"Niemand weet waar en wanneer de volgende crisis verschijnt'; "Brandweer van de Navo': onzekerheid is grootste dreiging

NYSTED, 20 SEPT. De lucht is grauw, er zijn geen golven. Met een snelheid van 900 kilometer per uur jaagt een Nederlandse F-16 laag over het brakke water van de Oostzee. De boordradar heeft het doel al minuten eerder gesignaleerd. Nu, op vier zeemijl afstand bevestigt ook de infrarooddetector van de onderscheppingsjager met een schelle fluittoon een lock-on; de hittezoekende raketten van de onderscheppingsjager hebben de warme uitlaat van het vijandelijke vliegtuig opgepikt. Op anderhalve zeemijl afstand van het doel drukt de vlieger op de vuurknop voor zijn Sidewinder-raketten. “Splash - one Alpha Jet”, meldt de F-16-piloot aan zijn grondstation, met een stem die nadruipt van de spanning.

Majoor Fred Tiggelman, commandant van het Nederlandse 315 Squadron van de vliegbasis Twente, zet de videoband stil. Zijn piloten, sinds twee weken gestationeerd op de Deense basis Skrydstrup, mogen dan in de afgelopen dagen talloze Duitse Alpha Jets, Britse Harriers, Amerikaanse F-15's en Deense Saab Draken's hebben "neergehaald', zoals een videocamera tijdens elke vlucht meedogenloos registreert, maar “in werkelijkheid hebben zij gefaald”, zegt hij. Want volgens het draaiboek van deze NAVO-oefening Action Express 91 zijn de "Blauwe Strijdkrachten' met hun aanvankelijke "vlagvertoon' ter land, ter zee en in de lucht niet in staat geweest het "Federale Blok' af te schrikken.

Na twee weken is daarom nu de fase van het gevecht aangebroken. De vijand probeert nu - met aanvalsvliegtuigen, amfibische landingen en met parachutisten - enkele Deense eilanden te veroveren.

Wanneer Action Express over een week eindigt, wordt geen winnaar aangewezen. Het gaat immers vooral om het opdoen van ervaring, zo zeggen de deelnemers nadrukkelijk. Omstreeks 14.000 Belgen, Duitsers, Italianen, Luxemburgers, Amerikanen, Nederlanders en Britten maken deel uit van deze snel inzetbare, mobiele NAVO-strijdkrachten (AMF), die een mogelijke crisis op een van de NAVO-flanken moeten zien te beheersen. De Nederlandse bijdrage aan de AMF bestaat uit een squadron van tien F-16's en 800 mariniers.

“De AMF zijn vooral een politiek instrument”, zegt de bevelhebber van de AMF-landstrijdkrachten, de Duitse generaal-majoor P.H. Carstens. “We zijn te klein om een oorlog hetzij te beginnen, hetzij te kunnen winnen.” De “communistische agressor” van vroeger hoeft niet langer afgeschrikt te worden”, meent Carstens. “Nu geven we vooral een signaal van solidariteit aan de plaatselijke bevolking: de NAVO staat achter u!”

Voor sommige NAVO-strategen zijn de gebeurtenissen in het Golfgebied en Joegoslavië als geroepen gekomen om een dreigende identiteitscrisis te bezweren. “Na het Rode Gevaar is nu onzekerheid de grootste dreiging - de situatie in Oost-Europa is minder stabiel dan vijf jaar gelden”, zegt een Britse waarnemer bij de oefening. “Waar en wanneer verschijnt de volgende crisis? In het Midden-Oosten, in Midden-Europa? De NAVO kan daar alleen rustige vastberadenheid tegenover stellen, en troepen die daarop berekend zijn.”

De staande NAVO-legers - gericht op het weerstaan van een invasie vanuit het Oosten, zullen echter mede onder druk van de nationale begrotingen een flinke veer moeten laten, om plaats te maken voor kleinere, maar mobiele en snel-inzetbare strijdkrachten (de zogeheten Rapid Reaction Forces). Generaal Carstens meent echter dat zijn AMF daar wel bij zullen varen. “Binnen de AMF, de "brandweer van de NAVO', is juist daarmee sinds 1960 kostbare ervaring opgedaan. Die kan voor de RRF model staan.”

Drie landen hebben volgens Carstens inmiddels te kennen gegeven toe te willen treden tot de AMF-"nieuwe stijl': Noorwegen, Denemarken (dat nu alleen "gastland' is) en Spanje. De AMF van de toekomst is iets groter, politiek sterker, maar de prijs daarvoor zal hoog zijn. “Het trainen, paraat houden en de bevelsstructuur van een multinationale troepenmacht is relatief zeer hoog”, meent Carstens. Als nieuwe taken voor zijn legertje in het kruiende wereldbeeld ziet Carstens onder meer weggelegd: "humanitaire hulp' en het "verlenen van bijstand bij natuurrampen'.

