe en ik kon het niet meer veranderen”, legt de 23-jarige Shahbaz uit. “Ik wilde het eigenlijk ook niet”, voegt hij er aan toe.

Shahbaz Ahmad wordt in zijn eigen, hockeygekke land bijna aanbeden. “Er is niemand in Pakistan die hem niet kent”, zegt Aurangzab Aslam, de teamarts en kamergenoot van Shahbaz. De broodmagere aanvaller gedraagt zich niet als een vedette. De dokter noemt hem een zeer bescheiden mens. Shahbaz, buiten het veld een brildrager, nodigt zijn bezoek op zijn hotelkamer uit en gaat in afwachting van de vragen ontspannen op zijn bed liggen. Maar hij heeft eerst zelf een vraag, één die hij al vaker heeft gesteld, maar waarop hij nooit een bevredigd antwoord heeft gekregen. “Hoe komt het toch dat hockey niet zo populair is in Europa?” Hij kijkt tijdens de toernooien in het buitenland steeds weer verbaasd naar de vrijwel lege tribunes. “In Nederland valt het nog mee. Daarom speel ik in Europa het liefst in Amsterdam.”

Pakistan staat voor open en aanvallend hockey. Dat zorgt voor veel kansen, aan beide kanten, en meestal ook voor veel doelpunten. Wedstrijden waarin Pakistan meedoet, eindigen zelden in 0-0 of 1-0. Dat bleek ook in het duel tegen de Sovjet-Unie gisteravond. Pakistan wint met 7-2. Aanvoerder Shahbaz, de nummer tien, laat weer een paar acties zien waarvoor de luidruchtige Pakistaanse aanhangers op de banken staan. Toch spelen de Pakistanen sinds een paar jaar op tactisch gebied verstandiger hockey dan vroeger. Ze rennen niet meer met z'n tienen naar voren. En hun strafcorner blijkt bij het toernooi om de Champions Trophy succesvoller dan ooit. Dat komt volgens Shahbaz omdat de bondscoach Islahuddin Siddiqui, zelf een voormalige topspeler, zijn stick aan cornerschutter Khalid Bashir heeft gegeven. “Die stick heeft een grotere haak. Daarmee kan hij de bal beter raken.”

De grote invloed van de strafcorner in het internationale hockey is altijd een doorn in het oog van de Pakistanen geweest. Shahbaz Ahmad is van mening dat alleen door de aanwezigheid van Floris-Jan Bovelander Pakistan de WK-finale van '90 heeft verloren. De Nederlander schoot toen twee van zijn bevreesde strafcorners raak en Oranje won voor 70.000 Pakistaanse hockeyliefhebbers met 3-1. “Als ik aan die finale denk, krijg ik nu nog tranen in mijn ogen”, zegt Shahbaz, tijdens dat WK uitgeroepen tot beste speler van het toernooi. De Pakistaanse fans waren na afloop woedend over het verlies van hun team. “We zijn toen van alle kanten uitgescholden. Een tweede plaats is een goed resultaat, maar de mensen hadden verwacht dat we na onze prestaties eerder in het toernooi ook Nederland zouden verslaan.” De nederlaag wordt coach Islahuddin nu nog kwalijk genomen en zijn positie staat sindsdien ter discussie.

Shahbaz zegt dat op hockeygebied zijn voorkeur in Europa naar Duitsland uitgaat. “Die ploeg steunt niet op de strafcorner. Nederland wel, dat is niet zo sterk in het veldspel.” Het slangemens zegt ondanks zijn kritiek Bovelander om zijn fantastische schot te bewonderen. “Hij kan de bal overal slaan. Een keeper weet niet wat hij moet doen.” Over de vraag welke hockeyer Shahbaz in het buitenland bewondert, hoeft hij niet lang na te denken. Hij noemt de naam van Ties Kruize, de Nederlandse ex-international. “Dat is een zelfverzekerde fullback.” Shahbaz zegt zich te herinneren dat hij, als debutant, bij het WK van 1986 tegen Kruize, toen al een veteraan, speelde. “Ik wilde hem passeren, maar dat lukte me niet. Ik begreep er niets van.”

Dat WK in Londen werd het dieptepunt in de geschiedenis van het Pakistaanse hockey. De drievoudige Olympische- en wereldkampioen eindigde als elfde en voorlaatste, nog wel voor de Indiërs, de andere leermeesters van het hockey. Gevreesd werd toen dat de Pakistaanse ploeg bij thuiskomst door teleurgestelde aanhangers zou worden aangevallen. Daarom werd er een speciaal reisplan samengesteld. “We vlogen in groepjes naar huis terug en hadden gewone kleren aan, geen teamkleding. Er gebeurde niets.” Shahbaz kan er achteraf om lachen. “Dat hoort ook bij de populariteit van het hockey in Pakistan.”

Het land heeft zich al lang weer hersteld van het hockeydebâcle van 1986, maar het wachten is nog steeds op de eerste aansprekende titel sinds de Olympische Spelen van '84. Volgens Shahbaz is het grote probleem de opleiding van de jeugd. Die is niet serieus te noemen in Pakistan. De aanvoerder vindt dat er faciliteiten voor talenten moeten worden geschapen. “De meeste jongetjes die hockeyen komen uit arme gezinnen. Die hebben geen geld om een dure stick en dure schoenen te kopen.” Shahbaz, voor eerst in januari '86 geselecteerd voor de Pakistaanse selectie, stamt zelf uit de provinciestad Faisalabad. Zijn familie had het ook niet breed. “Maar in die tijd speelden we alleen nog op normaal gras en hoefden we geen speciaal materiaal voor kunstgras aan te schaffen. Ik had genoeg aan een stick van tien gulden en een paar gymschoenen.”

Echt rijk is Shahbaz nu nog niet. Zegt hij. Hij heeft het goed, dat wel. Shahbaz speelt voor het team van de Pakistaanse luchtvaartmaatschappij PIA en krijgt daarvoor een salaris. Maar de kassa rinkelt voor een tophockeyer in Pakistan pas echt als er internationale overwinningen worden geboekt. Dan zijn er beloningen in de vorm van stukken grond, appartementen en auto's. Shahbaz: “Als we volgend jaar Olympisch kampioen worden, ben ik een rijk man.”