Marion Rosenberg, filmimpresario: "Nederlandse acteurs zijn soms te meegaand'

AMSTERDAM, 20 SEPT. Nederlandse sterren die de laatste jaren met meer of minder succes hun geluk in Hollywood beproefden, plegen in uitsluitend lyrische bewoordingen te spreken over Marion Rosenberg.

Zij oefent het beroep uit van "agent', (in het Nederlands is impresario waarschijnlijk de beste vertaling) en houdt morgen tijdens de Nederlandse Filmdagen een lezing over haar werkzaamheden, waarover hier veel misverstanden bestaan. De Amerikaanse wet stelt strenge voorwaarden aan een agent; hij of zij mag uitsluitend bemiddelen tussen regisseurs of acteurs enerzijds en producenten anderzijds. Rosenberg, die sinds 1976 permanent in Hollywood woont maar nog steeds een Brits paspoort bezit (“iets jonger dan Anne Frank nu geweest zou zijn”), legt uit dat alle andere verwante activiteiten, zoals de "casting' van een film of het managen van een ster uitgesloten zijn: “Het is ons zelfs verboden kantoor aan huis te houden. Een federale wet bepaalt dat we altijd precies tien procent van een honorarium voor onze bemiddeling ontvangen.”

Tot Rosenbergs cliënten behoren enkele Amerikanen, veel Europeanen en nagenoeg alle in Amerika aan de weg timmerende Nederlanders: Jeroen Krabbé (“op dit moment de enige knappe "leading man' die er geen bezwaar tegen heeft een schurk te spelen”), Renee Soutendijk (“ik slaag erin voor de producenten verborgen te houden dat ze weer in Amsterdam woont; ze heeft een enorme reputatie bij de Hollywoodproducenten en regisseurs, maar er zijn te weinig geschikte rollen voor een intelligente actrice van in de dertig”), Paul Verhoeven (“maakte een fenomenaal snelle carrière; hij is op dit moment de best betaalde regisseur in loondienst ter wereld”), scenarist Gerard Soeteman, regisseur Ate de Jong en Monique van de Ven. Ook Derek de Lint en Rutger Hauer behoorden tot haar clientèle, maar die verdwenen inmiddels uit het gezicht: “Van Derek heb ik gewoon een tijd lang niets meer gehoord. Rutger had na Blade Runner en Ladyhawke het potentieel om een "major star' te worden. Daarna wilde hij zo graag aan het werk blijven, dat hij zijn volgende rollen niet erg zorgvuldig koos. Ik geloof niet dat hij goed geadviseerd werd.”

Marion Rosenberg beschouwt haar Hollandse stal als een soort familie: “Ze kennen elkaar van binnen en buiten en houden ook onderling contact. Elk van hen is zeer goed opgeleid, getalenteerd, loyaal en professioneel. Ze spreken hun talen uitstekend en kunnen bijna doorgaan voor Amerikanen, maar niet altijd. Dat Paul voor de hoofdrol in zijn nieuwe film, Basic Instinct, uiteindelijk toch Renee passeerde voor Sharon Stone, heeft onder meer te maken met de eis dat het personage meer dan honderd procent Amerikaans moest zijn. Renee is een "loner', je kunt geen gezin om haar heen bouwen in een film.”

Rosenberg merkt op dat wie ooit met Nederlandse sterren een film gemaakt heeft, enthousiast reageert: “Soms zijn de Hollanders zelfs te meegaand. Renee moest bij Eve of Destruction urenlang wachten in "body make-up' en stemde vrijwillig toe in het maken van overuren. Ik heb haar uitgelegd dat een ster zich beter niet zo kan gedragen.”

Toch is dat niet de voornaamste reden dat Soutendijk enigszins teleurgesteld deze zomer naar Amsterdam terugkeerde. Rosenberg protesteert tegen de uitspraken van de ster zelf dat ze misschien meer geschikt is voor Europese films: “Het komt nog wel. Er komen drie of vier telefoontjes per week voor haar binnen. Ik heb net weer een script meegenomen voor een film met Harrison Ford. De producent wil haar graag hebben. Maar deze industrie wordt nog steeds beheerst door mannen, en er zijn maar weinig rollen die Renee zou willen spelen.”

Met Krabbé heeft Rosenberg minder van dit soort problemen: “Soms moet je acteurs juist afremmen. Het is niet schadelijk voor een loopbaan als je een keer een film doet, die alleen op video uitkomt, zoals Till There Was You, maar ik probeer wel regisseur en producent zorgvuldig te selecteren. Het voordeel van Jeroen is dat hij nog een andere carrière heeft, als schilder, dus hoeft hij niet zo nodig.”

Even later komt haar oogappel binnen en overstelpt zijn agente met attenties, waaronder een kalender van de schilderijen die hij op het Zuidzee-eiland Vanuatu maakte tijdens de opnamen voor die videofilm. “Is het geen schat?”, zegt ze en voegt daaraan toe: “Ik zou wensen dat ik mijn hele leven zou kunnen doorbrengen in het gezelschap van zulke mensen”. Daar is weinig kans op: Rosenberg is nu eenmaal de verbindingsofficier tussen het gezellige Amsterdamse gezinsleven van de Nederlandse sterren en de harde wereld van Hollywood. Het gebeurt regelmatig dat een van de grote agenten, zoals Michael Ovitz, die zelf geen talenten koestert en opleidt, een doorgebroken ster wegkaapt: “Ik ben kwetsbaar voor de roofdieren, als grootste kleine agent. Maar ik ben soms een beetje jaloers op mijn eigen reputatie, die belangrijker is dan ik zelf ben.”