Ot en Sien

“Het leesplankje van aap-noot-mies keert terug in het basisonderwijs in de Amsterdamse binnenstad. De ouderwetse leesmethode is een experiment in het moderne kader van de sociale vernieuwing. Maandag sprak een deel van de gemeenteraad zich uit voor de proef. De deelraden zijn er niet bij betrokken.”

Zo las ik het nieuws dinsdag in de Volkskrant. Getroffen als ik was, heb ik die ene zin vol samengebalde onzin voor alle zekerheid gecursiveerd. Aap experimenteel terug in het moderne kader van de sociale vernieuwing, achter de rug van de deelraden om! Men kan zich voorstellen dat dit bericht alle oude Volkskrantlezende aapnootmiesmensen met grimmige voldoening en leedvermaak heeft vervuld. Het was toevallig de derde dinsdag van september, maar in mijn omgeving kon de Koningin er niet tegenop. Er werd zoveel losgemaakt dat ik terwille van de overzichtelijkheid een en ander heb genummerd.

1. De herinneringen, natuurlijk. De potloodgeur van het klaslokaal; de juffrouw die te dicht bij je kwam en anders rook dan je moeder; het mooie doosje, diep rood, met de letters, zwart op bruin karton, en het domme jongetje dat het doosje omgooide; de niet innemende aanblik van Does, de belachelijk geschoren poedel; de braafheid van Gijs met zijn schep, en Teuns tandeloze bejaardenlach. Ik heb er altijd over gezwegen maar ik heb met gemengde gevoelens leren lezen. Het is een goed idee van deze krant geweest, het hele plankje nog eens af te drukken. Het roept veel wakker. Ik onderschat Cornelis Jetses niet, maar toen hij het plaatje bij de schapen maakte, heeft hij vaak naar De Stier van Paulus Potter gekeken. Zet een stier onder de boom, tussen de schapen van Jetses en je hebt een Potter.

2. Het raadsel van de aap en het vraagstuk van Wim. De plaatjes laten zien hoe ons land er ver voor de eerste wereldoorlog heeft uitgezien. Alles is oer-inheems, alles door de kinderen al honderd keer gezien voor ze leerden hoe ze de benamingen moesten schrijven - alles gezien behalve een met de muts zwaaiende aap op het dak. Was dat bedoeld om de kinderen duidelijk te maken dat onderwijs zo erg niet is? Ik heb het altijd opgevat als een geforceerde poging tot vrolijkheid en grappigheid; in haar soort even wantrouwenswaardig als het halo van Gijs en Teun. En wat doet Wim? Hij zit aan het leesplankje en ziet hoe Wim aan het leesplankje zit. Wie was eerder: de onbekende ontwerper van de Droste-cacaobus met de verpleegster met de cacaobus naar wie het 'Droste-effect' is genoemd, of Jetses met Wim en de leesplank? De Drostebus en de leesplank zijn allebei van omstreeks 1900.

3. Het reactionaire leedvermaak. Hoeveel keer zijn sinds 1966, toen het leesplankje voor het laatst werd herdrukt, de kinderen blootgesteld aan experimenten in de moderne kaders van sociale vernieuwingen? Hoeveel half-alfabeten heeft dat veroorzaakt, hoe zullen we ooit nog die kromme gewichtigheid, het azziememaarbegrijp, het moronengebazel, het microfoongebalk uit het Nederlands kunnen halen? Wij die het lezen voor 1966 hebben geleerd, vatten het eerherstel van Aapnootmies op als de nederlaag van de modern gekaderde sociale vernieuwing die eindelijk heeft moeten inzien dat wie eksperimenten zaait, analfabeten oogst.

4. Nevengedachten. a. Opeens schiet ons weer te binnen hoe fundamenteel gelijk de mensen zijn. Zoals de hoogsten en de nederigsten worden verenigd door hun onontkoombare overeenkomst in de elementaire behoeften, zo zijn ook onze grootste schrijvers en dichters begonnen met het woord aap. Je ziet ze hun prijzen incasseren, hun boeken signeren, en je denkt: Aap. Scha-pen.

Nevengedachten. b. Ondanks al je reactionaire vreugde valt het je bij het bekijken van de leesplank op dat sommige plaatjes achterhaald zijn, zodat een bescheiden modernisering geen kwaad zou kunnen. Bij vuur staat een noodkacheltje uit de Hongerwinter; bij bok een bok in een tuig voor een wagen gespannen. Daar kan geen kind nog een touw aan vastknopen. Maar laten we voorzichtig zijn. De blik van kinderen is zonder verbazing, en de leesplank is een geheel waaraan niet zomaar kan worden geprutst. Door een deel te veranderen kan men het geheel verstoren of, wat misschien nog erger is, ontsporen in satirische bijbedoelingen. Het valt me trouwens toch mee dat niet een of andere cabaretier het A.N.M. in zijn programma heeft.

Intussen is het wel duidelijk dat de eerste stap op de weg naar de restauratie is gezet. De volgende wordt aangegeven met de kop die boven dit stukje staat.