Musical over Josephine Baker vaardig en efficiënt

Voorstelling: Josephine, musical door Stardust Productions. Spelers: Cheryl Howard, Rhetta Hughes, Biellie Dee Luewis, Shell Bejamin, Jay Borg, e.a. Muzikale leiding: Dolf de Vries. Kostuums: Maya Schröder. Decors: Freek Biesiot. Choreografie en regie: Billy Wilson. Gezien: 19-9 in Luxor, Rotterdam. Aldaar t-m 13-10, daarna elders.

Josephine Baker belichaamde in haar hoogtijjaren de schok van het nieuwe - en die sensatie laat zich nooit opnieuw beleven. Ook niet in de musical Josephine, die gisteravond in première ging. Het is al heel wat als in korte, effectieve scènes enigszins wordt verhelderd wat de hoofdpersoon destijds zo bijzonder maakte. En dat is goeddeels gelukt.

Josephine is een door Nederlandse producenten opgezette show met een Amerikaans-Engels-Nederlandse bezetting, volgens de succesformule van hun Night at the Cotton Club: bestaande hitsongs in de context van een nieuw script. De auteur is weggemoffeld op de allerlaatste pagina van het dikke programmaboek en blijft verborgen achter het pseudoniem I.D.A. Washington (of zou dat de naam zijn van een Amerikaans schrijverscollectief?). Die anonimiteit is misplaatst; hij-zij leverde een vaardig en efficiënt vertelde levensbeschrijving, die globaal de werkelijke gebeurtenissen samenvat en onderweg aardige doorkijkjes biedt in de vooroorlogse show business. Nederlandse scenaristen zouden een voorbeeld aan zoveel gehaaidheid kunnen nemen: één engerd in een loden jas met hakenkruis en we weten dat het oorlog is, één tafereeltje met twee soldaten en de oorlog is voorbij.

De songs, lang niet alleen uit het repertoire van Josephine Baker, zijn vindingrijk gekozen; ze dienen als contrapunt, sfeerbeschrijving of verbinding met de volgende scène. In hoog tempo komen hier niet minder dan 26 nummers voorbij. Ze worden uitgevoerd door een bewonderenswaardig hecht ensemble van dertien zangers en dansers en acht solisten. Soms moeten leden van het ensemble een bijrolletje spelen, waarin ze tekort schieten. Hun regisseur, Billy Wilson, is bovenal een geoefend choreograaf - als het op acteren aankomt, overheerst vaak een fysiek soort overacting en ontbreekt de finesse.

De spil van de show is natuurlijk de uit Amerika afkomstige Cheryl Howard in de titelrol. Zij staat voor de onmogelijke opgave het je ne sais quoi van Josephine Baker te laten zien - geen wonder dat ze minder eigen persoonlijkheid vertoont dan haar grote voorbeeld. Haar stem is bovendien gevoileerder dan het parelende geluid van de echte Josephine. Maar ze maakt veel goed door haar imposante inzet en bewonderenswaardige vakmanschap. Gaandeweg groeit haar geloofwaardigheid. Eerst is ze de crazy dancer, die frenetiek aller aandacht op zich vestigt, later de theatrale vedette die ook buiten de schijnwerpers de dramatiek zoekt. Haar intens verdrietige Weary en het slotlied Come light the candles - werkelijk gezongen als een oudere vrouw - maakten op mij de meeste indruk. Het topless-dansnummer uit de legendarische Revue Nègre kon niet anders dan een kopie zijn, hoe energiek ook uitgevoerd.

Van de andere solisten vallen vooral Rhetta Hughes op als de moeder (de beste zangeres van de show, met een smeuïge Honey suckle time en een expressief recitatief) en Shell Benjamin als een overrompelende kleine Josephine. Bij elkaar staan ze in een wendbaar decor, volgebouwd met soms wat karig ogende trappen, die zoveel van de toneelvloer vullen dat de dansers niet altijd genoeg ruimte hebben. Het zou onjuist zijn te beweren dat Josephine een vlekkeloze show is, het zou overdreven zijn te zeggen dat Josephine Baker weer tot leven is gewekt, maar de feestvreugde hoeft daarom niet minder te zijn.