”Procedeer tegen de schurken'

De agressieve Amerikaanse advocaat, die als regel een deel van de opbrengst van de procedure krijgt - no cure, no pay - heeft natuurlijk het liefst cliënten met kansrijke procedures. Aan verloren zaken heeft hij financieel niets. Daarom hebben, naar verluid, sommige Amerikaanse advocaten twee opklapbare bordjes met een tekst erop voor zich. Als zo'n bordje wordt opgeklapt kan de aan het bureau gezeten cliënt, die zijn zaak net aan de advocaat heeft uitgelegd, de tekst lezen. De door de advocaat aan de cliënt te tonen tekst luidt òf ”sue the bastards' (procedeer tegen de schurken) òf ”duck, you sucker”, een vrij openhartige wenk aan de cliënt om de rechtszaak maar niet te beginnen.

Als de Advocaat-Generaal Mischo, een hoge rechterlijke ambtenaar bij het Europese Hof van Justitie, zijn zin krijgt, zal binnen de EG het bordje met ”sue the bastards' veel vaker worden opgeheven ten gunste van particulieren, die tegen de staat willen procederen.

Hoe komt dat zo? Vanuit Brussel wordt Europese wetgeving gedicteerd, met het bevel aan de lidstaten van de EG die wetgeving ook uit te voeren. Daarom stelt Brussel de lidstaten in zulke gevallen dan ook een termijn om hun nationale wetgeving aan te passen aan het Brussels dictaat. Maar veel lidstaten zijn laks of hebben er geen zin in, zodat de Europese Commissie regelmatig moet constateren dat een lidstaat niet aan zijn verplichting om de wetgeving aan te passen voldoet. In dat geval gaat de Europese Commissie tegen de lidstaat procederen, waarna het Hof van Justitie als regel de lidstaat veroordeelt.

Het gebeurt natuurlijk niet dagelijks dat lidstaten om die reden in het beklaagdebankje bij het Hof van Justitie zitten, maar er zijn toch tientallen van dit soort zaken per jaar. Ook Nederland is op dit punt geen onbekende bij het Europese Hof.

De vraag rees wat particulieren tegen de staat kunnen doen, als zij gedupeerd zijn omdat die staat heeft nagelaten wetgeving uit Brussel tijdig in te voeren. Vanuit Italië is die vraag nu aan het Hof van Justitie voorgelegd. De Europese wetgever nam in 1980 een richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wetgeving van lidstaten inzake de bescherming van werknemers bij faillissement van de werkgever aan. Deze richtlijn legt aan de lidstaten de verplichting op ervoor zorg te dragen dat in het geval van faillissement van de werkgever speciale fondsen waarborgen dat aanspraken van de werknemer worden gehonoreerd.

Italië werd op 2 februari 1989 door het Hof van Justitie veroordeeld wegens niet uitvoeren van deze richtlijn. Gedupeerde werknemers spraken vervolgens Italië aan voor het feit dat er geen waarborgfonds was ingesteld om hun lonen uit te betalen. De nationale Italiaanse rechter heeft aan het Hof van Justitie de vraag voorgelegd of een lidstaat door particulieren aansprakelijk kan worden gesteld voor het niet ten uitvoer leggen van een richtlijn. In de procedure voor het Hof van Justitie stelt Italië zich op het standpunt dat de richtlijn geen duidelijke verplichtingen aan de lidstaten oplegt om werknemers aanspraken jegens de lidstaten te verschaffen.

De Advocaat-Generaal Mischo, die het Hof van Justitie moet adviseren, doet een verstrekkend voorstel om gedupeerde burgers van een effectieve rechtsbescherming te voorzien. Hij is van mening dat een lidstaat in beginsel gehouden is de schade te vergoeden die particulieren lijden ten gevolge van het niet, niet-tijdig of onjuist uitvoeren van een richtlijn.

Indien het Hof van Justitie heeft vastgesteld dat een lidstaat zijn verplichtingen niet is nagekomen (in dit concrete geval het niet uitvoeren van een richtlijn), dient de lidstaat alle maatregelen te treffen welke nodig zijn om aan die inbreuk een einde te maken. De lidstaat, die dit nalaat, is gehouden schadevergoeding te betalen indien de richtlijn tot doel heeft de belangen van particulieren te beschermen. Zou dit niet het geval zijn, dan zou een lidstaat in staat zijn onderdanen hun ”Europese' rechten feitelijk te ontzeggen.

Deze voorgestelde aansprakelijkheid van een lidstaat is te beschouwen als een soort risico-aansprakelijkheid. Volgens de Advocaat-Generaal dient de omvang van de schadevergoeding door de nationale rechter vastgesteld te worden naar redelijkheid en billijkheid. Kortom, als particulieren gedupeerd zijn omdat de staat ten onrechte bepaalde Europese wetgeving niet heeft ingevoerd, kunnen die particulieren voor de gewone rechter tegen de staat procederen om schadevergoeding te krijgen.

Om te voorkomen dat onderdanen nu opeens allerlei gerechtelijke akties tegen de overheid gaan beginnen over schade die zij in het verleden hebben geleden, stelt Mischo voor dat de regeling alleen maar geldt voor toekomstige fouten van de overheid. Maar de personen, die een procedure tegen de staat zijn begonnen voordat het Hof dit najaar arrest wijst, kunnen wel profiteren van Mischo's voorstel.

De vraag is natuurlijk of het Hof van Justitie het advies van de Advocaat-Generaal volgt. Als dat wel gebeurt zullen de lidstaten voortaan veel beter oppassen om tijdig hun wetgeving aan te passen. Zo niet, dan moeten zij de gedupeerden immers schadevergoeding betalen. De uitspraak van het Hof wordt alom met belangstelling tegemoet gezien. Het zou een baanbrekende uitspraak kunnen worden of, zoals een Amerikaanse advocaat zou zeggen, ”a landmark decision'.