Maar voorlopig gaat de AMF-filosofie nog uit van de vertrouwde waarden. De Deense eilanden Sealand, Lolland en Falster zijn geen “imaginair oefenterrein”, zoals een Nederlandse luchtmachtofficier ze noemt, maar zij zijn strategisch gelegen op wat in NAVO-jargon sinds jaar en dag de Baltic Approach heet: de toegangsweg voor Sovjet-marineschepen vanuit hun havens aan de Oostzee naar de Atlantische Oceaan. Ook de andere aan de AMF toegewezen gebieden - het Noorden van Noorwegen, Oostelijk Turkije, de toegang tot de Zwarte Zee, en aan de Italiaans-Joegoslavische grens - vertonen nog alle kenmerken van de containment-doctrine van de Koude Oorlog.

Afzonderlijke militairen vinden de dreiging van de Sovjet-Unie “even reëel als vroeger”. Een Brits officier noemt de afloop van de putsch in de Sovjet-Unie “een gunstige uitkomst van een spelletje Russische roulette; voor hetzelfde geld was het anders afgelopen.” Een Deense waarnemer, toegevoegd aan de oefening, wijst op de hoge produktie van de Sovjet-marinewerven aan de Oostzee. “En zoals gebruikelijk volgen Sovjet-spionageschepen ook deze oefening weer nauwlettend”, zegt hij.

Het Deense eiland Lolland is ogenschijnlijk zijn Arcadische zelf: okeren en frambozenrode boerderijen in een licht golvend landschap met hier en daar een hypermoderne windmolen. Maar dat is gezichtsbedrog. Wie goed kijkt ziet onder camouflagenetten overal commandoposten ingericht; in holle wegen zijn jeeps en kleine tankjes geparkeerd en in een struik staat opeens een soldaat te telefoneren. De combines dorsen door en op de Oostzee varen plezierbootjes, maar de rust wordt op gezette tijden verstoord door het geronk van rubberboten vol mariniers in oorlogsbeschildering, losse flodders uit een mitrailleur en door het snelle bob-bob-bob van Westduitse Huey-helikopters die een mortier-eenheid komen afzetten in de modder van een stoppelveld. Ook voor de grondstrijdkrachten van Action Express is de "afschrikkingsfase' achter de rug.

Fase één was voor de Nederlandse mariniers ongebruikelijk. Door middel van gespeelde incidenten werd de oplopende spanning van een politieke crisis gesimuleerd. Banden van voertuigen bleken opeens doorgesneden te zijn. Figuranten "die met de vijand sympathiseerden' liepen te hoop tegen hun vermeende beschermers. "Infiltranten' crëerden kunstmatig chaos. “Wij zijn gewend om militair te reageren”, zegt een Nederlandse marinier. “Dit was een goede les in zelfbeheersing.”

De afgelopen nacht hoefden de mariniers zich echter niet te beheersen, nadat zij de vijand ontdekt hadden: denkbeeldige Spetsnatz-commando's van het Sovjet-leger, voor deze gelegenheid gespeeld door leden van de Britse elite-eenheid Special Air Service (SAS), die per parachute "in het voorterrein' waren afgedaald. De Nederlandse mariniers grinniken met gepaste trots om hun geslaagde valstrik. Vuurwerk, verbonden aan struikeldraden heeft die nacht het bos op zijn kop gezet en de vijand de schrik in de benen gejaagd.

“Veel oefeningen zijn vooral bedoeld voor de staven, waarbij de gevechten op een computer worden gesimuleerd”, zegt "de' luitenant-kolonel der mariniers Patrick Cammaert, commandant van het Nederlandse mariniersbataljon, “Maar je kunt niet alles spelen. Wat mijn mannen nodig hebben is modder aan de schoenen. Nachtenlang buiten slapen. Ze moeten leren van hun vergissingen. En ze moeten onverstaanbare Engels van de Italianen leren begrijpen. Kortom, wat wij dus de fog of war noemen.”

Enkele Denen volgen verbaasd en geamuseerd hoe Nederlandse zeesoldaten op het zandstrand nabij het stadje Nysted landen. Eerst komen rubberboten aan wal, gevolgd door landingsschepen. Deze openen hun klep, waarna de mariniers de laatste meters tot de oever wadend afleggen. Volgens de Deense liaison-officier majoor O.T. Worms die de contacten met de plaatselijke bevolking onderhoudt, ondervindt het publiek nauwelijks hinder van de manoeuvres. Over het gebruik van terreinen zijn van tevoren deugdelijke afspraken gemaakt, zegt hij, de straaljagers mogen alleen laagvliegen boven zee en sommige gebieden - natuurgebieden, historische stadjes - zijn voor de troepen taboe. “Niemand wil toch een oorlog rond het automuseum van Nysted?”

Op de terugvlucht van Kopenhagen naar Soesterberg wordt Netherlands Airforce One One onderschept door een combat air patrol (CAP) van de Blauwe Strijdkrachten. Op acht kilomter hoogte komen vier Nederlandse F-16's van 315 Squadron enige tijd met de Fokker Friendship van de Koninklijke Luchtmacht in formatie vliegen.

Zodra de verkeersleiding in Bremen de bovenste luchtlagen vrijgeeft, ontsteken de vier hun nabrander en schieten recht omhoog naar 12.000 voet, terwijl het op zichzelf al niet geluidsarme interieur van de Friendship siddert onder het geraas van hun straalmotoren. Binnen enkele ogenblikken zijn de vier jagers alleen nog herkenbaar aan hun condensstreep in de blauwe lucht.